't Gulden Kruis en Het Schaexburt (Hooge Steenweg 10)
Exterieur winkelpand huisnummer 10, voorgevel filiaal De Gruyter.
Bron: Stadsarchief (0064903)
|
''t Gulden Kruis'
Hooge Steenweg 10 (links)
Dit pand vormt tegenwoordig één geheel met het rechter buurpand. Uit de cijnsboeken blijkt dat het oorspronkelijk ook één breed perceel is geweest van 25 voet (= 7,19 m). Dit is ongeveer 60 cm minder dan het huidige. Hebben we hier, evenals bij de voorgaande percelen te maken met twee verdwenen osendruppen van ieder één voet? Uit de bedragen die aan hertogcijns moeten worden afgedragen, blijkt dat het rechter deel breder moet zijn geweest dan het linker, hetgeen nu nog zo is. De hertogcijns wordt betaald door Reinier Geritsz, de bezitter van het pand. Hij is kuiper van beroep, evenals zijn rechter buurman. Ook in de tweede helft van de 16de eeuw zijn kuipers de bezitters van het pand. Het bezit van Reinier 'die cuyper' liep aan de achterzijde door tot het pand 'De Eenhoorn' in de Karrenstraat. In 1553 wordt Jan Joerdens aangeslagen voor één schouw, wat voor een klein pand niet vreemd is.
De oude achtergevel lag ruim twee meter voor de huidige en was gelijktijdig met de linker zijmuur gebouwd. Deze gemeenschappelijke muur met het achtergedeelte van nummer 8 kan in de kelder nog uit de 14de eeuw stammen. Het opgaande werk is jonger. Het pand is aan de rechterzijde tegen het 14de-eeuwse buurhuis gebouwd. De kelder was vanaf de straat en vanaf het achtererf toegankelijk. Hij staat in verbinding met die onder het rechter buurpand.
| 236 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 44; CB 1573 f 47; GZG I 1893; HT 1553; M 41. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 236
|
| |
|
'Het Schaexburt' (1637)
Hooge Steenweg 10 (rechts)
Dit gedeelte van het brede, later verdeelde perceel, behoorde in het begin van de 16de eeuw evenals het linker buurpand aan een kuiper. Mogelijk was er ook een relatie met het rechter buurpand, zo valt af te leiden uit de zetting van 1502/'3. Dirk Goyartsz 'die cuper' moet in 1520 het grootste deel van de hertogcijns van het brede perceel betalen, hetgeen logisch is, omdat dit aanzienlijk breder dan het linker pand. Aan de rechter zijde van het perceel zal, evenals aan de linker zijde is geconstateerd, een osendrup van één voet breedte aanwezig zijn geweest.
Het perceel liep in de 16de eeuw tot aan de Karrenstraat door. Daar stond het huis 'Den Eenhoorn' waarin toen een herberg was gevestigd. Hieruit kan verklaard worden dat bij de haardentelling van 1553 de wijntavernier Hendrik Donck als bezitter van Hooge Steenweg 10 staat vermeld. Hij moet voor twee schouwen betalen. Afgaande op de bouwsporen zijn deze te lokaliseren tegen de rechter zijmuur op de begane grond en de eerste verdieping. De stookplaatsen zaten hier echter niet van oorsprong.
In 1569 wordt Thomas Peterss 'lootgieter' als bezitter van het pand Hooge Steenweg 10 (rechts) vermeld, daarna is het in bezit van zijn zoon. Aan deze familie heeft het iets noordelijker gelegen Loodgieterstraatje haar naam te danken. Strekte het grondstuk zich vanaf hier noordwaarts tot het straatje uit?
De kelder onder het pand is vanaf de straat toegankelijk. Een later aangebrachte dwarsmuur zal als fundering voor een scheidingsmuur tussen het voor- en het achterhuis gediend hebben. Tegen deze muur was in het hoge voorhuis een verhoogde vloer als insteek aangebracht. Deze bouwcampagne zal, gezien het baksteenwerk van de rechter zijmuur en de nog aanwezige moer- en kinderbinten van de eerste verdiepingsbalklaag van het voorhuis, in de 15de eeuw hebben plaatsgevonden. Enkele moerbalken hebben nog een sleutelstuk met peerkraalprofilering.
In het achterhuis zijn bouwsporen aangetroffen die mogelijk op een hijsinstallatie duiden. In dezelfde ruimte zal zich tegen de achtergevel een uitgebouwd toilet bevonden hebben. De oude steile kapconstructie is ten gevolge van oorlogsschade in 1948 geheel vervangen. Deze nieuwe kap strekt zich over beide panden uit.
| 236 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 44; CB 1573 f 47v; GZG I 1893; HT 1553; M 41; vSvY III, 554; Z 1502/'3. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 236-237
|
| |
|