|
Iconografie: de vrome, ten hemel opziende jongeman staat tussen de vlammen op een brandstapel. In zijn geboeide handen houdt hij een palmtak. Aemilius zou onder invloed van de felle christenvervolgingen zijn geloof in Christus hebben verzaakt, evenals zijn gezel en lotgenoot Castus. Korte tijd later zagen beide jonge christenen hun afdwaling en verraad in, en keerden terug in de kerk van Christus. In het jaar 250 stierven Aemilius en Castus als martelaren voor hun geloof op de brandstapel tijdens een van de christenvervolgingen van keizer Decius. De heilige Augustinus zegt over deze martelaren in een van zijn redes: 'God toonde hen, wat zij waren en wat hij is; hij liet hen, overmoedig geworden, in schande vallen. En hij riep hen weer tot zich, toen ze hun geloof opnieuw beleefden; hij bleef hen trouw nadat ze hun zwakheid hadden bekend. Van hem kregen ze steun in de strijd en hij kroonde ze na hun overwinning'. | 43 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 43
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 43 |
Nomina Benefactorum, qui insigne aliquod ornamentum dederunt Cathedrali (1856-1944) 17v