|
Iconografie: jonge vrouw, die een krans van rozen in het haar draagt. In de rechterhand houdt ze een palmtak en het zwaard, in de linker draagt ze een mandje met vruchten en rozen. Dorothea was een dochter van een senator uit Cappadocië (zie ook beeld 83). Onder de christenvervolgingen van Diocletianus werd ook Dorothea om haar geloof gegrepen. Ze werd gemarteld en veroordeeld tot de dood door onthoofding. De advocaat Theophilus, die haar naar het schavot begeleidde, vroeg haar spottend of ze hem vanuit het paradijs bloemen en vruchten wilde sturen. Dorothea antwoordde hierop kortweg: ‘het zal geschieden’. Aangekomen bij de beul, verscheen er plotseling een knaapje met een mand vol rozen en fruit. Dorothea gaf hem de opdracht de korf naar Theophilus te brengen. Toen deze de bloemen en vruchten zag, bekeerde hij zich tot het christendom en werd later op zijn beurt voor het geloof gemarteld en gedood. | 103 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 103
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 103 |
Nomina Benefactorum, qui insigne aliquod ornamentum dederunt Cathedrali (1856-1944) 101
Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke, Sanctus : Meer dan 500 heiligen herkennen (2004) 180-181
Paul Spapens, Kees van Kemenade, 366 Heiligendagen (2005) 83-84