|
Iconografie: jonge vrouw, gesluierd, de handen samengevouwen voor haar borst om een ruwhouten kruis. Aan haar voeten een wingerd. De levensbeschrijving van de heilige maagd Odrada werd voor het eerst op schrift gesteld in 1304. Odrada werd vermoedelijk in het begin van de twaalfde eeuw geboren in Scheps, een gehucht bij het dorp Baelen in de Kempen. Als jong meisje was ze al zeer vroom en had ze een grote verering voor de maagd Maria. Eenmaal volwassen geworden, sloeg ze vele huwelijksaanzoeken af met het argument dat ze haar bruidegom, waarmee ze Christus bedoelde, al had gevonden. Fel gehaat door haar stiefmoeder, liet ook de vader van Odrada haar in de steek. Onder invloed van enkele wonderen die op voorspraak van het meisje gebeurden, verzoenden zij zich echter. Odrada wordt vervolgens ernstig ziek. Op haar sterfbed vraagt ze haar vader om haar, als ze is overleden, in een uitgeholde wilgestam op een ossewagen te leggen. Daar waar de ossen halt houden, moet ze begraven worden. Odrada stierf spoedig na deze uitspraak, op 28 januari. De ossenwagen hield halt te Alem aan de Maas, waar de heilige maagd dan ook werd begraven. Vroeger werd het feest van Odrada gevierd op 3 november, tegenwoordig nog in het bisdom Den Bosch op 5 november. | 110 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 110
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 110 |
Nomina Benefactorum, qui insigne aliquod ornamentum dederunt Cathedrali (1856-1944) 102v
Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke, Sanctus : Meer dan 500 heiligen herkennen (2004) 204-206
Paul Spapens, Kees van Kemenade, 366 Heiligendagen (2005) 394-395