|
Tegen de noordwand van deze traveeën zijn twee ongebruikelijke kraagstenen geplaatst. Zij vangen de scheibogen op die haaks op de noordgevel staan, maar lijken niet primair te zijn gebruikt. De aftekeningen van de eertijds naar beneden doorlopende bases van de scheibogen zijn nog in de muur afleesbaar. Vermoedelijk zijn de muurvlakken teruggehakt, waarna de kraagstenen pas zijn aangebracht. Het is dus niet zeker of de kraagstenen tot de bouw van dit gebouwonderdeel behoren. Daarmee is de precieze datering van de sculptuur ook onzeker. Kraagsteen k158 toont een gekroond | 218 |
|
vrouwenhoofd met een vrij plat, maar realistisch gezicht, een kinband en een hoofddoek onder de kroon. Op kraagsteen k159 draagt een gekroond mannenhoofd de uitkraging van de scheiboog. De man heeft een vriendelijk lachend gezicht, met kraaienpootjes langs de ogen. Hij heeft lang krullend haar met vier lokjes op het voorhoofd, een lange krullende snor en dito gespleten baard. De stijl van de twee koppen is voor de Sint-Jan enigszins exotisch en past zeker niet bij een andere groep sculpturen. De realistische gezichten doen nog het meeste denken aan de laat-veertiende-eeuwse van oorsprong Boheemse stijl en dan in het bijzonder aan de reeks portretbustes die Peter Parler rond 1380 hakte voor het triforium in de Sint-Veitsdom in Praag. Deze kunststroming uit de tweede helft van de veertiende eeuw staat ook bekend als de ‘schöne Stil’ en werd tot in het noorden van Duitsland toegepast.12 De uitgesproken, realistische trekken van het beeldhouwwerk wijzen er op dat hier portretten van gekroonde hoofden zijn uitgebeeld. De vrouw draagt een hertogskroon en het is dan ook verleidelijk te denken dat hier hertogin Johanna van Brabant (1322-1406) is bedoeld. Zij regeerde Brabant van 1355 tot aan haar dood en gedurende die vijftig jaar ontwikkelde ze zich tot een stimulerende weldoenster op het terrein van literatuur, muziek en beeldende kunst. In de Brabantse successieoorlog (1355-1357) was ’s-Hertogenbosch haar als enige stad trouw gebleven en op zeker moment moest zij ook haar toevlucht zoeken in de stad. Als dank mocht voortaan de Brabantse leeuw in het stadswapen worden gevoerd. Johanna was de enige echte hertogin van Brabant in de zin dat zij als oudste dochter van hertog Jan III erfopvolger van Brabant en Limburg was. De man aan de andere kraagsteen draagt een koningskroon met leliemotieven, die slechts voorbehouden waren aan directe bloedverwanten of afstammelingen van zowel de Franse koningen als de Hongaarse en Boheemse koningen. Het is dan niet vreemd om te denken aan de uitbeelding van hertog Wenzel (Wencelas) van Luxemburg (1337-1383), zoon van de koning van Bohemen en halfbroer van keizer Karel IV. Wenzel was de tweede echtgenoot van hertogin Johanna, en speelde als hertog-gemaal, uit een zeer invloedrijke familie, een belangrijke rol in de Brabantse Successieoorlog. Wenzel was bovendien een van de geportretteerde heersers in de genoemde bustenreeks van Peter Parler in Praag. Andere gegadigden voor het portret zijn de eerste gemaal van Johanna, graaf Willem IV van Holland, kleinzoon van | 219 |
|
de Franse koning, of Johanna’s neef Philips de Stoute, hertog van Bourgondië, bij wie ze politieke steun zocht en kreeg na het overlijden van Wenzel in 1383. Ook Philips was een zoon van de Franse koning en mocht daarom de lelies voeren in zijn kroon. Wie meer nog in aanmerking komt is zijn zoon hertog Antoon van Bourgondië (1385-1415), hertog van Brabant van 1406 tot 1415. Via een ingewikkelde erfopvolging nam hij als neef de Brabantse hertogstitel over van de kinderloos gebleven Johanna. Ook hij mocht als rechtstreekse afstammeling van de Franse koningen de kroon met de lelies voeren. Dit zou echter betekenen dat de kraagstenen pas na 1406 zouden zijn gemaakt, wat afgaand op de stijl veel te laat zou zijn. | 222 |
| Noten | |
| 12. | Schädler 1978, 18-24. Homolka 1978, 657-662. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 218-219, 222
Harry Boekwijt, Ronald Glaudemans en Wim Hagemans, De Sint-Janskathedraal van 's-Hertogenbosch (2010) 104
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 218-219, 222