|
In de twee spitsboogvormige archivolten rond het timpaan zijn de ‘vierentwintig oudsten’ geplaatst op gotische kraagstenen, die steeds weer het baldakijn van het onderstaande beeld vormen. De vierentwintig Oudsten waren mannen met veel levenservaring en daarom mederechters bij het laatste oordeel volgens de Apocalyps van Johannes Evangelist. In hoofdstuk IV, vers 4 beschrijft hij ‘Vierentwintig tronen omringen de troon en op die tronen waren vierentwintig Oudsten gezeten, gekleed in witte gewaden en met gouden kronen op het hoofd’. In vers 10 van hetzelfde hoofdstuk volgt een passage die nog meer van toepassing is op de voorstelling van het noordportaal, want dan vallen de oudsten op de knieën ter aanbidding en werpen hun kronen af.42 Opvallend is dat in het portaal de meeste oudsten knielen en veel van hen de kroon in de hand houden of naast zich hebben liggen. Op de tekening van de gebroeders Donkers uit 1855 zijn maar zestien van de vierentwintig figuren zichtbaar. Hoewel niet-gedetailleerd, is goed te zien dat het om knielende mannen gaat, de meeste met baarden. Het is goed mogelijk dat het om beelden van ‘Oudsten’ gaat, maar zeker is dit niet. Kronen zijn nergens | 69 |
|
getekend. Van de meesten is de houding goed zichtbaar en soms ook het hoofd, de stand van de handen, etc. Hierbij valt direct op dat, in tegenstelling tot de beelden in het timpaan, de originele beelden van de oudsten niet zijn gekopieerd. Er is geen enkel beeld op de tekening te koppelen aan een negentiende-eeuws beeld. Het lijkt er op dat voor de archivolten geheel nieuwe beelden werden bedacht, waarbij alleen het thema van de bestaande sculptuur werd overgenomen. Dit wordt bevestigd door de tekening van Servaas de Jong uit 1847, waarop hij drie van de beelden in de archivolten vrij nauwkeurig tekent. Het valt op dat er nog zeer veel details aanwezig waren. Alle drie de beelden zijn duidelijk oude mannen, bebaard, één kalend, | 70 |
|
geknield en biddend, waarbij er één overduidelijk de handen gevouwen heeft. De beelden zijn alle drie ook op de tekening van de gebroeders donkers te zien, maar minder uitgewerkt. Ook op de tekening van De Jong zijn geen kronen zichtbaar. De drie getekende beelden verschillen opnieuw sterk met de negentiende-eeuwse beelden op die plaatsen. Op de grote tekening van De Jong, waarop de gehele noordzijde van de kerk is getekend (waarvan hier alleen een detail van het portaal is afgebeeld), is te zien dat de onderste twee beeldnissen aan de westzijde voor de restauratie leeg waren. Vermoedelijk (niet zichtbaar) waren dezelfde beeldnissen voor staande beelden aan de andere zijde (oostzijde) toen ook leeg. Van de beelden die tot de restauratie aanwezig waren, bleef er geen enkele bewaard. Het is dus niet te zeggen of de modellen er wel of niet op zijn gebaseerd, of heel vrije navolgingen zijn. De gipsen ontwerpmodellen voor de vierentwintig oudsten werden mogelijk gemaakt door beeldhouwer Frans Kuijpers, dit vanwege opmerkelijke overeenkomsten met de modellen van de luchtboogbeelden die tussen 1870 en 1871 door hem werden gemaakt. De beelden werden gehakt door beeldhouwers uit het atelier van Louis Veneman en leerlingen van de Koninklijke school, onder leiding van Veneman. Volgens Peeters werden de vierentwintig oudsten voor de archivolten in 1861 geleverd.43 In het gipsdepot van de bouwloods is een groot aantal van de gipsen ontwerpmodellen bewaard gebleven. Deze worden hier steeds naast het uiteindelijke beeld getoond. Merkwaardig genoeg zijn er in de collectie ook vijf beelden in deze specifieke reeks, die niet aan de beelden in het portaal kunnen worden gekoppeld en klaarblijkelijk niet zijn uitgevoerd.44 Mogelijk betreft het afgekeurde modellen. Of deze beter overeenkomen met de tot dan bewaarde middeleeuwse beelden is vooralsnog niet te zeggen. | 71 |
| Noten | |
| 42. | Apocalyps IV, 4 en IV, 10. |
| 43. | Peeters 1985, 71. |
| 44. | Gipsdepot Bouwloods, I-189; I-203; I-481; I-208; I-216. |
Ronald Glaudemans, Het noordtransept : Bouwhistorische documentatie (2010) 69-71
Ronald Glaudemans, Het noordtransept : Bouwhistorische documentatie (2010) 69-91