In Rome (Hooge Steenweg 21-23)
Huis met gepleisterde lijstgevel XIXB, pui begane grond 1926, op de 1e verdieping drie schuiframen met stucwerk omlijsting met kuif, 2e verdieping met drie lagere schuiframen eveneens met stucwerk omlijstingen met kuif. Het voorhuis heeft een nog gedeeltelijk aanwezig houtskelet met moer- en kinderbinten. Kap met grenenhouten schaarspanten met juk. Grote kelder met tongewelf. Op de verdieping stucwerkplafonds. Achterhuis met kelder met tongewelf en insteekgewelven. Op de verdieping fraai XIXB stucwerkplafond en betimmeringen. Draag- en dakconstructie XIXB. Naast het voor- en achterhuis aan de linkerzijde een gang.
1e losse achterhuis, met twee stucwerk schoorsteenmantels, trap- en raam omtimmeringen en draag- en kapconstructie uit XIXa. Rijk voorbeeld van XIXa achterhuis, 2e losse achterhuis, met tuitgevel met vlechtingen en ramen met korfbogen er boven en klein raam in de top, eveneens met ontlastingsboog. Verdiepingsbalklaag met alternerend zwaardere en lichtere grenen balken. Zolderbalklaag enkelvoudig, grenen met oliefsleutelstukken. Kap met twee dekbalkjukken met nokgordingen.
Gebouw van algemeen belang wegens oudheidkundige en kunsthistorische waarde.
Bron: Ontwerp -aanvullende - monumentenlijst voor de gemeente 's-Hertogenbosch 1977
|
'In Rome' (1630)
Hooge Steenweg 21-23
Dit perceel wordt in 1520 aangeslagen voor 2/3 deel van een hertogcijns van 27½ voet (= 5,32 m). Dit blijkt de breedte te zijn van het achterhuis, dat achter het rechter buurpand doorloopt. In 1557 wordt er over de Binnendieze een brug aangelegd, die een lengte van 32 voet (= 9,20 m) en een breedte van 16 voet plus 1 duim (= 4,60 m) heeft. In het cijnsboek van 1573 wordt er een hertogcijns voor in rekening gebracht.
Het huis wordt bij een verkoop in 1574 omschreven als: 'huis, erf, plaats, achterhuis, werf en een poort Achter de Tolbrug'. Blijkens de haardentelling bezat het een brouwgetouw en drie schouwen.
Waar deze stookplaatsen zich bevonden is in het huidige pand niet meer na te gaan. Uit de zijmuren en de kelders blijkt dat het brede achterhuis zeker uit de eerste helft van de 14de eeuw dateert. De linker zijmuur, gemetseld in Vlaams verband, heeft op de begane grond een nis of vensteropening. Een nog uit de 14de eeuw daterende dwarsmuur in de kelder geeft de scheiding tussen het voor- en achterhuis aan. Het voorhuis is er later, vermoedelijk in de 16de eeuw, tegenaan gebouwd.
| 170 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 11v; CB 1573 f 12v; HT 1553; M 61; vSvY III, 555-560. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 170
|
| |
|
Rome
Nos. 21 en 23
Naast het huis het Witte Schild staat Noordwaarts het huis, dat oudtijds genaamd was de Drie Stokvisschen. Daarop volgt het huis, dat eerst heette de Gulden Haan en vervolgens het Half Varken; dit behoorde in 1627 toe aan de weduwe van Willem van Horssen, den zoon van Henrick Albertszn, die behalve hem nog tot kind had Deliana van Horssen, de huisvrouw van den bierbrouwer Eduard van Susteren Peterszn; het werd den 18 December van dat jaar door de erfgenamen van voornoemden Henrick Albertszn van Horssen verkocht aan Jan de Roy; deze verkocht het in 1628, als wanneer het eene bierbrouwerij was en reeds het Half Varken heette (Reg. n° 364 f. 472), aan den bierbrouwer Henrick van Susteren Franszoon, die van zijne vrouw Elysabeth van Zutphen o.a. een zoon Abraham van Susteren had, die koopman te Brugge was en dit huis van hem erfde; deze verkocht het 21 Februari 1691 (Reg. n° 507 f. 49 vso) aan Jan van Velpe, die blijkbaar daarin slechte zaken maakte, want over zijnen boedel moesten curators worden aangesteld, die dat huis 19 Augustus 1702 (Reg. n° 515 f. 67 vso) verkochten aan Cornelis van Veen; nadat laatstgenoemde en diens huisvrouw Theodora Vos waren komen te overlijden werd het 7 November 1736 toebedeeld aan Theodora van Veen, dochter van Daniel en Maria Catharina Eymberts en weduwe van Pieter Bredervelt; het werd daarbij omschreven als; huys, erve, kelder, plaats, kookhuys, middelhuys en agterhuys, eertijts genaamd den Gulden haan, nu het Half varken.
