Sint Antonius (Minderbroedersstraat 28-30)
|
'Sint Antonius'
Minderbroedersstraat 28-30
In de tweede helft van de 16de eeuw is de kramer Arnold van Muers de bezitter. Hij moet in 1553 voor twee schouwen betalen. Het pand is gedeeltelijk onderverhuurd aan de goudsmid Klaas van Swoll, die we kennen van het hoekpand aan de Schapenmarkt.
Het pand grenst aan de rechter zijde aan de oude stadsmuur. In de kelder zijn veel hergebruikte bakstenen toegepast, die gezien de grootte van de stadsmuur afkomstig zullen zijn. Het pand moet van ná de ontmanteling van de stadsmuur dateren. Het metselwerk van de zijmuren wijst op de tweede helft van de 14de eeuw. De kelder die vanaf het achtererf van Schapenmarkt 7 en vanaf de straat toegankelijk was, behoort tot de 14de-eeuwse opzet. De dwarsmuur in de kelder is van een latere tijd, vermoedelijk de 16de eeuw. Er zal toen een nieuwe indeling gemaakt zijn in een voor- en achterhuis. De scheidingsmuur tussen beide bouwdelen zal echter niet tot boven het dak hebben doorgelopen, aangezien er op deze plaats een hoog eikenhouten dekbalkjuk is geconstateerd. De rookkanalen van de twee schouwen moeten dan tegen de zijmuren gelopen hebben. De samengestelde balklagen zijn nog grotendeels aanwezig. De kapconstructie zal in de 17de eeuw bij de vernieuwing en verhoging van de achtergevel ook zijn vernieuwd. Het
| 320 |
pand is in de 19de eeuw en recentelijk met een verdieping verhoogd.
| 321 |
| Literatuur |
| | HT 1553; P 1569; vSvY I, 200-201; Z 1547. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 320-321
|
| |
|
Het huis der ouders van den Bosschen Schilder Theodore van Tulden 1)
(Nos. 28 en 30)
Dit huis stond aan de Zuidzijde der Minderbroedersstraat en was genaamd St. Antonius. Heylwich, dochter van wijlen Dirck van Meurs en weduwe van den lakenkooper Jacob Gerardszoon van Tulden, deed 14 Augustus 1630, als wanneer zij te Oirschot woonde 2), van den tocht van dit huis, dat toen gezegd werd te staan tegenover den sydelingen inganck van de kercke der Minderbroeren tusschen het huis van Gerard, den zoon van genoemden Dirck van Meurs, zilversmid 3), ex uno en dat van ... ex alio, en te strekken achterwaarts tot aan het erf van het huis het Gulden Hoofd, zijnde het door haar geërfd van haren vader, - afstand ten behoeve harer kinderen, welke waren Theodore, Arnoult, Geraert, François, Jan, Anneken, Peter en Hendrick, waarna Dirck van Tulden Gerardszoon en
| 200 |
Gerard Dirckszoon van Meurs, als voogden over de genoemde kinderen van Jacob van Tulden en Heylwich van Meurs, dit huis op gemelden datum (Reg. n° 371 f. 71) verkochten aan den zilversmid Aerd Janszn van Meurs, den echtgenoot van Emerentiana Snelle.
De vader van genoemden Jacob van Tulden, mr. Gerard van Tulden, was rentmeester van den Bosch 4) en had van zijne vrouw Anna van Arckel Jacobsdr., behalve Jacob, deze kinderen: mr. Henrick en mr. Frans, priesters; Dirck; Pieter en Lamberta. Laatstgenoemde machtigde in 1641 voor schepenen van Oirschot hare nicht, Anneken van Tulden voornoemd, om uit de Minderbroederskerk in den Bosch, die, naar zij vernomen had, zoude worden afgebroken, te doen halen de grafzerk, waaronder hare ouders in die kerk begraven lagen 5).
| 201 |
| Noten | | 1. | Geboren te den Bosch in 1607 (Taxandria VII p. 211). | | 2. | Haar man is aldaar gestorven (Taxandria VII p. 212). | | 3. | Dit was het huis genaamd de Paushoed genummerd 32, dat stond naast de Dieze, waarboven thans ook een huis staat. | | 4. | Zijn vader was Dierck van Tulden, zoon van Henrick. | | 5. | Taxandria VII p. 210. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch I (1910) 200-201
|
| |
|
| januari 1917 |
|
|
|
|
|