|
De steunberen van de zuidbeuk werden nagenoeg identiek vormgegeven als die aan de noordbeuk. Aan de spitse voorzijde kwamen kraagstenen op sierlijk vormgegeven losstaande colonnetten. Vermoedelijk waren deze kraagstenen bij aanvang van de restauratie rond 1890 in een slechte toestand, of deels al verdwenen. De gebroeders Donkers schetsten omstreeks 1854 één van de kraagstenen, blijkbaar de best bewaarde, want ze noteren erbij: “voetstuk aan kol. 5. de overige schijnen ook allen beeldjes geweest te zijn”. De getekende kraagsteen toont drie naakte (?) mannetjes en Jan Mosmans typeert de sculptuur terecht als “naar de renaissance overhellend”.24 Bij de restauratie kort voor 1900 werd een geheel nieuw decoratieschema opgesteld en werden de bestaande kraagstenen, voor zover er nog iets van over was, niet overgenomen. | 347 |
| Noten | |
| 24. | Mosmans 1931, 154. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 347