C. Peeters, 'De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch' (1985) 249
|
Ook de twee oostelijke traveeën van de noordbeuken van het schip, tegelijkertijd met het noordtransept opgetrokken, werden aan de buitenzijde van bouwsculptuur voorzien. De vormgeving, architectuur en detaillering van de anderhalve travee die zichtbaar is, volgt precies de stijl van de koorzijbeuken, om zo de eenheid van de nieuwe kerk te waarborgen. De steunberen bevatten dezelfde beeldnissen en baldakijnen en boven de vensters zijn in de wimbergen gebeeldhouwde zwikvullingen aangebracht, zoals dat tot dat moment gebruikelijk was geweest aan het gehele oostelijke deel van de kerk. Deze architectuur werd hier echter voor het laatst toegepast. Bij de bouw van de rest van de schipzijbeuken, zowel aan de noord- als zuidzijde, werd de vormgeving aanzienlijk gemoderniseerd. Hoewel de zwikvullingen hier bij de negentiende-eeuwse | 235 |
|
restauratie geheel zijn vernieuwd en veranderd, en de originelen niet zijn bewaard, kan er toch nog het nodige over worden genoteerd. Boven het venster van de tweede travee vanaf het transept zijn nu een man en een vrouw in zandsteen uitgebeeld. Er is een vage foto van de noordzijde voor restauratie, waarop het originele tufstenen reliëf te zien is, en er is een schets van de gebroeders Donkers uit omstreeks 1854. Hierop zijn twee figuren te zien, maar of het om een man en een vrouw gaat, is niet zichtbaar. Wel houdt de linker figuur een voorwerp omhoog, wat niet overeenkomt met de huidige sculptuur. Het lijkt er op dat de negentiende-eeuwse zwikvullingen geheel een product zijn van de toenmalige restauratoren en weinig te maken hebben met de oorspronkelijke tufstenen sculptuur. Hiernaast is boven een blindvenster, tegen de steunbeer van het noordtransept een halve wimberg met een zittende man die een pot met erwten omtrapt. De voorganger van deze eveneens in de negentiende eeuw vernieuwde zwikvulling, is bij de Bossche bevolking sedert de achttiende eeuw bekend als ‘de Erwtenman’. Aan de sculptuur is een volksvertelling verbonden, die voor zover is na te gaan, voor het eerst in de achttiende eeuw is vastgelegd. Het verhaal wil dat de erwtenman de bouwmeester van de kerk was, die op een goede dag thuis kwam en tot zijn woede vond dat zijn vrouw slechts erwten voor hem had gekookt. Hij trapte de pot erwten om en riep gekrenkt: “Is dit nu de spijs voor een man, die daags een braspenning winnen kan?”. Het moraliserende verhaal werd tot voor kort nog aan bezoekende schoolkinderen verteld, onder het motto ‘blijf met beide benen op de grond’ en ‘ben blij met wat je hebt’. Het volksverhaal is overigens niet uniek voor de Sint-Jan en komt ook bij andere kerken voor, zoals in Brugge en Gerode.61 Het verhaal gaat zeker niet zo ver terug als de eerste decennia van de vijftiende eeuw, toen de oorspronkelijke tufstenen sculptuur moet zijn aangebracht. Het is dus in het geheel niet zeker wat de sculptuur in het zwik van oorsprong heeft voorgesteld. De Erwtenman werd vermoedelijk herschapen in stucwerk nadat de legende over de bouwmeester was ontstaan, en de sterk verweerde tufstenen sculptuur werd mogelijk aangepast aan het verhaal. In de negentiende eeuw werd het reliëf meerdere malen gerepareerd en beschilderd. De Erwtenman van stucwerk, zoals we die van tekeningen kennen, werd op zijn beurt grondig herzien door de restauratoren van de negentiende eeuw, waarbij het huidige beeld werd geschapen. Of zij bij die restauratie teruggrepen op de oorspronkelijke sculptuur die nog onder het stucwerk zal hebben gezeten is niet vastgelegd, maar onwaarschijnlijk, vanwege de aanzienlijk gewijzigde houding. De huidige Erwtenman is dus een negentiende-eeuwse schepping, die teruggaat op iets wat vermoedelijk in de achttiende eeuw werd bedacht, maar niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke vijftiende-eeuwse zwikvulling. Hoewel het aannemelijk is dat hier bij de bouw van het noordtransept en de luchtbogen boven de schipzijbeuktraveeën het fenomeen luchtboogbeelden werd geïntroduceerd, valt dit door de ingrijpende restauratie moeilijk aan te tonen. Daarom wordt de beschrijving van de hier geplaatste beelden bij die van het schip opgenomen. | 236 |
| Noten | |
| 61. | Mosmans 1931, 103-106. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 235-236
|
In een van de wimbergen (steile topgevel) van de Sint-Jan staat 'de erwtenman' afgebeeld als een herinnering aan een van de bouwmeesters van de kerk. Van hem wordt de legende verteld dat hij een ketel erwten die zijn vrouw kwam brengen wegschopte onder de kreet 'Is dat nu kost voor een man die daags een braspenning verdienen kan?' Dit verhaal komt niet alleen in Den Bosch voor, maar ook elders. Bijvoorbeeld bij de abdijkerk van Gerode (Saksen) wordt een dergelijk verhaal verteld. Het kwam meer voor dat middeleeuwse bouwlegenden op verschillende kerken betrekking leken te hebben. Een andere Bossche legende is die van de ossehuiden. Aangezien de Sin-Jan op een moerassige grond gebouwd scheen, waren huiden met daartussen schorslagen een goede fundering. Dit 'geheim' zou door het zoontje van de Bossche bouwmeester verklapt zijn, waarop de vader het kind doodsloeg. De legende van de ossenhuiden wordt ook verteld over de Martinitoren in Groningen, de Sint-Lievenmonstertoren in Zierikzee, de Oude kerk in Amsterdam en de Sint-Laurens in Rotterdam.