Naast dit laatste huis staat in dezelfde richting alsvoren een huis, dat oudtijds het Luipaard heette. De ouds bekende eigenaar daarvan is Jan Vygh (of Vyge) Henrickszn, die het denkelijk in 1511 (zie Reg. n° 105 f. 170) kocht; hij
| 555 |
was kramer (institor) van zijn ambacht 1) en had van zijne vrouw Maria Bolten eene dochter Anna Vyge, die huwde met Albrecht Proening van Deventher; zij legateerde laatstgezegd huis aan Jan, den zoon van Mathijs Wijtmans Janszn, van wien het erfden diens kinderen; dezen verkochten het 18 Maart 1608 (Reg. n° 251 f. 162) aan Jaspar, den zoon van Balthazar Lodewijkszn van Duuren. Mayke Marcelisse weduwe van den kleermaker Herman Jansse, kocht het vervolgens 23 April 1664 bij gerechtelijke uitwinning en 21 Augustus 1665 (Reg. n° 445 f. 304 vso), als wanneer het eene bierbrouwerij was, verkocht zij het aan Jacob Andrieszoon van Ravesteijn; diens zoon was Andries van Ravesteijn; deze viel 11 Mei 1698, toen hij nog in dat huis woonachtig was, van het paard, waarmede hij bij het kasteel Avestein de Aa doorwaadde, in het water en verdronk daarbij.
Op laatstgezegd huis volgt ook Noordwaarts het huis, dat voorheen de Witte Leeuwin genaamd werd; het behoorde in 1535 toe aan Loef van Scutwijck Janszn. (Reg. n° 149 f. 405), wiens zoon ook Loef heette (Reg. n° 157 f. 223); Petrus Henrickzn de Leeuwe kocht het in 1556 (Reg. n° 196 f. 117).
En op dat huis volgt in dezelfde richting het huis van ouds genaamd Roma, in Rome of Rome. De oudst bekende eigenaar daarvan was Dirck van Vechel, die tot vrouw had Mechteld van Aerle Henricksdr en over wiens familie men zie Deel II p. 330 2). Den 16 October 1574 (Reg. n° 224 f. 71) werd dit huis, - dat alstoen gezegd werd te zijn: huis, erf, plaats, achterhuis, werf en eene achter de Tolbrug uitkomende poort, staande aan den Hoogen Steenweg tusschen het huis der
| 556 |
kinderen van Petrus de Leeuw ex uno en het huis de Witte hond, toebehoorende aan den bierbrouwer Jan van Berlicum Everardszn, ex alio, door de kinderen van Adriaan Ketelaer Albertszn en Aleid, (de dochter van Dirck van Vechel en Mechteld van Aerle Henricksdr voornoemd), zijnde Henrica, Catharina en de toen nog onmondige Mechteld Ketelaer 3), verkocht aan den bierbrouwer Herman, zoon van Christiaan, den zoon van Willem Christiaanszn; het verkochte werd echter 15 December d.a.v. (Reg. n° 224 f. 72) genaast door Herman, den zoon van Jan, den zoon van Henrick Colen genaamd de Helt, toen geheeten de Helt genaamd Colen, als man van Margaretha, dochter van François Kuysten, (den zoon van Mr. Claes Kuyst) en Gudula 4), de dochter van Dirck van Vechel en Mechteld van Aerle meergenoemd.
