De Gulden Bodem (Orthenstraat 7)
Het Steeghuis is een moderne benaming voor het achterhuis van het pand De Gulden Bodem, Orthenstraat 7. In 1596 stond het als 'hooghuys' omschreven. In de 17e eeuw woont er Margriet van Esch, in de 18e eeuw Adriaan van Orthen, een advocaat. Diens niet onbemiddelde weduwe doet in 1746 mee aan een project om het erf achter buurhuis De Lintmolen tot aan de Dieze vol te bouwen met huurhuisjes. Kleine eenkamerwoningen zijn het, voor eenvoudige mensen met beroepen als kramer, mandenmaker, brandersknecht, bierdrager, kleermaker, hoedenmaker, kantwerkster, naaister, garentwijndersknecht of stoker. Onder de latere bezitters van deze huurhuisjes komen overigens we overigens nog een bekende naam tegen, die van de brouwer Lambert van Roosmalen (van de Gulden Brouwkuip).
~~~
De blauwe sluitsteen in de boog boven het raam in Het Eerste Straatje van Best vermeldt het jaartal 1831. Dat markeert de verbouwing van het Steeghuis, die Van Miert als nieuwe eigenaar liet uitvoeren. Wat nu een groot raam is, moet in die tijd een deur geweest zijn, waardoor karren en wagens in en uit reden. Een bouwkundige aanwijzing daarvoor ligt in het pand: de vloer ligt een stukje lager. Bij de restauratie van De Gulden Hopsack in 1973 is Het Steeghuis (huidige naam 'Achter 't Glas') ontpleisterd, zodat de bakstenen muren weer zichtbaar werden. Het pand is ook van binnen zoveel mogelijk in authentieke stijl gerestaureerd.
Bron: F. van Lanschot Bankiers NV
|
'De Gulden Bodem' (1596)
Orthenstraat 7
In 1596 werd het pand als 'hooghuis' omschreven. Deze benaming is voor het bescheiden hoekpand thans zeker niet meer van toepassing. De niet onaanzienlijke familie Pelgrom bezat in de 16de eeuw grondcijnzen in het pand, maar het gebouw zal hierdoor niet de status van 'hooghuis' te danken hebben. De hertogelijke cijnsboeken duiden ook niet op een boven modaal pand. In 1520
| 147 |
wordt er geen cijns vermeld. In 1573 wordt de lakenkoopman Hendrik van Gangele vermeld, daarna achtereenvolgens de slotenmakers Jan Peeter Jansen en Jan Peeters van Tegelen.
Het perceel is belast met een geldbedrag, zonder vermelding van een breedtemaat. Omgerekend zou het 21 voet (= 6,04 m) breed moeten zijn, even breed als tegenwoordig. Het pand is verdeeld in een voorhuis en een klein achterhuis, dat voorzien is van een gedeeltelijk boven maaiveld gelegen kelder. Aan de achterzijde grenst het aan de kort na 1600 gebouwde bierbrouwerij van de buren.
| 148 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 11; CB 1573 f 12; PG 435; M 140. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 147-148
|
| |
|