|
'inde Want' (1552/3) of 'De Gulden Wanne' (18de eeuw)
Pensmarkt 19
In 1532/'33 is sprake van een 'kamer' gelegen aan de Markt, ter plaatse 'gezegd onder die Cameretten'. Of het pand tot de 'Corte Cameren' behoorde, valt echter te betwijfelen. Het stond wel in relatie met het hoge hoekpand Markt 42, zoals hierna zal blijken. In het cijnsboek van 1520 is er sprake van een kelder onder de straat en een getralied venster. Nicolaas Faes betaalt er een hertogcijns van 20 'schellingen' voor. In 1573 is de hertogcijns met 2 'schelling' en 8 'penning' verhoogd in verband met een uitbreiding van het pand. Dit slaat op dezelfde vergunning uit 1588 als hiervoor bij Markt 42a is vermeld. De oude, vermoedelijk houten gevel zal toen vernieuwd zijn, waarbij de overstekken tot op de begane grond zijn doorgetrokken. In de huidige kelder zijn bouwsporen die daar op wijzen.
Bij de haardentelling in 1553 wordt geen melding gemaakt van stookplaatsen. Mogelijk was er een centrale stookplaats die gemeenschappelijk was met Markt 42 en 42a. Dat er relaties waren tussen deze panden wordt duidelijk uit een schepenakte uit 1611. Er is in dat jaar sprake van een verbinding op de begane grond tussen Markt 42 en 42a. Het hoge hoekpand 'De Gulden Poirte' is: 'bove om hooch streckende', boven over 'De Gulden Camme' en een woning genaamd 'De Helle' (Pensmarkt).
Op het eind van de 16de eeuw is Michiel Want cijnsplichtige. Heeft zijn naam betrekking op die van het huis? In 1569 is het niet meer in zijn bezit. Dan wordt mr. Gerrit, de barbier als zodanig vermeld.
De oude kelder, die vanaf de straat en vanuit Pensmarkt 17 toegankelijk is, kan nog uit de 14de eeuw dateren. In de zijmuren zitten bouwsporen die in verband gebracht kunnen worden met een straatkelder of een kelderingang met pothuis. Op het schilderij van het Schermersoproer staat het huis afgebeeld met de zijgevel aan de Pensmarkt. Er is een kelderingang zichtbaar die op de midden 19de-eeuwse tekening van A. de Peellaert is uitgebouwd tot pothuis. Op deze tekening is de voordeur van het pand verplaatst naar de noordgevel. Het huis telde in de 16de eeuw twee bouwlagen met kap. De lage begane grond had een deur in het midden van de zijgevel met een kruisvenster aan weerszijden. De zijgevel was voorzien van een luifel. De verdieping bezat één kruisvenster.
| 290 |
| Literatuur |
| | ARB I 309 f 57v en f 62r; CB 1520 f 98v; CB 1573 f 100; GZG, I 1887; HT 1553; M 1485; Z 1552/'53. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 290
|