C. Peeters, 'De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch' (1985) 249, 278
|
Hoewel verweerd, was de voorstelling van zwikreliëf z24 voorafgaand aan de restauratie nog heel goed herkenbaar. Het reliëf stelt twee krijgers voor, die elkaar met zwaarden te lijf gaan. De linker man lijkt aan te vallen, terwijl de andere een meer afwerende beweging maakt. De linker figuur staat niet op een console, maar op een geschubt monster, dat de opengesperde kop naar beneden richt, de tong eruit hangend. De man draagt puntige schoenen, strakke hozen, waar overheen een wijd plooiende lijfrok met wijde mouwen. In de rechter hand houdt de man een groot zwaard omhoog, geheel bewaard gebleven tot en met de punt. In de andere hand houdt hij voor de borst een groot schild waarop een masker van een sterk fronsende man met wilde baard. Het hoofd van de figuur is geheel verdwenen, maar wel is de afdruk ervan en van een lange baard zichtbaar. Ook is de met grote rozetten afgewerkte omslagdoek of hoofdsluier links van het hoofd bewaard gebleven. Van de rechter figuur zijn de benen en voeten niet zichtbaar omdat deze plaats wordt ingenomen door een vreemd ‘sfinx’-achtig fantasiebeest met de kop naar beneden en een krullende staart aan de bovenzijde. Het beest is voorzien van een soort beharing dat nog het meeste weg heeft van gestileerde manen. De man draagt een ingesnoerde lijfrok waarvan het bovenste deel (mogelijk eertijds ook het onderste deel) voorzien is van een ingekerfde struc- | 237 |
|
tuur in de vorm van kleine takjes. In de linkerhand heeft de man een groot ovaal schild vast, waarop een masker van een man met grote snor en lange baard. De rechterarm, met de elleboog omhoog in een afwerende houding, omklemt een kromzwaard. De man heeft een grote snor en lange baard en draagt een tulband, waarvan een slip over de schouder is gedrapeerd. Grote delen van de authentieke sculptuur zijn bij de restauratie van 1910 gehandhaafd en samengevoegd met de nieuw aangevulde delen van tufsteen. Enkele kleine uitgenomen fragmenten, onder meer van het geschubde monster, bleven in de bouwloods bewaard. Hezenmans vervaardigde vlak voor de restauratie een tekening, waarin hij het aangeheelde reliëf weergaf.62 Op de enige bekende foto van voor de restauratie zijn twee bijzonderheden te zien. Een groot deel van het beeldhouwwerk was van een dikke laag kalk voorzien, waardoor met name de tekening van de maskers op de schilden is vervaagd. verder is zichtbaar dat het hoofd van de linker figuur een keer eerder is gerestaureerd. Op de plaats van het vrijwel geheel verdwenen hoofd waren twee grote smeedijzeren spijkers alles wat restte van een aanvulling of restauratie in stucwerk. Deze details zijn bij de eerste restauratie helaas niet vastgelegd, zodat we nu alleen de foto als bron voor deze eerdere restauratie bezitten. Smits ziet in de voorstelling “de verdediging van de heerlijkheid van de kerk, van Gods rijk op aarde” uitgebeeld. Hij vervolgt: “Twee strijders met geheven zwaarden slaan op elkander in. De ridder ter rechter draagt een tulband; om zijn lijf golft een zwaaierige (turksche) mantel. In zijn schild voert hij een vreeswekkend | 238 |
|
masker”.63 Het hoofddeksel van de linker figuur interpreteert hij als tulband, terwijl Mosmans er later zelfs meteen een Turk in ziet. Mosmans benoemt de rechter figuur dan ook tot Christen, terwijl het hoofd van de krijger geheel verdwenen was en slechts een tipje van een hoofddoek, gelijk aan die (de ‘tulband’) van de andere figuur, bewaard was gebleven. Een hoogst wankele interpretatie van de voorstelling dus en vooral gestoeld op het gerestaureerde reliëf. De enige aanwijzing, voor een duiding in de richting van de strijd tegen de Islam, is de vorm van de zwaarden. De rechter figuur hanteert duidelijk een kromzwaard, terwijl het linker zwaard gewoon recht is. Een opvallend detail is verder de decoratie van de beide schilden met bebaarde mannenkoppen, iets wat bij andere zwikvullingen ook voorkomt. Met name de gelijkenis met het uit dezelfde bouwfase stammende reliëf z38 is treffend. | 239 |
| Noten | |
| 62. | Rackham 2003, 88. |
| 63. | Smits 1907, 162-163. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 237-239
| 1931 |
Jan MosmansFrontalen van het priester-choor (No. 1)De St. Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 288-289 |
|
| 1935 |
Jan MosmansIconografie van het choor en de straalkapellen der St. Jan te 's-Hertogenbosch (Z)'s-Hertogenbosch 1185-1935 ('s Hertogenbosch 1935) 144, 153-154 |
Ronald Glaudemans, Het hoogkoor : De wimbergreliëfs (2010) 10-14
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 237-239
Ronald Glaudemans, Sint-Janskathedraal : Bouwhistorisch onderzoek 1999-2008 (2010) 96-97
C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 249, 278
C.F.X. Smits, De Kathedraal van 's Hertogenbosch (1907) 162-163, plaat XII