Hoge Huis aan de Dieze (Engelen, Graaf van Solmsweg 71)
|
Het hoge huis aan de Dieze
Door Jac. J. Luyckx
In de fraaie rij gevels die de Diezekant in Engelen markeert, domineert het voormalige meisjespensionaat OLV van Lourdes, niet ten onrechte wel 'het hoge huis aan de Dieze' genoemd. In 1953 opgeheven herinnert een beeldje van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, omgeven door een stalenkrans van lampjes, nog altijd aan die periode, evenals de gevelsteen die behalve de naam ook het geboortejaar reproduceert: 1828. Maar boven de brievenbus verraadt de eigentijdse mededeling '2 x BD en 6 x Stadsblad' de huidige bestemming van deze indrukwekkende 'bouwdoos': zes appartementen. Waarvan twee bewoners geabonneerd zijn op het Brabants Dagblad.
Pater Matthias Wolff, jezuïet, had in 1824 in Amersfoort de 'Congregatie van de zusters der H. Maagd Maria, genaamd het gezelschap van Jezus, Maria, Jozef opgericht, in de wandeling de 'Zusters van JMJ'. Hij 'leverde' in 1826 de eerste twee zusters ten behoeve van de pretentieuze plannen van pastoor J. van Hooff van Engelen voor een groot meisjespensionaat, dat 'une Education Chrétienne' voor meisjes uit de hogere standen beoogde. Het deftige pensionaat, 'in een gezond en zeer aangenaam Dorp gelegen', afficheerde zich als 'Pensionnat de Demoiselles'. Frans was dan ook de voertaal en de zusters werden met Mère, later Soeur, aangesproken. 'Het doel onzes Instituuts is, der jonge Jufvrouwen de eenvoudigheid der zeden in te boezemen, haar hart tot de deugd te vormen en haren geest door de studie der noodige en nuttige wetenschappen te versieren.' Aldus zegt de prospectus uit 1829, die voorts verzekert: 'De Kweekelingen zullen nimmer zonder opzigt zijn, dewijl de waakzaamheid der Institutrices zich uitstrekt op alle plaatsen en in alle oogenblikken.' Het milieu van de pensionaires wordt misschien wel het best geïllustreerd door het feit dat veel later de vader van een der meisjes met eigen vliegtuig naar Engelen placht te komen om zijn dochter te bezoeken. 'Als hij in Engelen wilde landen moest eerst het prikkeldraad uit het weiland worden gehaald.'
Was Engelen aanvankelijk een 'succursaalhuis' - zeg maar dependance - in 1840 werd het klooster 'Materhuis'. Zij het niet voor lang, want in 1871 verhuisde de algemeen overste, Mère Supérieur met haar staf naar 's-Hertogenbosch waar 'Mariënburg' het nieuwe moederhuis werd. Het pensionaat in Engelen bleef, totdat ook dit instituut, naar de geest van de tijd, in 1953 werd opvoor 50 a Go blinde vrouwen stichtte met de bedoeling ze 'nuttig te laten werken in een aparte werkplaats om zodoende zoveel mogelijk in eigen onderhoud te voorzien'.
Toen de hele blindenzorg ('BLIZO') eind jaren zestig van Engelen naar de Steffenberg in Vught verhuisde, strandden pogingen om er gastarbeiders van de conservenfabriek Jonker Fris uit het naburige Heusden te huisvesten op verzet van de bevolking. Een verzet dat kracht werd bijgezet door het pand volledig te ontmantelen en leeg te plunderen. De desolate toestand waarin het sindsdien verkeerde weerhield enkele jaren later (1975) bouwlnindigenlarchitecten Paul Kooijman en Paul Huddleton Slater er niet van het hoge huis aan de Dieze te kopen om er appartementen in te maken.
De eerste kennismaking van Paul Kooijman met het gebouw dateert van 1973. 'Toen ik van de overkant van het water op Engelen keek vroeg ik me af: wat is dat voor merkwaardig pand? Ik hoorde dat het leeg stond en dat de gemeente niet wist wat zij er mee aan moest. Later ben ik gaan kijken en omdat ik veel vrienden in de beeldende kunst had, ontstond bij mij het idee om er, samen met het Bosch Kunstenaarscollectief, ateliers in te huisvesten.'
