|
Iconografie: de paus met tiara en in de linkerhand zijn drievoudige kruisstaf, houdt zijn rechterhand opgeheven voor zich, waarmee hij vroeger zijn vaste attribuut - de hoorn - toonde. Cornelius, een telg uit een voornaam Romeins geslacht, werd in het jaar 251 na een moeizame verkiezing door de onderling sterk verdeelde christengemeente van Rome tot paus gekozen. Na twee jaar een vooral op verzoening en vrede gericht leiderschap gevoerd te hebben, werd hij verbannen naar Centumcellae (Civitavecchia) waar hij overleed. Cornelius werd in de catacombe van Callixtus begraven. Traditioneel wordt Cornelius als martelaar vereerd, historische gegevens die hiertoe aanleiding geven ontbreken echter. Op grond van de gelijkenis van de naam Cornelius met het Latijnse woord cornu = hoorn, werd een hoorn het vaste attribuut van deze heilige in de beeldende kunst. Afgeleid van dit attribuut vereerde men in het volksgeloof Cornelius als beschermheilige van het gehoornde rundvee. | 42 |
125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 42
| 1984 |
A.M. Koldeweij en F.J. van der VaartDe 125 beelden: ikonografie en heiligenlevens125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1984) 42 |
Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke, Sanctus : Meer dan 500 heiligen herkennen (2004) 109-110
Paul Spapens, Kees van Kemenade, 366 Heiligendagen (2005) 334-335