|
Iconografie: jonge vrouw met loshangend haar, die met de rechterhand een kussen draagt waarop een kroon ligt. In haar linkerhand die ze aan de zoom van haar overkleed houdt, heeft ze een palmtak vast. Valeria zou in de derde eeuw hebben geleefd te Limoges in Frankrijk. In haar vita wordt verhaald dat ze als martelares stierf om haar geloof. De heiligenlegende van Valeria kwam vooral vanaf de tiende eeuw tot stand. Daarin wordt verteld dat Valeria tot het christendom werd bekeerd door de heilige Martialis, die in Limoges missiewerk deed. Martialis doopte Valeria, zij verbrak daarop haar verloving met de heidense edelman Stefan en legde de gelofte van kuisheid af. Stefan ontstak hierop in woede en liet Valeria onthoofden. De vrome maagd nam nu haar afgeslagen hoofd in de handen en bracht het, geleid door een engel naar de heilige Martialis die op dat moment juist een mis opdroeg. In het jaar 985 vond er een translatie plaats van het lichaam van Valeria dat begraven was in de abdij St. Martial te Limoges, naast dat van de heilige Martialis. | 111 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 111
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 111 |