Hoofdmenu

Achter de voorgevel    
Artikelen    
Bouwhistorie    
Sasse van Ysselt    
Verhalen en legenden    
afb.

De Moriaan (Markt 79-81)

Kerk, bisschopshuis en berging
Door Henny Molhuysen

Een van de oudste Bossche gebouwen in De Moriaan op de Markt. De kroniekschrijver Cuperinus schreef zelfs dat de stichter van de stad, hertog Hendrik I, de Moriaan bouwde. Er moet dus heel wat gebeurd zijn achter de voorgevel van dit pand.

„Die hartoghe van Brabant Henric, dede timmeren op die merct twee plaisante huzen, te weten Roijenburch ende tcasteel op die Mariaen.” Maar zo oud als de kroniekschrijver beweerde, is dit monument niet. Het pand was aan de Markt gelegen en grensde aan de achterzijde aan de Binnendieze, hetgeen uitermate geschikt was voor het vervoeren van produkten.
In de veertiende eeuw is de belangrijke familie De Rover eigenaar van het pand. Zij zou anderhalve eeuw eigenaar blijven. De familie liet ondermeer voor- en achtergevel vervangen door een stenen. In die periode werd in 1419 bij een grote stadsbrand De Moriaan gedeeltelijk verwoest. Het kleine houten huisje tegen de voorgevel werd omstreeks 1500 gebouwd.
Tijdens de beeldenstormen in 1566 en 1567 hielden de hervormden er hun geheime bijeenkomsten. Het pand kende toen verschillende vluchtwegen waardoor het bijzonder geschikt was voor deze verboden bijeenkomsten. Er er werd druk vergaderd en de deelnemers namen zelfs de beslissing 'dat zij alle de papisten op eenen nacht souden doen slaegen (dood slaan) oft verjagen'. Zo ver is het niet gekomen, ruim tien jaar later vluchtten zelfs de meeste hervormden de stad uit na het zgn. Schermersoproer. In deze woelige tijden woonde uitgerekend bisschop Metsius in De Moriaan! Het moet een van de grotere panden in de stad geweest zijn, want na het vertrek van de bisschop woonden edellieden in het huis. Achter het gebouw werden toen stallen gemaakt voor de paarden van deze heren.
Na 1629 diende de Moriaan eveneens godsdienstige doeleinden: de lutheranen hielden er hun diensten tussen 1673 en 1681. Tegelijkertijd diende de grote zaal ook voor het opvoeren van komedies. Het plafond ervan was blauw geschilderd met gouden sterren. Wellicht tot het begin van de vorige eeuw was deze zaal als toneelzaal in gebruik.
In de negentiende en de twintigste eeuw werd het eens zo imposante pad verkaveld. Er woonden verschillende gezinnen in en de marktkramen werden er opgeslagen als er geen markt gehouden werd. Het pand bleef toch door zijn forsheid imponeren en tevens ging het gerucht dat er een goudschat in de kelder begraven moest zijn.
In de vijftiger jaren dreigde sloop van het pand. Een groot winkelbedrijf wilde op die plek een groot en modern gebouw neerzetten. 's-Hertogenbosch kwam in opstand en er werd een grootscheepse aktie gevoerd. De Moriaan zou 'het oudste stenen woonhuis van Nederland' zijn. Dat is niet waar, maar het heeft er wel toe bijgedragen dat de gemeente eigenaar werd en het gebouw in de jaren 1963-1967 liet restaureren. Daarna werd de VVV de nieuwe gebruiker.
Waar de naam vandaan komt, is niet bekend. Misschien heeft ooit 'een moor' de stad bezocht, hetgeen indruk gemaakt heeft. Maar daar valt heel wat te filosoferen!


Brabants Dagblad 16 december 1993
 

'De Moriaan' (1432)
183
184

Literatuur
 BP R 1433 R 1203, f 187; CB 1520 f 13; CB 1573 f 14v; Glaudemans 1996; HT 1553; M 151 en supplement VII-VIII; Meischke en Zantkuyl 1969; P 1569; Temminck Groll 1993; Van Drunen 1975; Van Zuylen 1577/'78; vSvY III, 384-399; Z 1547; Z 1552/'53.


