De Zoutschotel en De Eentvogel (Visstraat 2)
Opschrift boven de deur "opgericht 1887"
~~~
Onderdeel van het GMSP (Gemeentelijk Monumenten Selectie Project).
Bron: BAM (2005)
|
'De Zoutschotel' (1573)
Visstraat 2 (links)
Dit kleine ondiepe pand is eigenlijk het achterhuis van het hoekpand. Er wordt daarom geen hertogcijns
| 223 |
over geheven. Toch komt het als afzonderlijk huis voor in het cijnsboek van 1573. Het wordt er met name genoemd: 'inden soutschotel'. Wouter Janss, die 'inde Vischstraet byde eynde' woonde moest het forse bedrag van 9 penningen oud geld betalen voor een vergroting van de kelder met 12 voet (= 3,45 m), waarvoor hem in 1551 toestemming wordt verleend. Aangezien het hele huis toen al onderkelderd was, kon de vergroting alleen onder de straat gerealiseerd worden. In 1928 is de straatkelder opgemeten en daarna gesloopt. De maat van 12 voet betrof de lengte die de kelder voor de rooilijn uitstak. Na Wouter Janss moet de barbier mr. Willem Molengraeff de cijns betalen.
De straatkelder kon betreden worden via de kelder onder het huis. Aangezien de huiskelder in 1903 van een moderne zoldering is voorzien, weten we niet of deze vanuit het huis, dan wel vanaf de straat toegankelijk was. Mogelijk was er een kelderingang naast de smalle straatkelder. Van het bovengrondse gedeelte van het pand is de oude toestand vrijwel onbekend door ingrijpende verbouwingen. De kapconstructie, die in 1930 door een plat dak is vervangen, bezat volgens een bouwtekening uit die tijd dekbalkjukken waarvan de dekbalk in de hoger opgaande linker zijmuur lag. Deze muur was de achtermuur van het hoekpand Hooge Steenweg 34 dat vroeger dus hoger geweest is dan 'De Zoutvogel'.
| 224 |
| Literatuur |
| | CB 1573 f 48; M 776. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 223-224
|
| |
|
'De Eentvogel' (1552-1553)
Visstraat 2 (rechts)
In het cijnsboek van 1520 is er sprake van een erf 'beyde pipengael'. In 1573 is deze naam verhaspeld tot: 'ledige plaetsse Leyte Pypengael'. Het klooster Porta Coeli is in beide cijnsboeken de cijnsplichtige. Er moeten 10 penningen oud geld worden betaald, een breedtemaat ontbreekt. Dit grote bedrag moet zeker voor meer percelen gelden dan voor het amper 4 m brede huis. De eerstvolgende post in de cijnsboeken betreft het pand 'Inden Gulden Heerinck', dat 5 huizen verder ligt. Het erf 'Pipengael' zal gezien de hoogte van de diverse cijnsbedragen in dit deel van de Visstraat, drie percelen breed zijn. Het huis was mogelijk vrijstaand, gezien de omschrijving 'ledige plaetsse'.
Bij de zetting in 1552/'53 wordt Thomas Boest 'Inden Entvoegel' genoemd. Hij zal het huis gehuurd hebben. Het perceel grenst aan de linkerzijde aan de grillig verlopende achterkant van de percelen aan de Hooge Steenweg.
Het pand bezat een kelder onder het voor- en achterhuis, die voorzien was van een tongewelf. Mogelijk is het huis in tweede instantie naar achteren uitgebreid. In 1930 is het zodanig verbouwd dat er nog weinig oude bouwelementen aanwezig zijn. Bouwtekeningen uit die tijd wijzen op een kap met dekbalkjukken en nokstijl (17de eeuw?).
| 224 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 45; CB 1573 f 48; M 777; Z 1552/'53 p 6. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 224
|
| |
| 2003 |
Wim Hagemans
Au Bon Marché
Bossche Pracht 9 (2003) 216-217
|
| |
|