In 1927 nodigde burgemeester Van Lanschot 'heel Nederland uit om naar 's-Hertogenbosch te komen en er onder meer de Sint-Jan te bezoeken Hij zorgde persoonlijk voor een rondleiding. Goed voorbeeld doet goed volgen. Tal van Bossche straatjongens waren bereid de vreemdelingen een interessante geschiedenis over hun Sint-Jan te vertellen, ook al omdat er van de kant van de bezoekers een financiële tegenprestatie tegenover zou staan.
Het contact werd gelegd door de vraag te stellen: “Van den erteman vertellen, meneer?” Werd daar positief op gereageerd, dan volgde het verhaal. Het was een combinatie van de legende van de erwtenman en die van de ossehuiden, met een bloederig slot. In 1935 tekende Niek de Rooy het onderstaande verhaal op uit de mond van een Bossche straatjongen: “Heel lang geleden leefde hier eens een man, z'n naam was erteman. Niemand wist hoe de Sint-Jan gebouwd moest worden, alleen de erteman. Deze kerk moest gebouwd worden op paarden-, koeien- en ossenhuiden voor al die sollementen (= fundamenten). Op zeek're middag bracht de vrouw van deze man een ketel ertesoep als middageten. Ontevreden over die alledaagse kost schopte hij die ketel van het dak en riep uit 'Is dat kost voor een man die daags een braspenning verdienen kan!' Zijn braspenning was vier zestiende cent."
"Dat ging het zoontje van de erteman verraden voor zes duizend francs. Toen de erteman dat te weten kwam greep ie 't zoontje bij de beenen en smeet het met het hoofd tegen de muur dood. De vrouw begon van droefheid te bidden en te weenen. Ze greep het zwaard en sloeg d'r eigen het hoofd af. En later is de erteman door vier mannen van de kerk dood gesteenigd.”
Bij het slot van het verhaal werd de hand opgehouden: “Dubbeltje, meneer?”
|
Brabants Dagblad donderdag 5 november 1987
| 1923 |
H.H. KnippenbergDe Man met den ErwtenpotBossche Bijdragen VI (1923) 98-99 |
|
| 1987 |
Henny MolhuysenVerhalen en legenden : 'Van den erteman vertellen?'Brabants Dagblad donderdag 5 november 1987 (foto) |
|
| 1994 |
Jack SnackersDe ErwtenmanEen nar in beeldenrijk Den Bosch (1994) 34-35 |
|
| 1998 |
Wim HagemansMarianne Keser brengt Erwtenman van Sint-Jan tot leven in historische roman. 'Een mens spot niet met eten'Brabants Dagblad woensdag 29 april 1998 (foto) |
| 1998 |
Marianne KeserHet Meesterteken : Het verhaal van de erwtenmanAdr. Heinen | 's-Hertogenbosch 1998 | ISBN 90-7070-620-2 |
Harry Boekwijt, Ronald Glaudemans en Wim Hagemans, De Sint-Janskathedraal van 's-Hertogenbosch (2010) 65
Martien Coppens, Gedachten in steen (1941) No. 27
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 235-236
J.C.A. Hezenmans, De St. Jans-kerk te 's Hertogenbosch (1866) 109
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 107
C.F.X. Smits, De Kathedraal van 's Hertogenbosch (1907) 177-179
Frans van Valderen, De kathedrale basiliek van St. Jan te 's Hertogenbosch (1949) 112
H.W. Valk, De Cathedrale Basiliek van St. Jan te 's-Hertogenbosch (1941) 64/65