Hoofdmenu

Artikelen    
Boeken    
Sasse van Ysselt    
Verhalen en legenden I    
Verhalen en legenden II    
afb. 1920

Sociëteit Casino (1892 - ) (Papenhulst 31)

Een van de oudste foto's (ca. 1920) van Sociëteit Casino op de Papenhulst. Eind 1945, begin 1946 werd hier de tuin van de Zusters van de Choorstraat aangelegd.
Bron: Bossche Bladen 1 (2006) 16
~~~
In 1828 werd in Den Bosch de Sociëteit Casino opgericht. Aanvankelijk beschikte zij slechts over een houten tent, maar in 1853 kreeg de sociëteit aan de Papenhulst een eigen gebouw, dat echter in 1892 werd vervangen door het gebouw dat hierboven is afgebeeld. In 1935 kwam op de Parade de nieuwe schouwburg Casino.
Bron: Ach Lieve tijd : 800 jaar Den Bosch en de Bosschenaren 11 (1983) 261

De Sociëteit Casino en de Normaalschool
525
526
527
528
529
530
531
532
533
534
535

Noten
1. In eene Bossche Schepenakte van 1543 (Reg. no. 166 f. 91) wordt vermeld, dat Gerard, zoon van wijlen Cornelis de Jeger, (die de zoon was van Gerard de IJagher. Reg. no. 100 f. 460 vso), en domicella Ottona van Ewick Goijartsdr, bezit landerijen te Huisseling, hem aangekomen van zijne ouders en wijlen zijnen broeder Kaerle en dat hij die alstoen verkocht aan zijne zuster Margaretha, huisvrouw van Claes van Gent.
2. Over hen waren in 1592 voogden: Antonius Berewout, David Everswijn en Paulus Raessen.
3. Haar broeder en zuster waren Johan en Beatrix Spierinck van Well.
4. Gerard Spierinck van Well, wiens vader ook Gerard heette, was gehuwd met Beatrix Monicx, dochter van Jan en Christina Potter van de Loo.
5. Wapen: een doorsneden schild, waarvan in de bovenste helft drie hamers naast elkaar staan.
6. Wapen: twee lelies en een vrijkwartier, waarin een hoorn.
7. In eene Bossche Schepenakte van 1507 (Reg. no. 644 f. 144 vso) staat daarentegen duidelijk: Domicella Katherina, filia quondam Hectoris die Bever, filii quondam Rodolphi die Bever.
8. In 1688 was geërfd te den Bosch de luitenant Gielis de Cock van Kerkwijk als man van Sara Elisabeth Focanus, dochter van François, raad van den Bosch en landdrost van de Meierij van dien naam.
9. Mr. Jan van Bethmeer was de zoon van Simon en Isabella van de Water en kleinzoon van Jan, den zoon van Goijart Janszoon van Bethmeer, gehuwd met Elisabeth van Oerle, dochter van Dirck en Theodora Pelgrom de Bye Hermansdochter.
10. Hij ondertrouwde in 1691 te den Bosch met Geerbrecht van Neck, woonachtig te Amsterdam.
11. Heer Anthonius van den Eeckhout, priester, zoon van Peter, verleende in 1548 eene grondrente uit dit huis (Reg. no. 176 f. 87).
12. Men zie over eene kwestie, die de gezusters Sybilla en Catharina Raessen en Goyart de Jeger over hunne hierbedoelde huizen hadden, Reg. no. 353 f. 297 vso.
13. In eene Bossche Schepenakte van 8 October 1595 (Reg. no. 232 f. 158) staat voor Molmans: ,,den molenmaker''.
14. Zij waren in 1682 met elkander gehuwd.
15. Zij was geboren te den Bosch 12 Maart 1696 en overleed in 1744. Men zie over de families van Leefdael en Suljard het Maandblad van de „Nederl. Leeuw" 1908 p. 5.
16. In een dier huizen, het tweede van de brug, zal de Fransche maarschalk de Tallard in 1704 krijgsgevangene zijn geweest. Van Heurn Historie III p. 389.