Genoemde Herman, nu geheeten Colen genaamd de Helt, verkocht 27 September 1583 (Reg. n° 652 f. 235 vso) dit huis 5) aan mr. Jan van Turnhout mr. Janszn, die gehuwd was met zijne zuster Heylwig, alsmede aan Nicolaas, Aerd en Dierkje, huisvrouw van Willem Ghysselen Janszn, kinderen van François Kuysten en Gudula van Vechel voornoemd; deze koopers verkochten dat huis 2 Januari 1584 (Reg n° 239 f. 281) weder aan Willem Somers Peterszn. Deze had van zijn vrouw Aelken, dochter van Henrick Boudewijns, de navolgende kinderen: Jenneken, huisvrouw van Willem van Bree, koopman te den Bosch; Hillegundis en nog drie andere, die in 1640 minderjarig waren; zij verkochten 6 Juli 1640 (Reg. n° 383 f. 447), de onmondigen vertegenwoordigd door hunne voogden, het hierbedoeld huis, - dat toen gezegd werd te zijn: huis, erf, tuin, pomp, ledige plaats met een daarop staand portaal, achterhuis met eene daarin staande zoutkast, steenen werf en poort, achter de Tolbrug uitgaande, genaamd In Roomen, staande tusschen het huis In den luipaard, toebehoorende aan den
| 557 |
bierbrouwer Frans Goyartszn van den Eynde, ex uno en het huis de Steenen hond, toebehoorende aan Lysken, wed. van Peter Wonders, ex alio en zich achterwaarts uitstrekkende tot aan de Tolbrugstraat, - aan den Bosschen koopman Jan van Vechel Joostzn.
De genealogie der familie van dezen van Vechel is als volgt:
| I. | Leonard van Vechel, had van N. N. een zoon: |
II. | Joost van Vechel; diens zonen waren: |
| a. | Leonard van Vechel, die van zijne vrouw Elisabeth, de dochter van Jan Leonardszn van Geffen en Geertruid Noppen Roelofsdr, een zoon Joost van Vechel had, die in 1612 nog leefde en |
b. | Jan van Vechel, die volgt sub III. |
| III. | Jan van Vechel, hiervoren sub b vermeld, had een zoon: |
IV. | Joost van Vechel; deze kocht in 1608 de helft in het aan den Hoogen Steenweg staand huis de Witte Schild en in 1611 het daarnaast staand huis de Hemel. Zijn zoon was de genoemde koopman Jan van Vechel. Tijdens dat deze het huis Rome bezat, was daarin eene geheime Katholieke bidplaats, zooals blijkt uit het reeds dikwerf aangehaald Memoriaal van Martinus Ackersdijck, die daarin over dit bedehuis het volgende mededeelt: |
Op den 19 Januari 1653, sijnde een sonnedach, voor de middach is in Roomen op den Hoogen steenwech van achteren een groot getal van menschen ingegaen, ben daerop met Lahey ende de dienaers wesen besien wat daer te doen was, hebbe daerom drie mael op de poirte geclopt ende naedemael ick naert cloppen niet in gelaten wierdt, hebbe alsdoen tegen Jan van Wetten geseyt: „Slaedt de deur open" ende naer eenige slaegen, dien hy hadde geslagen (als sijnde een heele stercke deur ende daerom soo datelijck niet en conde openslaen) soo is ten laesten gecomen den man in Roomen, genaempt Jan Joosten van Vechel, by hem hebbende sijn dochter, ende hebbe de deure open gedaen. Soo wy daerop ingeloopen naer booven,
| 558 |
naer dat wy noch drie stercke deuren int opgaen van de trap waeren gepasseert ende hebben ahlaer gevonden twee groote formele kercken met haer ornamenten, soo stoelen, bancken als oock twee autaren, maer geen menschen, waerop ick Jan Joosten vraechden, waer het volck was gebleven, dat door de ... (hier is een hiaat in het handschrift).
