|
a. 'een centaurachtig wezen; een mannelijke tors zit omgekeerd op een dierlijk onderstuk. Het is een baardige figuur met een voorover doorknikkende muts op het hoofd; aan de hals hangt een tamboerijn.' | 92 |
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 92
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 77, 100-101
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 92