|
Op de zuidwestelijke pijler van de meest westelijke travee van de buitenste zuidelijke koorzijbeuk, dus weer in de St. Nicolaaskapel, bevindt zich een schildering voorstellende Christus aan het Kruis tussen de Maagd en Sint Jan, met aan hun voeten een talrijke stichtersfamilie, in zwart gekleed, links de mannen, rechts de vrouwen. Het onderschrift, in lichte gotische minuskels, luidt: ‘Int jaer ons heren m.ccc eñ xliiii doe sterf katrine iordens dochter van driel willem iacops soen van wiel wijf was aen die mider broederslach die sterf op sint cimen eñ iuden avend bit voor die ziel’.
Er zijn geen familiewapens afgebeeld, maar aan de voet van het kruis bevindt zich een meesterteken of huismerk geschilderd.
Deze memorie- of votiefschildering uit of kort na 1444 is in 1871 tevoorschijn gekomen,102 maar pas in 1896 heeft J. Anthony uit Antwerpen de verbleekte temperaverven bijgewerkt, tegelijk met zijn herstel van de gewelfschildering van de St. Antoniuskapel, van de oude wijdingskruisen daar en van de schilderingen in de St. Annakapel. Toch heeft in al die tussentijd nooit iemand het initiatief genomen om de schildering te fotograferen - ook een calque is er niet -, de eerste foto is die welke als illustratie is opgenomen in het plaatwerk De St. Janskerk te 's-Hertogenbosch.103 Op één na zijn alle observaties, ook de lezing van de tekst, van na de restauratie.104 Maar één reactie versterkt onze twijfel aan de betrouwbaarheid van de schildering als restauratiewerk. Juist bij zo weinig verslaggeving over de staat van schilderingen tijdens hun blootlegging is een breed citaat op zijn plaats. Van iemand die zich afvraagt, waarom men bij restauraties van 17de eeuwse schilderijen volstaat met verwijdering van te dikke vernislagen en desnoods tot verdoeking overgaat, maar muurschilderingen altijd meent te moeten ‘opfrisschen’ door ze over te schilderen.
‘In de St Jan van Den Bosch zijn, komt 't mij voor, zeer belangrijke muurschilderingen onder de witte kalklaag, waarmee 't geheele inwendige van den majestueusen bouw besmeerd is (o gruwel!) ontdekt. Ik zag die voor en na de restauratie, d.w.z. voor en na de algeheele oververving en verdelging.
Reeds voor langen tijd had men bij het zuider transept aan een van de breede pijlers der rij banken, op ongeveer vier meter van den grond een tafreel van ongeveer anderhalve vierkante meter bloot gelegd. Ik vond het voor drie maanden bijzonder goed geconserveerd en 't was een werkelijk mooi kunstwerk. Een Christus aan het kruis, Maria en Johannes daaronder, kleinere figuren aan hun voeten, en een inscriptie. Ofschoon het zeer licht van kleur was, manqueerde er niets aan en men zag met genoegen dat werkelijk zeer mooie staaltje van vijftiende eeuwsche muurschilderkunst. Men heeft voor een paar weken gemeend de duidelijkheid van deze voorstelling te bevorderen door een overschildering, die, volgens het zeggen van den man die 't gedaan heeft zelf, zoo getrouw mogelijk is geschied. De lijnen waren een voor een met olieverf (sic) overgehaald en 't geheel was er belangrijk duidelijker, frisscher, helderder en leelijker door geworden, men kan gerust zeggen dat het geheel vernieuwd is, en de schilder heeft niet zonder eenige zelfvoldoening zijn handteekening met een mondain “restauré par” er onder geplaatst.’105
| 309 |
| Noten | |
| 102. | Notulen kerkbestuur, 19 juli 1871. |
| 103. | Hezenmans (l.c.) 1900. |
| 104. | Van Sasse van Ysselt 1903, 58; Smits 1907, 199-200 en 74, n. 4; Smits 1912, 328, waar het een eiwitschildering wordt genoemd; Mosmans 1931, 388-389. |
| 105. | Th. Molkenboer, 'Restauratie van muurschilderingen in de Kathedraal van St. Jan te 's Bosch', De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland, 18 october 1896, 3. Theo Molkenboer was kunstschilder met monumentale aspiraties: muurschilderingen en figurale tegeltableaus in kerkgebouwen, tevens auteur van talrijke beschouwingen en critieken in verschillende persorganen. |
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 309
Paul le Blanc, Kerk in kleur (2002) 62-64
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 128 (afb. 74)
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 236 (afb. 145), 309, 322 (afb. 324)
J.J.M. van Susante (voorwoord), Sprekende stilte (1958) 25 (afb. b)
H.W. Valk, De Cathedrale Basiliek van St. Jan te 's-Hertogenbosch (1941) 60
T.H. Ytsma, De St. Janskerk te 's Hertogenbosch (1900) plaat 19