Enkele jaren te voren zal ook nog eene geheime uitoefening van den R.K. godsdienst in het huis Rome hebben plaats gehad, daar toch in eene Bossche schepenakte van 30 December 1650 (Reg. n° 431 f. 108) het volgende vermeld staat:
Alss proces was opgestaen ende geresen voor Wethouderen deser stadt tussen Sr Jan Joosten van Vechel, coopman ende poirter deser stadt, suppliant ex uno, ende den Heere Hoochschouth, executant ter andere syde, ter oirsaeke van seeckere executie, die de voorn. Heere Hoochschouth ten huyse van den voors. Jans Joosten van Vecchel door syne hellebardiers ende dienaers van de kortte stocken hadde doen doen om voldaen te woorden van ene boete van driehondert gl., die men pretendeerde verbeurt te wesen wegens enige verbode ende onbehoirlicke vergaedering, die ten huyse des voirs. suppliant gehoude soude wesen enne dat daerop by de voornoemde Wethouderen was geappointeert, dat de voorn. Officier de voorn, dienaers van de cortte stocken van de executie soude lichten, mits de suppliant allevorens stellende cautie voor de gementioneerde fl 300, so is gestaen voor Schepenen ondergeschreven de heer Godefroy van Herlaer, licentiaet in den rechten ende out-raet dezer stadt ende heeft zich borge ende cautionaris gestelt voor de voorn, somme van fl 300 (waarop genoemde Jan Joosten van Vechel verklaarde hem deswege schadeloos te zullen houden).
Waarschijnlijk zal het wegens deze beboeting geweest zijn, dat Jan van Vechel Joostzn. geld opnam van de kinderen van mr. Laureyns Huybrechtszn van Loemel en hun daarvoor 20 December 1650 (cf. Reg. n° 483) eene grondrente verleende uit zijn huis Rome.
| 559 |
|
Den 30 Januari 1665 was hij reeds dood, want opdien dag (Reg. n° 445 f. 155 vso) verkochten zijne dochters, die hij had van zijne vrouw Margarita Dancloffs 6), met namen Elisabeth; Perina, echtgenoote van Bernhard Verhaeren en Barbara, huisvrouw van Gerard van Loon, als zijne erfgenamen aan den Protestant Johannes van Grimbergen, koopman te den Bosch, zijn huis Rome, dat alsnu gezegd werd te zijn: eene schoone ende welgelegene huysinge, genoemt Romen, gestaen aen den Hoogen Steenwech tussen huys ende erve, genoemt in de Leuwinne, ex uno, ende tussen huys ende erve, genoemt in den Witten hont, ex alio, streckende voor van de gemeyme straet achterwaerts met eene steene brugge over d'waeter toe aen de Tolbrugstraete, met eene poorte uutgaende in deselve Tolbrugstraete, hun aengekomen by deeling. Het huis Rome kwam daardoor in Protestantsche handen en zal dientengevolge opgehouden hebben een R.K. bedehuis te zijn, als dit al niet reeds vroeger was geschied. Het werd van genoemden Johannes van Grimbergen geërfd door zijnen zoon mr. Willem van Grimbergen, raad en rentmeester van den Bosch, wiens weduwe Johanna de Willefinck het 26 October 1697 (Reg. n° 511 f. 112) verkocht aan Johan Pinxternakel, wijnkooper te den Bosch.
| 560 |
| Noten | | 1. | In de Kruiskerk te den Bosch lag voorheen begraven Jan Vyge (afkomstig uit Nijmegen), overleden 22 Januari 1627, die het wapen der familie Vijgh van Isendoorn voerde, en zijne vrouw Engelke Margriet Barendonck. Over de Bossche familie Vijgh (of Vyghe) zie men nog Deel I p. 247. | | 2. | In Reg. n° 206 f. 111, wordt vermeld, dat Jan, de zoon van Dirck, den zoon van Goyart Dirckszn van Vechel, had verkocht een huis, staande te den Bosch aan den hoek der Vischstraat en den Hoogensteenweg. | | 3. | Zij huwde later met Gijsbert van den Velde Janszn. | | 4. | Hunne overige kinderen waren: Mechteld; Nicolaas; Aerd en Dierkje Kuysten, welke laatste de echtgenoote was van Willem Ghysselen. | | 5. | Men zie hierover nog Reg. n° 652 f. 235. | | 6. | Hun zoon zal geweest zijn Joost van Vechel, wiens kinderen vermeld staan in Reg. n° 393 f. 206. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 555-560
|
| |
|