A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 183-184
 

De Moriaan
384
385
386
387
388
389
390
391
392
393
394
395
396
397
398
399

Noten
1. In zijne buurt woonden toen in die straat Johannes van Steensel, rex armorum (wapenkoning) en diens echtgenoote Volewigis.
2. Deze had een zoon Jan de Roover, die van Jans Joedendochter de navolgende bastaarden had: Jan, Dierck en Geerlich de Roover, welke in 1461 en 64 werden beleend.
3. Zij was volgens hetzelfde Tijdschrift I p. 128 de nicht van Jan de Roover Janszn en kocht van dezen in 1461 het huis de Nemelaer.
4. Taxandria IX p. 11 en XX p. 176 en vlgd.
5. In eene Bossche Schepenakte van 1500 wordt vermeld Johannes Oem van Bockhoven als man van Bela, dochter van Johannes van Geldrop, ridder en in eene idem van 1501 Rutger van Erp als man van Belia, dochter van Robbert van Bockhoven.
6. Zij vermaakten aan den tijdelijken Pastoor van Haaren bij Oisterwijk 100 car. guldens om twee eeuwigdurende jaargetijden te houden voor hen en hunne ouders. (Reg. n° 191 f. 128)
7. Prosp. Cuypers t.a.p. blz. 310.
8. Prosp. Cuypers t.a.p. blz. 337.
9. Prosp. Cuypers t.a.p. blz. 359.
10. Prosp. Cuypers t.a.p. blz. 337.
11. Hij was de schoonzoon van nir. Nicolaas van der Stegen Senior, raad van den Bosch; zijn broeder was Jan de Leeuw.
Hij woonde in 1567 in de St Jorisstraat en in zijn huis hielden de Hervormde predikanten met hunnen aanhang toen een consistorie (Prosp. Cuypers t.a.p. blz. 326, 351 en 355).
12. Dit huis was de herberg van dien naam in de Kolperstraat. (Zie Deel II p. 315)
13. Die fakkels droegen zij des nachts op de straat bij gebreke van openbare straatverlichting.
14. J. en A. Mosmaiis t.a.p. Supplement p. VIII.
15. Dit huis stond in de Marktstraat, zooals wij op p. 382 reeds zagen.
16. Hij was de zoon van Christoffel van Vladeracken en Christina Bellaerts (Deel II p. 242).
17. Dit was het hoekhuis, dat door de gemeente den Bosch in 1908 ter verbreeding van de Marktstraat is afgebroken.
18. Dit is het huis thans genummerd Markt 75 en 77.
19. Deze kelder bestaat thans nog.
20. Dit was laatstbedoeld huis n° 83 en 85.
21. Zie over het contract, dat deze sloot over een gevel in de Meelpoort, Reg. n° 335 f. 368.
22. Zijn broeder was Philips Donckers, (wiens zonen waren Dirck, Jan en Goijart Donckers) terwijl zijne zuster was Maria Donckers, huisvrouw van Goijart Wynants van Bernagie.
Men zie uver de ikniilie Donckers Deel I p. 240 noot 1 alwaar de
woorden, volgende op 2° Antonius tot en met het cijfer 85, tusschen haakjes moeten gezet worden; Taxandria VI p. 196 en XV p. 183.
23. Men zie over hem Deel I p. 265.
24. In het begin der 19e eeuw bestond deze zaal nog; zij had een houten plafond, dat blauw geschilderd was met gouden sterren er in.


De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 384-399
 

Een schat
Door Henny Molhuysen

Mijn opa had het van zijn vader en hij vertelde het mij door: Onder de Hema moest een graaf of een hertog begraven liggen. Ook lag er een grote schat verstopt. In de jaren 1971-1972 kende het grootwinkelbedrijf een flinke uitbreiding. Diep is er gegraven. Een stadsarcheoloog was er nog niet en ongetwijfeld zullen er destijds veel historische vondsten in particuliere hadden zijn gekomen. Maar: het graf van de edelman is nooit gevonden.

Hoe ontstaat zo'n verhaal? Aan de Pensmarkt, inderdaad ter hoogte van de Hema, was al direct na de stichting van de stad een pand genaamd 'Het Hazewindje'. In dit pand moeten volgens de kroniekschrijvers de jachthonden van de hertog van Brabant gehuisvest zijn geweest.
In de negentiende eeuw kregen de mensen grote belangstelling voor geschiedenis. 'Het Hazewindje' viel toen niet meer op in het stadsbeeld (het houten huis was in 1835 afgebroken), maar oudere Bosschenaren wisten het zich nog te herinneren. Men las over de Bossche geschiedenis en er ontstond een geruchtenstroom. Die leidde tot de veronderstelling dat de hertog er zelf begraven lag en met hem veel goud en zilver. Jammer, maar niet waar dus.
De stad kende nog twee belangrijke historische gebouwen uit de periode van vlak na de stichting: De Moriaan en de Rodenburg. De Rodenburg is het begin van deze eeuw gesloopt en met de Moriaan dreigde in de jaren vijftig hetzelfde te gebeuren. Op die plaats van het gebouw moesten grote winkels komen. De gemeente nam zelfs in 1956 officieel een sloopbesluit. Er kwam een landelijke actie om dit 'oudste stenen woonhuis van Nederland' te redden. De actie slaagde. De gemeente Den Bosch kocht het pand om het te restaureren.
Over De Moriaan is ook verteld dat er een schat onder begraven lag. Deze geruchten zijn verspreid omdat het gebouw ook van vlak na de stadsstichting dateert en er in de 13e en 14e eeuw een adelijke familie in woonde. In februari 1959 kocht de gemeente het pand voor f 93.613,75. In de verkoopacte was echter een clausule opgenomen over een eventuele 'rijke vondst': „Indien bij slopen van de panden, gelegen aan de Markt en Marktstraat, een schat mocht worden gevonden, zal de gemeente dat deel van de schat dat de gemeente rechtens zal ontvangen, ter beschikking van de verkoopster stellen.”
De Moriaan is gerestaureerd en flonkert nu aan de Markt. Alle werkzaamheden tijdens de restauratie zijn nauwkeurig gevolgd door bouwhistorici. Echter, een schat is niet gevonden.


Brabants Dagblad donderdag 26 januari 1989
 

1989

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Een schat
Brabants Dagblad donderdag 26 januari 1989
1993

Henny Molhuysen

Achter de voorgevel : Kerk, bisschopshuis en berging
Brabants Dagblad donderdag 26 januari 1989