|
De bekroning wordt gevormd door twee veranderde monsters: een misvormde olifant (traagheid?) en een buffel met menschenkop (2). | 212 |
| Noten | |
| 2. | Beide monsters hebben vernieuwde koppen. Op de plint staat wederom een monnik met een boek (getijden-gezang in het koorgestoelte). |
C.F.Xav. Smits, De Kathedraal van 's-Hertogenbosch (1907) 212
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 69, 70, 71, 74, 75, 75 (afb. 9)
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 76, 77 (afb.)
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 377, 379
C.F.Xav. Smits, De Kathedraal van 's-Hertogenbosch (1907) 212