|
Iconografie: gekroonde en gesluierde vrouw, die in haar kleed, dat ze met beide handen enigszins opheft, een aantal rozen draagt. Als dochter van koning Andreas II van Hongarije en Gertrudis van Andechs-Meran, werd Elisabeth in 1207 te Pressburg geboren. Al in 1211 kwam ze op de Wartburg om daar met haar toekomstige gemaal Lodewijk van Thüringen, te worden opgevoed. Zij huwden in 1221 en in 1227 stierf Lodewijk IV van Thüringen tijdens een kruistocht, in Otranto. Elisabeth, die onder invloed van haar biechtvader de franciscaan Rodeger, een eenvoudig en naastenlievend leven was gaan leiden, werd met haar drie kinderen van de Wartburg verdreven door haar zwager. Elisabeth trok zich terug als derde-ordelinge te Marburg, waar ze in 1231 na een kort ziekbed overleed. Al in 1235 werd Elisabeth heiligverklaard en nog datzelfde jaar begon men met de bouw van een aan haar gewijde kerk te Malburg, waarheen in 1236 haar relikwieën werden overgebracht. De rozen als attribuut van Elisabeth gaan terug op de legende dat, toen haar zwager kritiek had op haar liefdadigheid, het brood dat Elisabeth wilde uitdelen, veranderde in rozen. | 123 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 123
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 123 |
Nomina Benefactorum, qui insigne aliquod ornamentum dederunt Cathedrali (1856-1944) 16v
Notulen kerkbestuur, 16 oktober 1889
Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke, Sanctus : Meer dan 500 heiligen herkennen (2004) 52-53
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 218
Paul Spapens, Kees van Kemenade, 366 Heiligendagen (2005) 410-412