1850
Delft 1 april 1804 - Vught 26 januari 1884Grondeigenaar. Huwde in 1827 te Den Haag Catharina Christina Jacoba de Jong van Rodenburg (1802-1858). In (pj) 1875 kantonrechter te Boxtel, lid van provinciaal college van toezicht van de Nederlands Hervormde kerk, bestuurslid Ridderschap Noord-Brabant en lid Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. In 1844 als achtste vermeld op lijst van 24 hoogstaangeslagenen te Veghel met een aanslag van ƒ 152,89. In 1848 vermeld op de provinciale lijst van hoogstaangeslagenen voor ƒ 751,83 en in 1875 voor ƒ 1.137,78. Saldo nalatenschap ƒ 290.621,22. | 293 |
Maarten Duijvendak, Rooms, rijk of regentesk ('s-Hertogenbosch 1990) 293
J.A.A. Bervoets, E.A. Ooijevaar, Inventaris van het archief van het geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten (2010) 19
M.G. Wildeman, De Ridderschap van Noordbrabant (1903) No. 32
J.A.A. Bervoets, E.A. Ooijevaar, Inventaris van het archief van het geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten (2010) 28, 58-59
Maarten van Boven, Bossche Heeren : Een biografie van het Bossche sociëteitsleven 1789-2019 (2019) 279
Klaasje Douma, De adel in Noord-Brabant, 1814-1918 (2015) 316, 321, 359, 385; Bijlage 15, 85, 88-89, 91, 113, 131, 134, 139, 141, 149-150, 159, 220-221, 227-228
Maarten Duijvendak, Rooms, rijk of regentesk (1990) 293, 303
A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch (1910) II 272
M.G. Wildeman, De Ridderschap van Noordbrabant (1903) No. 32
R.A. van Zuylen, Gedenkboek den Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten (1589) 69