Met alle aan- en bijbouwen was het een gigantisch complex, uiteindelijk té complex voor Kooijmans ideeën. In samenspraak met zijn collega Paul Huddleton Slater werd de zaak hanteerbaarder. 'Als we ons eens beperkten tot de villa, zoals de gemeente dat noemde, het oudste deel van het pensionaat. Maar hoe? Aan de hand van een oude tekening voor de aanleg van centrale verwarming hebben we de oude structuur van het gebouw nog zo'n beetje kunnen vaststellen met daarin centraal de gang, die van voor tot achter het zestien meter diepe pand doorsneed. Maar tegelijk werd ons duidelijk dat we die stuctuur moesten aantasten door achter de ingang een trappenhuis aan te brengen dat de voorgenomen appartementen bereikbaar moest maken. Maar verder was van de oude structuur niet veel meer te bespeuren dan in het souterrain, waar nog restanten waren van de voorraadkamers en de voetbakken van de wasgelegenheid die de zusters er hadden gehad, en op de bovenste verdieping waar de booglijnen die de vroegere chambrettes overwelfden, zich nog lieten herkennen.'
Twintig jaar heeft Paul Kooijman eraan gewerkt, samen met mevrouw M. Wijns die in de voetsporen was getreden van haar al na een paar jaar overleden man, Paul Huddleton Slater. En nadat Paul Kooijman vier jaar geleden naar Bokhoven verhuisde heeft zij zich, samen met haar tweede man P. Monasso, met hernieuwde inspanning geworpen op de vervolmaking van wat haar levenswerk is geworden.
Aan de Diezekant profileert zich thans weer heel nadrukkelijk een indrukwekkende gevel, heel symmetrisch met een veelheid van ramen in vijf bouwlagen, waartegen het kleine bordes met de twee steile trapjes wat iel, maar onverminderd authentiek aandoet. Daar binnengaand bevindt zich rechts het appartement van mevrouw Wijns, een kamer-en-suite van bovenmodale afmetingen, waarin de oude zaalhoogte bovenzijds en de houten vloeren onderzijds de voorgeschiedenis van het gebouw representeren, samen met een oude kastenwand in de voorkamer, waarin overigens een tv-toestel de historie even onderbreekt. Rechts daarvan een oud Mariabeeld, dat mevrouw Wijns in 1978 bij het 150-jarig bestaan van het voormalige meisjespensionaat cadeau kreeg van de pastoor van Engelen omdat het gemaakt leek voor de nis die zich ter plaatse in de muur bevindt. 'Het is het beeld dat vroeger in processie over de dijk van Engelen naar Bokhoven mee op bedevaart ging.'
Wat nu de voorkamer van mevrouw Wijns is, was in het verleden een spreekkamer; de achterkamer is alieen op oude foto's nog als muziekkamer te bewonderen. Intussen worden voorbereidingen getroffen om de keukenhoek die zich in dit gedeelte bevindt, te verplaatsen naar de linkerhelft van het gebouw. De 'voorkamer', waar vroeger moeder-overste haar gasten ontving, wordt te gelegener tijd verbouwd tot een eenpersoons-appartement ten behoeve van de moeder van mevrouw Wijns, die nu nog vitaal genoeg is om zelfstandig te wonen. In deze woonruimte is het enige originele stucplafond dat de geschiedenis voor het nageslacht heeft willen bewaren, in ere hersteld. Hier en op een enkele andere plaats wordt ook oud sierschilderwerk dat in een ver verleden oude wanden heeft opgefleurd, nieuw leven ingeblazen. Door het verplaatsen van de keuken kan mevrouw Wijns ook uitvoering geven aan haar ideaal om haar eigen appartement - zoals trouwens het hele pand - zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Waardoor ook het 'bushokje' dat nu in de woonkamer nog tochtportaal staat te wezen, zal verdwijnen. Op de eerste verdieping rechts van het trappenhuis bevinden zich naast en achter een ruim bemeten kantoorruimte de slaapvertrekken, waarbij die van een der dochters, achter de kapel, deels nog een zogenaamde Lourdesgrot is geweest.
De kapel is weer een ander appartement, waar in modern wooncomfort nog tekenen des tijds zijn te vinden in de vorm van een gietijzeren pilaar die ooit waarschijnlijk een balustrade tot steun heeft mogen zijn en een nis in de muur. In de slaapkamer herinneren oude kazuifelkasten aan de vroegere bestemming van deze ruimte als sacristie. Op deze verdieping bevindt zich het vierde appartement, op dit moment volop in verbouwing. Op de bovenste verdieping - even afgezien van nog een bergzolder - floreren twee identieke, zij het spiegelbeeldige appartementen, waar de uitspringende, gestucte boogspanten van de slaapzalen in oude luister zijn hersteld en royale dakvensters voor een prachtig uitzicht zorgen. In het rechter appartement heeft kunstschilder Peter de Gouw heel ingenieus een klapwand gefabriekt waarmee hij op elk gewenst moment een aparte werkruimte kan creëren. En wat het uitzicht betreft wijst mevrouw Wijns gelukzalig op de voorkant, waar over de Dieze heen een stukje natuur zich in alle ongereptheid etaleert, zo mooi dat het 25 jaar onafgebroken bouwmisère alleszins vergoedt. 'Dit uitzicht is zo uniek dat je het een voorrecht mag noemen. Daardoor houd je het allemaal vol.'
