Hoofdmenu

Achter de voorgevel    
Artikelen    
Oe gotte kèk daor    
Rijksmonument    
afb. A.F.A.M. Wetzer, 29 augustus 2004

De Gulden Steur (Visstraat 48-50)

Het is gebouwd in 1635 en binnen zijn resten van 17e-eeuwse schilderingen aangetroffen. Verder heeft het pand een fraaie renaissancegevel met daarin een steen met de tekst: "INDE-GVLDE-STVR". Een gevelsteen die duidelijk herinnert aan de vroegere functie van de Visstraat. De kelder onder dit pand is van oorsprong laat middeleeuws en aan de halve tonvorm is te zien dat het gaat om een zogenaamd tongewelf. De kelder diende vroeger als opslagplaats voor wijnen die met binnenschepen werden vervoerd.
Bron: 's-Hertogenbosch binnen de Veste
~~~
Gevelsteen 'In de Gulden Steur' in de voorgevel. Franse kalksteen 80 x 47 cm. Twintigste eeuw. Maker onbekend.
Afgebeeld zijn een steur en de tekst (beiden verguld): 'In de Gulden Steur'.
Het pand dateert uit 1635, doch is in de twintigste eeuw gerestaureerd, waarbij de gevelsteen vernieuwd werd. De naam heeft te maken met de vismarkt die hier lange tijd is gehouden.
Bron: Beeldhouwkunst in de open lucht in 's-Hertogenbosch
~~~
Deze kelder is van oorsprong laatmiddeleeuws en aan de halve-ton-vorm is te zien dat het gaat om een zogenaamd tongewelf.
Bron: Open Monumentendag 1993

De Steur
Door Henny Molhuysen

'De Steur; 1635 blijkens het jaartal in top. Huis met trapgevel met voluutbogige dekstukken. Op de tweede verdieping pilasters die de ontlastingsbogen opvangen. Op de hoeken van deze verdieping en op het driehoekig fronton pijnappels. Gevelsteen met steur.' Zo luidt de omschrijving van het monument in de Visstraat dat tot voor enige jaren het huisnummer 24 droeg, maar nu kijken we achter de voorgevel van: Visstraat 48-50.

De voorgevel van het pand dateert in ieder geval uit het tweede kwart van de zestiende eeuw; vlak na de val van de stad. Het nieuwe stadsbestuur probeerde toen de infrastructuur van de handelsstad te verbeteren. Ondermeer werd in die periode de Smalle Haven en de Handelskade aangelegd om de laad- en losmogelijkheden van de Bossche haven te verbeteren. In die periode ontstond het pand. De naam heeft vanzelfsprekend duidelijk te maken met de plaats: vlak bij de haven waar ook veel vis werd aangevoerd en ook weer verkocht op de vismarkt voor het pand.
Op het eind van de negentiende eeuw veranderde er veel in dit gebied. De wijk Het Zand met een station werd gerealiseerd en de vismarkt verplaatst. Er kwam een doorbraak van de binnenstad naar deze nieuwe wijk. En het pand De Steur kreeg een nieuwe bestemming, een horeca-functie. De reizigers op weg naar of van het station zouden ongetwijfeld iets willen gebruiken. De Steur kreeg de naam: 'Nieuw Bosch Koffiehuis' en werd tevens een 'station' voor de diligences van Van Gend en Loos. Daarna verstigde de firma J. van Esch er zich en later werd het een hotel-café-restaurant onder de directie van H. Francois.
Ook anderen zagen deze horecafunctie in de Visstraat wel zitten en op 1 mei 1931 vestigde zich C. van Gaalen, voorheen chef-kok van Lohengrin, er zich met Royal. Hotel-café-restaurant Royal werd royaler en besloeg tenslotte de gehele gevelwand in Visstraat tussen de Kruisstraat en de Vismarkt-Lepelstraat. Van Gaalen zorgde ervoor dat na afloop van de voorstelling in het Casino aan de Parade er een bus stond met een spandoek: 'Naar hotel Royal, Visstraat'. Het werd er druk en Royal bezat een grote faam. In De Steur was in die periode het restaurantgedeelte gevestigd. Van Gaalen begon in die jaren zelfs een tweede zaak: Chalet Royal aan het Wilhelminaplein.
Vijfenveertig jaar was Royal aan de Visstraat gevestigd, toen in 1976 plannen voor een vernieuwing naar buiten traden. Een deel zou de horeca-functie behouden, maar het hotelgedeelte moest verdwijnen. Dagwinkel zouden gerealiseerd worden en de kelders benut. Het ernaast gelegen deel van de Vismarkt zou gereconstrueerd worden. In De Steur zou oorspronkelijk de horecafunctie gehandhaafd blijven: het moest een klein restaurant worden. Daarop is men teruggekomen: nu kwam er het idee voor een centraal gelegen boulevard-café-restaurant in het te restaureren en te verbouwen complex.
Tussen 1977 en 1979 is er druk gebouwd. De kelders werden en worden sedertdien inderdaad - gelukkig - benut. Op de verdieping van De Steur wordt weer gewoond en op de begane grond is thans een winkel te vinden. Een fotoshop die het in deze vakantieperiode druk heeft, want velen willen hun fotorolletje snel ontwikkeld zien.


