|
Tegen de binnenzijden van de koorpijlers zijn aan het einde van de veertiende eeuw figuratieve kraagstenen aangebracht. Ze droegen, net als nu het geval is, beelden van de apostelen. Aan de noordzijde zien we op de kraagstenen van west naar oost: een knielende, | 200 |
|
oudere man met de hand op het hoofd van een knielende, biddende vrouw (k1); eikenloofwerk (k2); een knielende man en een vrouw met bidsnoer en boek, zijn hand om haar schouder (k3); een biddende engel in loofwerk (k4); distelbladwerk (k5); druivenwingerd met druiventrossen (k6) en krullend loofwerk met knoestige takken (k7). Aan de zuidzijde van west naar oost: koolbladwerk (k16); een engel met trommel (k15); eikenloofwerk met knoestige takken en eikeltjes (k14); een biddende engel met loofwerk (k15); gestileerd loofwerk (k14); sterk krullend loofwerk met vruchten (k13) en druivenwingerd met druiventrossen (k12). | 201 |
|
De drie kraagstenen met engelen (k4, k13 en k15), met typisch wijd openslaande vleugels, hebben nog het meeste weg van de grotere kraagstenen die aan omstreeks 1400 werden vervaardigd voor de gotische koorhal van de Dom van Aken.159 Daar zien we ook een trommel spelende engel, die past in een reeks van musicerende engelen met verschillende instrumenten. Het is overigens niet uitgesloten dat de twee vroom biddende engelen in het Bossche hoogkoor oorspronkelijk ook instrumenten hebben gehad, maar dat deze er niet meer herkenbaar waren bij de negentiende-eeuwse vernieuwingen. | 202 |
| Noten | |
| 159. | Heckner 2002, 105. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 200-202
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 202, 278