| Bronnen | | • | Archief Brabantpers | | • | Gedenkboek der Congregatie van de Zusters der H. Maagd Maria, genaamd het gezelschap van Jezus, Maria, Jozef ('s-Hertogenbosch 1922) | | • | A. Heimeriks-van Dinter, Pensionaat O.L.V. van Lourdes te Engelen 1826-1953 (Engelen 1987). |
Bossche Bladen 3 (1999) 74-77
|
| |
|
Het voormalige moederhuis te Engelen pensionaat van O.L.V. van Lourdes
Velen onder ons kennen het imposante huis aan de Dieze, dat tot opschrift draagt: Pensionaat van O.L.V. van Lourdes. Bijna honderd jaren hebben op dat rustige plekje zusters van J.M.J. geleefd en gewerkt.
Geschiedenis
Van uit Amersfoort werd in 1826 het eerste Succursaalhuis gesticht en wel te Engelen bij Den Bosch. De aanleiding was de volgende. De Zeer-eerw. Heer Pastoor van Hooff, Norbertijn, had een nieuw kerkje noodig en wist daartoe aan de Regeering eenigen steun te verkrijgen. Van de gunstige stemming der Regeering maakte hij tevens gebruik, om verlof te krijgen een onderwijsinrichting te openen. Daartoe had hij katholieke, liefst religieuze onderwijzeressen noodig en wendde zich met dat doel tot den Pastoor van Hoogstraten in België. Daar van dien kant de hulp niet spoedig genoeg kwam, wendde hij zich ook tot Pater Wolff. In 1826 kwamen twee zusters uit Amersfoort, later nog door twee anderen gevolgd, te Engelen aan. Nauwelijks waren deze zusters daar gevestigd, of Mejuffrouw Leiser en haar twee nichten, door de Pastoor van Hoogstraten gezonden, arriveerden eveneens in Engelen. Pastoor van Hooff besloot ook deze te houden en verdeelde het werk zóó, dat de zusters van Amersfoort zich zouden belasten met het onderwijs, terwijl Mej. Leiser een liefdehuis zou openen, ter verzorging van krankzinnigen en kostjuffrouwen. Deze twee inrichtingen steunden elkaar. Moeder Leiser, zooals zij nu genoemd werd, en haar gezellinnen, die nog niet tot het religieuze leven gevormd waren, kregen dagelijks onderricht van Zuster Antonia Dubois, de overste der Amersfoortsche zusters.
Later verliet Moeder Leiser Engelen en ging met hare nichten naar Tilburg, waar zij in 1832 onder leiding van Mgr. Zwijsen, de eerstelingen vormden van de nu zoo bloeiende Congregatie van Tilburg.
Het boerenhuis door onze zusters te Engelen bewoond, blaak al spoedig voor 't aantal leerlingen te klein. Dank zij den invloed van Pastoor van Hoof kon men in 1827 met een nieuw gebouw beginnen, dat in 1829 door zusters en pensionnairen betrokken werd. Het is het nu nog bestaande gebouw aan de Dieze met zijn hoog steenen bordes.
Tijdens de onlusten van 1830 moest het pensionaat te Engelen tijdelijk gesloten worden; de kinderen werden naar huis gezonden en de zusters begaven zich naar Vlijmen. Vrij spoedig konden de werkzaamheden weer worden hervat.
Het jaar 1840 was voor Engelen gewichtig.
Na de splitsing der Congregatie werd het Succursaalhuis Moederhuis en werden dus de huizen van Nijmegen en Zevenbergen aan dat van Engelen ondergeschikt. Het pensionaat bleef er bestaan tot 1862. Toen werd het op raad van Mgr. Zwijsen opgeheven. Een der redenen zal wel geweest zijn de besmettelijke ziekte, die dat jaar in Engelen heerschte en waarom ook de professie der zusters een jaar moest worden uitgesteld. Nog andere kleinere rampen kwamen het Engelsche huis bezoeken. De uitgestrekte lage landen stonden 's winters menig keer blank en dan was het verkeer met Den Bosch dikwijls moeilijk. Mgr. Zwijsen schreef dan ook in een brief van 26 Jan. 1861 aan de toenmalige Algemeene Overste, Soeur Adrienne Pijpers: „Zoodra de gevolgen der overstroomingen zullen zijn weg geruimd en de wegen het toelaten, zal ik Engelen een bezoek komen brengen, om zoveel doenlijk het pensionaat te relevéren. Engelen is slecht gelegen voor een Moederhuis, zoals UEw. te regt opmerkt.”