17. Men zie over hem Taxandria X p. 100.
18. Men zie hierover Mémoires d'une contemporaine I p. 132 en vlgd. en Taxandria XV p. 125.
19. Zooals wij in Dl. I blz. 101 reeds zagen werden in den Bosch, vóór dat de Societeit Casino opgericht was, de concerten en bals gegeven in het oude Statenlogement.


De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1910) 525-535
 

De verboden cancan
Door Henny Molhuysen

In de Maaspoorthal zal Aïda te horen en te zien zijn. Er zijn méér opera's, operettes, musicals in Den Bosch te bewonderen geweest. Bij sommige gelegenheden greep de overheid in om een bepaalde uitvoering te voorkomen.
In de Bossche krant van zaterdag 14 november 1874 stond om het kopje 'Laatste Berigten' vermeld dat de voor zondag in de schouwburgzaal van het Casino aangekondigde opvoering van de operette 'Pariser Leben' (La Vie Parisienne) verboden werd. Dat gebeurde door de waarnemend-burgemeester Joh. Theod. Luijckx, „wegens hara onzedelijke strekking”. Abraham van Lier en zijn toneelgezelschap uit Amsterdam behoefde de reis naar het zuiden dus niet te maken: de uitvoering van het muziekstuk van Offenbach werd in de Hertogstad kennelijk niet op prijs gesteld.
Een jaar tevoren had de Bossche geestelijkheid de gelovigen reeds verboden de opvoering 'La fille de madame Angot' bij te wonen, door welke opvoering „onze anders zoo rustige stad in opschudding werd gebragt”.
Ni, in 1874, had het gemeentebestuur zelf ingegrepen. Dat gebeurde in een burgemeesterloos tijdperk: eind november zou burgemeester Luyben geïnstalleerd worden. Tal van ingezonden brieven verschenen in de kranten , zowel van voor- als tegenstanders van het gemeentelijk besluit.
Degenen die de uitvoering juist wel op prijs stelden, lieten blijken dat de waarnemend burgemeester kennelijk sterk beïnvloed was door de geestelijkheid, of zij beschreven met enige minachting het culturele klimaat in de stad: „waar men nog altijd eenigen afschuw heeft van de producten van het moderne toneel”.
Brieven over de juistheid van het bestuurlijk ingrijpen werden eveneens geschreven en in de plaatselijke pers letterlijk overgenomen. Enkele leden van de Sociëteit Casino schreven een brief aan de Tweede Kamer en aan de Koning om de locoburgemeester wegens willekeurige handeling en misbruik van macht te bestraffen. De eer en goede naam van de Socïeteit was aangetast, terwijl men bovendien met de financiële gevolgen te maken kreeg. Financiële gevolgen kende natuurlijk Van Lier eveneens: hij had de zaal moeten huren, advertenties in de kranten moeten plaatsen, aanplakbiljetten laten verspreiden, terwijl het décor vervoerd moest worden en de artiesten hun honorarium dienden te ontvangen.
Uit de ingezonden brieven blijkt tevens dat op het toneel de cancan zou worden gedanst! Daarom was ook in Engeland in hetzelfde jaar deze operette verboden. De cancan is een dans die in Parijs slechts op enkele plaatsen gedanst zou worden waar eerbare mensen niet zouden komen („Nederlandsche huisvaders, die er met hun vrouw aan den arm uit nieuwsgierigheid heengaan, uitgezonderd”, meldde een krantenartikel).
Minister Heemskerk van Binnenlandse Zaken reageerde ten slotte naar de Tweede Kamer: een burgemeester mag preventief waken. De klacht over 'de willekeur' van de burgemeester: in strijd met de wet. De journalist van het Staat- en Letterkundig Dagblad De Noordbrabanter kon daarom de bezwaarmakers van de Sociëteit bekommentariëren: „Dat komt ervan als men zich encanailleert met vuile opera bouffes in bescherming te nemen!”


