|
De grote hergebruikte kraagsteen in de noordelijke koorzijbeuk (k154) kwam hiervoor al ter sprake. Op dezelfde positie is in de zuidelijke koorzijbeuk een vergelijkbaar grote, samengestelde kraagsteen k162 aangebracht, die met zekerheid ouder is dan dit bouwdeel. Het betreft een kraagsteen met een figuratieve voorstelling, waarop een tweede kraagsteen met bladwerk rust. Het onderste deel verbeeldt een opmerkelijke voorstelling van een wildevrouw met wildekind, die bovendien heel gaaf bewaard is gebleven. Links is de wildevrouw met compleet behaard lichaam weergegeven. Zij heeft lang haar en met haar rechter hand houdt ze een lok of vlecht vast. Haar andere hand houdt ze beschermend om de rug van het behaarde wildekind, dat iets voorover buigt en met beide handen een knots vastheeft, waarmee het op de grond steunt. De betekenis van de voorstelling blijft raadselachtig en laat zich vooralsnog niet nader duiden. Het platte gezicht van de vrouw, het hoge voorhoofd, de weergave van de ogen en het haar, doen denken aan het beeldhouwwerk in de doopkapel en de annex daarvan, dat vermoedelijk omstreeks 1350 werd vervaardigd. Het erboven gesitueerde deel van de kraagsteen bevat een krans van uitzonderlijk rijk uitgehouwen, weelderig krullend bladwerk. De bollende bladeren met omkrullende punten en gearticuleerde nerven zijn bijzonder natuurgetrouw weergegeven. Het daarboven aangebrachte deel met grove profileringen en twee mannenkopjes aan weerszijden is later bijgemaakt, toen de kraagsteen de huidige positie kreeg en passend moest worden gemaakt voor de nieuwe plek. | 74 |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 74
Harry Boekwijt, Ronald Glaudemans en Wim Hagemans, De Sint-Janskathedraal van 's-Hertogenbosch (2010) 74
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 74, 75
C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 287