Men begon daarom plannen te maken het Moederhuis naar Den Bosch te verplaatsen. Dat gebeurde in 1871. Engelen nam dus weer plaats in de rij der Succursalen, waarvan het aantal intusschen tot 15 gestegen was. Nu kon, mede in verband met de opheffing van het pensionaat te Waalwijk, dat te Engelen weer worden gepoend. Reeds het 1e jaar telde het 40 leerlingen. De volgende jaren brachten steeds toenemenden bloei, zoodat in 1875 reeds moest worden overgegaan tot verbouwing van twee bestaande woonhuizen naast het pensionaat tot doelmatige lokalen. In 1898 werd het geheel nog vergroot met een gebouw voor de kleine pensionnairen.
Het onderwijs werd steeds meet uitgebreid en verbeterd. In 1918 werden de hoogste klassen ingericht voor M.U.L.O. Het pensionaat telt thans een klein honderd leerlingen. Daarnaast bedienen de zusters een leer- en bewaarschool voor de dorpskinderen.
Gedenkboek der congregatie van de zusters der H. Maagd Maria (JMJ). 's-Hertogenbosch 1922
|
| |
|
Voormalig pensionaat O.L. Vrouw van Lourdes
Graaf van Solmsweg 71
De norbertijner pastoor Jacobus van Hooff wilde een meisjesschool in zijn parochie en pater Wolff zond hem in 1826 twee zusters. Ze begonnen in een boerenwoning een schooltje. In het voorjaar van 1828 begon de bouw van een pensionaat voor de ZUSTERS VAN J.M.J. Het werd in februari 1829 betrokken door zusters en pensionaires, die er bleven totdat het huis het moederhuis van de congregatie werd. De geïsoleerde ligging van Engelen was een van de redenen om het moederhuis naar ’s-Hertogenbosch te verplaatsen. Toen het nieuwe moederhuis in 1871 klaar was, werd het klooster in Engelen succursaalhuis en kon het pensionaat worden heropend. In 1875 kochten de zusters twee woonhuizen, die ze verbouwden tot schoollokalen.
Het jaar daarop werden een meisjesschool en een bewaarschool geopend. In 1898 betrokken de kleine pensionairen een nieuw gebouw. Er volgden uitbreidingen en in 1909 bouwde architect A. Pijnenburg uit ’s-Hertogenbosch een nieuwe bewaarschool en een meisjesschool. In 1918 begon men met mulo-onderwijs.
De communiteit in Engelen werd opgeheven in 1953 en het complex werd verkocht aan de Stichting Centraal Orgaan van het Katholiek Blindenwezen, het blindeninstituut BLIZO, een dependance van Grave. In 1973 ging het over aan de gemeente ’s-Hertogenbosch, die het in 1975 verkocht aan twee echtparen.
Op dit moment zijn er wooneenheden gevestigd.
Het hoge, drielaagse bakstenen gebouw heeft een stijlvolle neoclassicistisch aandoende gevel met hoge stoep. Oorspronkelijk was er een fronton boven de middenrisaliet.
Daarmee is dit gebouw typerend voor de terughoudende waardigheid van de vroege congregatiekloosters.
Het zou veel gelijkenis vertonen met een pensionaat in Diekirch in Luxemburg, de geboorteplaats van pater Wolff. De lijstgevel heeft een risaliserende middenpartij en is zeven vensterassen breed. Het huis heeft een souterrain, bel-etage, twee verdiepingen en een zolder onder een met leien gedekt afgeplat schilddak. Boven het souterrain verkleinen de rechthoekige stolpramen zich per verdieping van acht-, naar zes- en vierruits. Er is een bordes met stoephek. Boven de gestucte kroonlijst vervangen drie hoge dakkapellen met vleugelstukken het fronton. De aangebouwde tweelaags huizen hebben een vergelijkbare, maar eenvoudigere gevel met kroonlijst.
| 387 |
Jan Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant (Alphen aan de Maas 2010) 387
|
| |
| 1999 |
Jac.J. Luyckx
Aanzienlijke huizen. Het hoge huis aan de Dieze
Bossche Bladen 3 (1999) 74-77
|
| 1922 |
Redactie
Het voormalige moederhuis te Engelen pensionaat van O.L.V. van Lourdes
Gedenkboek der congregatie van de zusters der H. Maagd Maria (JMJ) (1922) 31-33
|
| 2010 |
Piet Hartman
Kunstenaars redden meisjespensionaat
Brabants Dagblad dinsdag 14 september 2010
|
| 2010 |
Piet Hartman
'Lieve vrouw' belangrijk voor Engelen
Brabants Dagblad dinsdag 14 september 2010
|
| |
|