|
Als voortzetting van de iconografie van het hoge zuidwestelijke wangstuk dat in de eerste plaats is gewijd aan Johannes de Evangelist, is tegen de westzijde van de bijbehorende lage bankwang opnieuw deze apostel afgebeeld. Het reliëf toont Johannes weer met zijn stereotiepe jeugdige uiterlijk. De Johannesfiguur is enigszins naar links gedraaid, zodat hij zich min of meer lijkt te wenden naar de hoge bankwang met de scenes uit zijn leven. Met zijn rechterhand, die is afgebroken en verdwenen, zegende hij de gifbeker die hij in de linkerhand houdt. Johannes staat onder een ezelsrugboog die aan de bovenzijde met hogels en aan de onderzijde met twee gedeeltelijke en drie volledige driepassen is versierd. Zoals ook het geval is bij de corresponderende lage bankwang aan de noordzijde bevinden zich in de zwikken boven de hoog twee engelen. Hier, boven de evangelist, houden ze passiewerktuigen in de handen: de ene de geselroede en drie kruisnagels, de andere het kruishout. Het wangstuk met de gotische ezelsrugboog en de engelen is oorspronkelijk, de Johannesfiguur is geheel van de hand van Hendrik van der Geld en dateert uit de jaren 1877-1881. Jan Hezenmans omschreef in 1866 het kennelijk ernstig gehavende reliëf van deze bankwang aldus:12 'een jongeling, die onder de handen der beeldstormers onherkenbaar is geworden'. Zijn broer Lambert had deze 'jongeling' op zijn tekeningen uit 1863 en 1867 veranderd in de heilige Veronica met de zweetdoek in de handen waarop het gelaat van Christus was afgedrukt. Deze interpretatie werd kennelijk niet zeer plausibel geacht en bij de restauratie werd niet Veronica aangebracht maar Johannes die zijn gifbeker zegent. | 59 |
| Noten | |
| 12. | Hezenmans 1866, p. 70. |
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 59
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 58 (afb.), 59
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 376, 377, 380
Frans van Valderen, De kathedrale basiliek van St. Jan te 's Hertogenbosch (1949) 44