Sint-Antonius-Abtkerk, 's-Hertogenbosch.
270
Peterus, 1552
Dm: 47 cm
Gw: circa 60 kg
O.r.nr. 6 C 132
Gieter: Jan Moor (Moer)
In de kerk van Bokhoven (circa 1500 gebouwd) bevinden zich veel kerkschatten, onder meer een graftombe van de Antwerpse beeldhouwer Artus Quellinus (1651) met de beeltenissen van Engelbert van Immerzeel en diens echtgenote. Het oudste deel is de toren uit het begin van de vijftiende eeuw met een jongere traptoren, die samen met de kerk na de toegebrachte oorlogsschade is gerestaureerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht de Peterus als alarmklok blijven hangen; twee klokken van gieters genaamd Petit uit 1719 en 1735 werden afgevoerd richting Duitsland. In 1979 kreeg de Peterus haar oorspronkelijke plaats terug in de vieringtoren boven de kruising. De Peterus is een karakteristieke Moerklok: het opschrift in gotische minuskels, vijfbladige rozetten als woordscheiding; een gotisch boogfries met driepas, parelrand en staande kruisbloemen boven en fleurs de lis met parelrand onder de tekst. De parochie Bokhoven werd in 1369 gesticht. Het bisdom Luik speelde een belangrijke rol in het dorp. Bokhoven hoorde niet alleen kerkelijk tot dat bisdom, maar de prins-bisschop was ook leenheer van de heerlijkheid Bokhoven. Hij gaf het kasteel en de omgeving in leen aan belangrijke families.
Het kleine dorp lag, ook na de herindeling van 1559 toen de parochie bij het bisdom ’s-Hertogenbosch ging behoren, als een Luikse enclave tussen Brabant, Gelre en het graafschap Holland.271 Tijdens de Reformatie was het een toevluchtsoord voor veel Noord-Nederlandse katholieken.
272 Sinds de Franse tijd behoort het dorp bij de provincie Noord-Brabant, eerst zelfstandig en later (tot 1971) samen met de gemeente Engelen. De abdij van Berne heeft van oudsher het benoemingsrecht in de parochie, zodat steeds een norbertijn de zielzorg uitoefende.
273
Als bijzonderheid dient het
Kalendarium van Bokhoven vermeld te worden, het jaargetijdenboek, waarin de overledenen werden genoteerd en andere gebeurtenissen, waarbij ongetwijfeld de klokken geluid zullen hebben. De naam van de klok, Peterus met een tweede
e, staat als zodanig hierin genoteerd.