|
'Den Helm' (1670)
Hooge Steenweg 3
In 1507 kocht de wijntavenier Jan Brants het pand van de erfgenamen van Arnold Weels. Een schepenakte uit 1544 spreekt van een stenen huis van Arnold Ysbouts, waarschijnlijk dezelfde persoon. Hij bezat ook het rechter buurpand. Het huis zal verhuurd zijn aan Dirk van Boesecum, die volgens het cijnsboek van 1520 wordt aangeslagen voor 20 voet (= 5,75 m), hetgeen overeenkomt met de huidige breedte. Er is ook sprake van een 'uitvang' waarvoor het gasthuis betaalt. Wordt hiermee een uitgang of een uitbouw aan de gevel bedoeld? Achter het pand bevond zich een brug over de Binnendieze die uitkwam Achter de Tolbrug. Voor deze houten was, blijkens een stuk uit 1626 in het archief van de Rekenkamer van Brabant, ooit een vergunning verstrekt.
In 1553 wordt Jan Brants aangeslagen voor vier schouwen, een stoof, een brouwgetouw en een schouw in de kelder. Ook andere wijntavernen in de Hooge Steenweg en aan de Markt bezaten een eigen bierbrouwinstallatie. Het grote aantal stookplaatsen was gebruikelijk bij herbergen. Twee jaar later wordt het pand verkocht aan Hans van Amstelredam. We weten niet of hij de wijntaverne voortzet. In 1573 is Adriaan van Kerckwyck, waarschijnlijk als huurder cijnsplichtig, terwijl het Groot Gasthuis aansprakelijk blijft voor de 'uitvang'.
In de huidige kelder is de stookplaats niet meer aanwezig. De kelder is door een dwarsmuur in twee gedeelten verdeeld. In de dwarsmuur zijn bouwsporen van twee doorgangen zichtbaar. Aangezien de muur niet in verband staat met de zijmuren en bovendien de twee gewelven niet aan elkaar sluiten, is niet duidelijk of beide kelders uit dezelfde periode dateren. De dwarsmuur draagt de bovengrondse scheidingsmuur tussen het voor- en achterhuis. Deze indeling is op de verdiepingen nog aanwezig, evenals de bijbehorende balklagen. Het voorhuis telt
| 164 |
vier balkvakken, het achterhuis drie, beide oorspronkelijk voorzien van een houtskeletconstructie. In het voorhuis hebben de moerbalken sleutelstukken met een dubbele peerkraalprofilering. Het achterhuis heeft in de 16de of vroege 17de eeuw een nieuwe balklaag gekregen, waarbij de oude moerbalken zijn hergebruikt en consoles met acanthusbladversieringen zijn toegevoegd. Op een balk zijn schilderingen met wapens aangetroffen. Van de oude kap die in 1930 gesloopt is, bezitten we een opmeting. Hieruit blijkt dat het huis drie bouwlagen met kap bezat. Uit de bouwsporen valt af te leiden dat het pand in zijn stenen vorm uit de 15de eeuw dateert en tegen het buurpand nummer 1 is aangebouwd.
Achter het pand stond een los achterhuis dat gezien de nog aanwezige kelder uit de late 16de of uit de 17de eeuw stamt.
| 165 |
| Literatuur |
| | ARB R 314 f 102v; CB 1520 f 12; CB 1573 f 13v; HT 1553; M 69; vSvY III, 540. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 164-165
|