De Cuyp (Pensmarkt 12-14)
|
'De Cuyp' (1532)
Pensmarkt 12-14
Ook dit perceel behoorde tot het 73 voet brede terrein dat in de tweede helft van de 14de eeuw verdeeld is. Het perceel is dan in handen van de familie Cuper van Gorinchem, naar wie het pand zal zijn vernoemd. Bij de heffingen van de hertogcijnzen lijkt het nog verdeeld te zijn in twee bijna even grote percelen. Andere 16de-eeuwse archiefbronnen, zoals de zettingen, de haardentelling en ook de bouwhistorische gegevens, geven daarentegen een indeling in drie afzonderlijke huizen aan. Deze driedeling zal derhalve aan het eind van de 14de of het begin van de 15de eeuw haar beslag hebben gekregen.
In 1506 wordt het pand door Jan van Dortmont gekocht en komt het door erving in handen van Cristoffel van Amstel. Zijn weduwe verhuurt het aan de biertapper Jan van Oyen, die er een herberg vestigt. Hij moet in 1553 voor zes schouwen betalen, een aantal dat voor een herberg niet ongebruikelijk was. Enige jaren later is het pand verhuurd aan Jan Pieterss Coelhouwer, vermoedelijk familie van mr Cornelis Coelboerner en zijn vrouw Lieske, die we kennen van Pensmarkt 8. In 1579 komt het pand in handen van August Paeuweter, die eveneens familiebanden had met de bezitter van Pensmarkt 8.
Waar de stookplaatsen zich in de 16de eeuw bevonden, is in het huidige pand niet meer na te gaan. Een dwarsmuur, waartegen de stookplaatsen gesitueerd kunnen zijn geweest, is niet aangetroffen. Wel lijkt het erop dat er een smallere achtervleugel geweest is. Het hoofdhuis en (een gedeelte van) de achtervleugel zijn onderkelderd. Vermoedelijk was de kelder in de lengte in twee beuken verdeeld. Hij was vanuit de achtervleugel toegankelijk. De rechter zijmuur van de kelder is geconstrueerd als kistwerk met in het binnengedeelte van de muur stukken tufsteen. Deze muur behoorde tot het rechter buurpand, waartegen het huis later is aangebouwd.
Van de eerste verdiepingsbalklaag zijn nog enige bouwhistorische gegevens
| 255 |
aanwezig. Het was een samengestelde balklaag, waarvan de moerbalken opvallend dicht bij elkaar lagen. Het pand is in de tweede helft van de 19de eeuw grotendeels vernieuwd, waardoor de reconstructie van de 16de-eeuwse situatie, waarbij uitgegaan is van drie bouwlagen met zolder, niet echt hard te maken is.
| 256 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 42; CB 1573 f 46v; HT 1553; Intern rapport BAM 36, 15-16; M 24; vSvY III, 510-511; Z 1552/'53. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 255-256
|
| |
Kelder eind 16e eeuw zeker aanwezig.
Bron: Verkennend onderzoek publieksfuncties kelders aan Markt en Pensmarkt
|
| |
|
Het huis de Kuip of de Pastey
Nos. 12 en 14
Dit huis, dat naast het laatstbedoelde staat, heette aanvankelijk de Kuip en was in 1532 onder dien naam eene herberg, waarvan toen waard en waardin waren Dirck Hermanszn en diens echtgenoote N. (Reg. n° 143 f. 160).
In 1549 was daarvan eigenaar Christoffel van Amstel Ameliszoon, tengevolge van zijn huwelijk met Jacoba, dochter van Jan, den zoon van Mathijs Lambertszn van Dortmont, bijgenaamd den pijper (welke Jan van Dortmont dat huis 20 November 1506 had gekocht); zij droeg 17 Mei 1558 den tocht, dien zij als als langstlevende der echtgenooten daarvan had, over aan hare kinderen Jan en Petronella van Amstel, die het daarop (Reg. n° 200 f. 225) verkochten aan den op blz. 508 genoemden Jan van de Water Everardszoon; deze verkocht het 28 Januari 1562 (Reg. n° 208 f. 168) weder aan Willem Cloot Henrickszn. Daarna was eigenaar van dit huis de in Deel II p. 141 genoemde jonker Willem van Lyer, die het verkocht aan Herman, zoon van Peter Jacobszn Breye. Elisabeth, de weduwe van dezen laatste en hun zoon Jacob verkochten het
| 510 |
in 1579 (Reg. n° 238 f. 74) op hunne beurt aan Augustijn Paeuweter Franszn, die gehuwd was met Catharina, dochter van mr. Frans van den Hanenberch. Hun zoon Frans Paeuweter verkocht 20 November 1625 (Reg. n° 362 f. 71 vso) 1/4 daarin aan hunne dochter Barbara Paeuweter, de echtgenoote van Reynier Henrickszn van Boxtel; zij en de voogden over de onmondige kinderen, door haren broeder Jan Paeuweter verwekt bij Catharina, dochter van Henrick van Berckel, verkochten 24 Maart 1635 (Reg. n° 337 f. 104) dat huis weder aan den kramer Johan van Boxmeer, zoon van den op blz. 145 genoemden Anthonis Rutgerszn van Boxmeer. Hij had van zijne vrouw Genoveva van Donck deze Idnderen: Johan, Elisabeth, Rogier, Jacobus, Coenradus en Gijsbert, die met uitzondering van dezen laatste, welke toen reeds was overleden en voor wien bij plaatsvervulling optraden zijne kinderen, 12 December 1079 (Reg. n° 475 f. 60 vso) dat huis, hetwelk in 1648 reeds de Pastey heette, verkochten aan Reinier van Boxtel; van dezen erfde het diens zoon Michiel van Boxtel 1).
Thans is dit huis het café de Lohengrin.
Naast hetzelve stond oudtijds een huis, dat gezegd werd te zijn Het Paleis van den Hertog van Brabant.
| 511 |
| Noten | | 1. | Protocol van den Bosschen notaris de Bye van 1717 f 286. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 510-511
|
| |
|