|
'Deze Johannes droeg een kameelharen mantel, en een leren heupkleed om zijn lenden; zijn voedsel bestond uit sprinkhaan en wilde honing. Toen liep Jerusalem en heel Judea en de ganse Jordaanstreek naar hem uit. En, terwijl ze hun zonden beleden, lieten ze zich door hem dopen in de Jordaan' (Mattheus 3: 4-5-6). |
C. Peeters, De preekstoel preekt (1980) F
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 431
C. Peeters, De preekstoel preekt (1980) F
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 337, 359