Brabants Dagblad donderdag 20 juli 1995
 

De Gulden Steur
Door Henny Molhuysen

In het huis op de hoek Visstraat/Lepelstraat zit een vernieuwde gevelsteen, waarop een vis staat afgebeeld, een steur. Deze gevelsteen geeft het uit 1635 daterende pand zijn naam.
Het was niet het enige huis in deze omgeving met de naam van een vissoort. Rechts van wat nu De Plekhoek heet, stond een pand dat De Gulden Grabbe heette. Aan de Smalle Haven bevond zich een pand dat verschillende namen van vissen heeft gedragen. Zo heette het in 1611 Den Carper, in 1614 De Steur en in 1906 De Salm. In de Visstraat heette een huis in 1635 eveneens De Steur en later De Walvis. In deze Visstraat bevonden zich eveneens De Drie Heringen. De Vergulde Herink en De Bruinvis.
Het is natuurlijk niet toevallig dat we al deze namen juist in deze omgeving aantreffen. Lange tijd is hier, aan het einde van de haven, de vismarkt gevestigd geweest. Al in de middeleeuwen was de diversiteit aan aangevoerde vissoorten groot. In een ordonnantie op de stedelijke accijnsen, daterend van 22 september 1441, stelde het stadsbestuur onder andere de 'vischtoll' vast. Hieronder vielen alle vissen, behalve steur, haring, bokking, droge vis, kabeljauw, spiering, zalm, elft, mosselen (wat in feite weekdieren zijn). Tevens werden er ook twee zoogdierensoorten genoemd, die men toen ook tot de vissen rekende: de bruinvis en de zeehond. In een ordonnantie op het tarief van de stadskraan van 26 september 1435 wordt ook nog over stokvis gesproken.
Van alle genoemde vissen was de haring wel de belangrijkste. Verkoop, verpakking en keuring hiervan werd in 1445 apart geregeld. Vooral met het oog op de verdere export hiervan. 's-Hertogenbosch was namelijk voor haring een belangrijke overslaghaven, onder andere voor haring bestemd voor Keulen. Het Bossche viskopersgilde was vóór 1629 het zesde gilde in belangrijkheid; het had ook politieke bevoegdheid.
Toen 's-Hertogenbosch in de vorige eeuw werd aangesloten op het spoorwegnet en de wijk Het Zand werd opgespoten, vond het stadsbestuur het noodzakelijk een nieuwe weg naar het station aan te leggen, in plaats van de nauwe Sint Jansstraat. In eerste instantie heette deze doorbraak tussen de Vismarkt en de Wilhelminabrug: Spoorstraat. Maar in 1909 kreeg de gehele straat de naam Visstraat.
Het pleinvormig karakter van de oude vismarkt was verbroken. Ook de Vismarkt zelf kom hier niet meer gehouden worden vanwege het doorgaand verkeer en werd dan ook in 1874 verplaatst naar de Lepelstraat, boven de Binnendieze. Deze verkoopplaats voor vis is echter geen lang leven beschoren geweest.
Aan de levendige handel die hier eens plaatshad, herinneren ons slecht de restanten van de eind negentiende eeuwse visbank, de naam Visstraat, het pand De Twee Snoecken in de Karrenstraat/Kruisstraat èn De Gulden Steur.


Brabants Dagblad donderdag 7 juni 1984
 

Visstraat 24
De Steur, 1635 blijkens jaartal in de top. Huis met trapgevel met voluutvormige dekstukken.
Op de tweede verdieping pilasters die de ontlastingsbogen opvangen. Op de hoeken van deze verdieping en op het driehoekig fronton pijnappels. Gevelsteen met steur.

(adres: Visstraat 24; datum: 5 oktober 1965; kadastraalnr: G 6952; monumentnr: 21919)


Rijksdienst voor de Monumentenzorg 2004
 

1984

Henny Molhuysen

Oe gotte kèk daor : De Gulden Steur
Brabants Dagblad donderdag 7 juni 1984 (foto)
1995

Henny Molhuysen

Achter de voorgevel : De Steur
Brabants Dagblad donderdag 20 juli 1995 (foto)