De Roggebloem (Visstraat 1)
De houten huizen op de hoek van de Visstraat en de Orthenstraat. Links 'Den Engelschen Dog' en daarnaast het hoekhuis 'De Roggebloem', ook wel 'De Korenbloem' genaamd. Johan Jelgerhuis tekende dit straatbeeld in 1827.
(Prentenkabinet Provinciaal Genootschap)
Bron: Ach Lieve Tijd. 800 jaar Den Bosch en de Bosschenaren 12 (1983) 278
~~~
Onderdeel van het GMSP (Gemeentelijk Monumenten Selectie Project).
Bron: BAM (2005)
|
'De Roggebloem'
Visstraat 1 / Orthenstraat 2
In de cijnsboeken moeten twee personen betalen voor één perceel van 22½ voet (= 6,48 m). Dit is de breedtemaat van het huis inclusief de linker zijmuur en het pothuis in de Orthenstraat. Dat er twee cijnsplichtigen worden genoemd zal verband houden met het pothuis. In 1520 moet Godfried Mercelis een deel betalen, daarna zijn zoon. Het tweede deel wordt eerst betaald door Mathijs van Haren, daarna door zijn zoon. Beiden zijn bakker van beroep. In 1547 is er ook nog sprake van Jan 'die becker'. De bakkerij zal wel in het hoofdpand zijn ondergebracht. In de eerste helft van de eeuw betaalt mr. Jacob Donck de jonge de zettingen, later ook de hertogcijns. We kennen zijn vader al van de panden Visstraat 21 en 23. Tegen het eind van de 16de eeuw is de tingieter Gijs Janss cijnsplichtige. Bij de opgave van de inkwartiering in 1603 wordt echter Jan Jacops 'inden Rinck' genoemd.
Aangezien het pand aan het eind van de 19de eeuw op de kelder na geheel vernieuwd is, weten we weinig van de oude situatie. Uit het metselwerk van de kelder blijkt dat het pothuis mogelijk uit de 13de of 14de eeuw dateert. De kelder, die vanuit de Visstraat toegankelijk is, heeft een tongewelf dat nog in 15de eeuw kan zijn aangelegd. Het gewelf loopt tot ongeveer halverwege het pand. Hier moeten we de scheiding tussen het voor- en achterhuis situeren. Deze plaats komt overeen met de breedte die in het cijnsboek genoemd wordt voor het achterhuis. De kelder hieronder bezat ook een tongewelf, waarvan de kruin evenwijdig aan de Orthenstraat lag.
Op de 19de-eeuwse aquarel van J. Jelgerhuis staat het hoekhuis met een aangrenzend pand zijn weergegeven (zie beschrijving Visstraat 3). Het brede hoekhuis met een pothuis aan de zijkant zou mogelijk het pand Visstraat 1 kunnen zijn. Het pand telt twee bouwlagen met zolder. De kap heeft een flauwe dakhelling en is asymmetrisch. De voorgevel geeft een tweedeling te zien, die op een insteekverdieping over de halve breedte van het pand duidt. Een dergelijke hangkamer is verder in 's-Hertogenbosch niet aangetroffen. De eerste verdieping is over de volle breedte voorzien van kruiskozijnen die geheel door luiken waren afgesloten. Het dakschild aan de voorzijde en de vorm van de kap doen vermoeden dat deze later (in de 17de eeuw?) veranderd is. De zijgevel is van baksteen met op de begane grond een houtskeletconstructie met schoren aan de buitenzijde. De zijgevel heeft op de begane grond een ingang met een spitsboog, een kelderluik en een pothuis. Twee bolkozijnen vlak onder
| 466 |
de uitkraging van de eerste verdieping doen vermoeden dat er in de 17de eeuw een insteekverdieping is aangebracht. De bakstenen gevel van de eerste verdieping rust op een muurplaat die op de geschoorde houtskeletconstructie ligt. De gevel bezit bolkozijnen met luiken en ontlastingsbogen. Deze elementen wijzen eveneens op een bouw in de 17de eeuw.
De personen die in het begin van de 16de eeuw genoemd worden bij het heffen van de zettingen zijn voor beide bouwdelen dezelfden. De latere hertogcijnzen zijn echter over verschillende personen verdeeld, zodat mag worden aangenomen dat beide bouwdelen in de loop van de 16de eeuw van elkaar gescheiden zijn. In 1520 moet de bekende Hendrik Donck betalen voor een keldermond ter breedte van 22 voet (= 6,33 m). Voor de aanleg ervan was in 1510 toestemming verkregen. Tegen het eind van de eeuw wordt deze hertogcijns over twee personen verdeeld. Mogelijk heeft dit te maken met een latere uitbreiding van de keldermond verder de straat in. Hierdoor springt de rooilijn nu nog ruim 1,20 m naar voren.
| 467 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 5; CB 1573 f1v en f 2; I 1603; M 71; Z 1502/'3; Z 1506/'7; Z 1511/'12. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 466-467
|
| |
|