C. Peeters, 'De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch' (1985) 247, 272
|
De zwikvulling van de tweede travee vertoont eveneens twee vechtende beesten of monsters van tufsteen. Het reliëf is de invulling van een rigoureuze vernieuwing van het voor de restauratie al sterk verweerde beeldhouwwerk, waarbij overigens de restanten uiterst nauwkeurig werden gevolgd. De linker helft is een gevleugeld monster met een spitse drakenkop en grote oren. Het achterlijf gaat over in een kronkelend slangenlichaam, dat voor restauratie nog geheel bewaard was gebleven, zoals op foto’s en in de schetsen van de gebroeders Donkers uit 1853 is vastgelegd. De rechter helft is gerestaureerd als een zich verdedigende leeuwin. De staart, waarvan nog duidelijke resten waren, kronkelt om de achterpoot die op een rotsje staat. | 86 |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 86
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 86, 87
C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 247, 272
C.F.X. Smits, De Kathedraal van 's Hertogenbosch (1907) 150-151, plaat XIII