|
Iconografie: gekleed in bisschoppelijk gewaad met het pallium, zonder mijter. In zijn rechterhand houdt hij een monstrans omhoog, in de linkerhand heeft hij een boek en de bisschopsstaf. Johannes, die de bijnaam 'Chrysostomos', 'gulden mond' heeft, werd omstreeks 350 in Antiochië (Syrië) geboren. Na zijn studie in de rhetorica en rechten, ontving hij op zijn negentiende jaar het doopsel. In 374 trok Johannes zich als kluizenaar terug op een berg in de omgeving van Antiochië. Nadat hij in 376 tot priester was gewijd, werd hij beroemd om de preken die hij hield in de patriarchale kerk van Antiochië en waarvan er vele honderden bewaard zijn gebleven. In 397 benoemde men hem tot patriarch van Constantinopel. Zelf leidde hij een een voudig leven en zette zich in voor de armen en zieken. Keizerin Theodora, die hem haatte om zijn preken tegen luxe en overdaad, liet hem verbannen naar Armenië. Op 14 oktober 407 stierf Johannes te Komana in Pontus. | 78 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 78
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 78 |
Nomina Benefactorum, qui insigne aliquod ornamentum dederunt Cathedrali (1856-1944) 101
Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke, Sanctus : Meer dan 500 heiligen herkennen (2004) 242-243
Paul Spapens, Kees van Kemenade, 366 Heiligendagen (2005) 71