Brabants Dagblad donderdag 23 augustus 1990
 

Bals masqués
Door Henny Molhuysen

In 1928 werd aan de Papenhulst een sociëteit opgericht. Het bestuur hield zich bezig met het ontwerpen van een reglement, het ontwerpen van plannen voor een concert- en danszaal, het opmaken van een contract met de kastelein en het organiseren van concerten en bals. Dat laatste gebeurde inderdaad in de in 1829 gebouwde concert- en balzaal. Toen koning Willem II in 1841 's-Hertogenbosch bezocht, woonde hij op 1 mei er een bal bij. Van 's avonds negen uur tot na half een 's nachts danste hij. De kroniekschrijver van de Sociëteit merkte erover op: 'een ridderlijke Vorst als hij was (verliet het bal niet) dan na menig dansje met de Bossche schoonen te hebben gedaan'.
In 1953 kwam er een nieuwe schouwburgzaal in plaats van de krakkemikkige 'tent'. Als de stoelen nu langs de kant gezet werden, was het een pracht van een balzaal. Het bouwen van deze zaal had het sociëteitsbestuur echter in de schulden gezet. Om uit de rode cijfers te komen begon men om tijdens de vastenavonden enige 'bals masqués et parés' te organiseren. Het moeten glasblazers uit Luik geweest zijn die in het midden van de negentiende eeuw de carnavalsviering stimuleerden. Een massale viering was het gevolg. Zowel in de volkswijken als bij de goede burgerij deed men aan vastenavond. De drank stroomde lustig.
Voor de gegoeden betekende 'vastenavond' het deelnemen aan het gemaskerde bal in de zaal van sociëteit Casino. Tegen betaling kon men daar aan deelnemen. Hierdoor kreeg de vastenavondviering een geweldige stimulans. Men liet zich kostbare carnavalscostuums maken en kocht toegangskaarten, ook voor de verschillende andere Bossche sociëteiten. Onherkenbaar door de mombakkers werd er aan het 'bal masqués et paré' deelgenomen. Niet herkend konden daardoor de Bossche élite en de militairen van het garnizoen zich in het feestgedruis storten. En de champagne vloeide rijkelijk tijdens deze gemaskerde bals. De pierrot, de hertogin, de spaanse danseres, de adellijke figuur en het herderinnetje vermaakten zich kostelijk. Er was nog geen 'boer' te bekennen...
De scheiding tussen de beide wijzen van carnaval viering in 's-Hertogenbosch werd steeds groter: de élite vermaakte zich in het Casino en in de andere sociëteiten; de arbeider in de volkscafé's. Aan het samengaan van beide soort vieringen en aan de organisatie van het Bossche (Oeteldonkse) is vanaf 1862 de grote verdienste van De Oeteldonksche Club. Het dorp Oeteldonk ontstond; vele fantasiekostuums verdwenen en een uniforme boerenkiel kwam in het dorpsbeeld.


Brabants Dagblad donderdag 7 februari 1991
 

1990

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : De verboden cancan
Brabants Dagblad donderdag 23 augustus 1990
1991

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Bals masqués
Brabants Dagblad donderdag 7 februari 1991 (foto)
1994

M.T.J. Bruggeman

• Archief van de "Vereniging sociëteit Casino" te 's-Hertogenbosch, 1828-1986
• Stukken betreffende Gebouwen op de Papenhulst te 's-Hertogenbosch, daterende van vóór de oprichting van de "Vereniging Sociëteit Casino", 1691-1816
• Aanvulling dd. april 1987 op het archief van de "Vereniging Sociëteit Casino", te 's-Hertogenbosch, 1946-1986
Vereniging Sociëteit Casino ('s-Hertogenbosch 1994)
1996

Jo Hendriks

Sociëteit Casino aan de Papenhulst
KringNieuws 5 (1996) 14
2006

Marcel van der Heijden

Oude Hulst en Papenhulst
Bossche Bladen 1 (2006) 15-16  [pdf]
 

1928

A.F.O. van Sasse van Ysselt

Gedenkschrift der Societeit Casino : Uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarg bestaan
's-Hertogenbosch 1928