|
'Het Wapen van Oistenrijck' (1603)
Pensmarkt 30
Dit pand vormde samen met het buurpand nummer 32/34 oorspronkelijk één geheel. Mogelijk behoorde ook het grote pand Pensmarkt 36 tot dit erf, aangezien het geheel in de tweede helft van de 14de eeuw in handen was van de familie Dicbier. In 1386 wordt melding gemaakt van een gemeenschappelijke zijmuur met het linker buurpand. Op het perceel van Pensmarkt 30 en 32/34 stonden toen drie kamers, waarvan er één als stenen achterkamer werd aangeduid. Deze achterkamer behoort thans tot Pensmarkt 32.
In het begin van de 16de eeuw is Willem van Oss en daarna zijn zoon Giel bezitter. Zij moeten volgens het cijnsboek van 1520 een hertogcijns betalen voor een perceel van 19½ voet (= 5,61 m), wat smaller is dan het huidige perceel. Dit is verklaarbaar aangezien de linker zijmuur voor de helft van de breedte tot het buurperceel behoorde en de gemeenschappelijke zijmuur met de rechter buur niet in het midden van het perceel geplaatst was.
Er moet ook betaald worden voor een kelder onder de straat. Deze kelder staat nog weergegeven op een bouwtekening uit 1934. Ook de kelder onder het huis, die nu niet meer toegankelijk is, staat er op aangegeven. De kelder was vanaf de straat toegankelijk en stond in verbinding met de buurkelders en de kelder onder de stenen achterkamer.
Bij de haardentelling van 1553 wordt de weduwe van Giel van Oss, die wijnverkoopster is, aangeslagen voor drie schouwen, die voor vier geteld worden. Dit betekent dat er een herberg in het pand gevestigd was.
Aangezien het pand in de 19de en 20ste eeuw ingrijpend is verbouwd, valt niet meer na te gaan waar deze schouwen zich bevonden hebben. Ook over de verdere indeling en de constructies zijn geen gegevens meer voorhanden.
| 261 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 43v; HT 1553; Intern rapport BAM 36, 17; M 31; vSvY III, 522. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 261
|