|
Iconografie: dominicaan, in de rechterhand een gesloten boek en in de linkerhand een lelietak vasthoudend. Aan zijn voeten een hondje met een fakkel in de bek, en een wereldbol. Dominicus, de stichter van de dominicaner orde, werd omstreeks 1170/1175 in het dorp Caleruega (Castilië) geboren. Na zijn studie in de filosofie en theologie werd hij in 1199 kanunnik en aartsdiaken te Osma. Toen hij met zijn bisschop Didacus door Zuid-Frankrijk trok om de Albigenzen te bekeren, kwam Dominicus tot het inzicht dat gebrek aan volksonderricht en aan zielzorgers het ontstaan van ketterse sekten zoals die van de Albigenzen, bevorderde. Hierom stichtte Dominicus in 1215 zijn eigen orde van de predikheren die in 1216 werd bekrachtigd door paus Inocentius III en Honorius III. Kort na het tweede generaal kapittel van zijn orde, stierf Dominicus op 6 augustus 1221 te Bologna, waar zijn relieken nog steeds bewaard worden. Dominicus werd in 1234 heilig verklaard. Het hondje aan zijn voeten is een zinspeling op de naam van de dominicanen, de ‘domini canes’ of ‘honden des heren’. Ook verhaalt de legende dat de moeder van Dominicus voor zijn geboorte droomde dat ze een hondje baarde dat een fakkel droeg in zijn bek waarmee het de hele wereld in brand zette. | 82 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 82
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 82 |
Nomina Benefactorum, qui insigne aliquod ornamentum dederunt Cathedrali (1856-1944) 102v
Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke, Sanctus : Meer dan 500 heiligen herkennen (2004) 105-106
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 534
Paul Spapens, Kees van Kemenade, 366 Heiligendagen (2005) 284-285