|
'De Oyevaar' (1520) en 'De Kleine Oyevaar'
Kruisstraat 35 en Kruisstraat 33
Vroeger stonden op dit perceel twee huizen, een breed hoofdpand en een smaller zijhuis. Het zijhuis diende bij dergelijke samengevoegde huizen veelal als poort tot het achtererf. Van dit huistype zijn er in de 16de eeuw meerdere exemplaren gebouwd in 's-Hertogenbosch.
In het cijnsboek van 1520 staat alleen een kleine hertogcijns van 4 'obool Leuvens' vermeld voor een kelder vóór het huis. Deze in 1540 aangelegde straatkelder was voorzien van een ijzeren venster in de straat. De kelder onder het huidige pand is niet meer toegankelijk. Op een foto uit 1962 is aan de linkerzijde van de gevel een kelderingang zichtbaar. De aanwezigheid van een straatkelder is ons slechts uit het cijnsboek bekend. Het perceel was evenals de buren niet belast met een hertogcijns. Het is uit de cijnsboeken niet af te leiden of het perceel oorspronkelijk tot Karrenstraat 32 en 34 behoorde. In de 16de eeuw wordt in de Karrenstraat melding gemaakt van een breed perceel, dat ook nummer 30 omvatte en dat in drie gelijke delen was verdeeld. In de huidige percelering is dit brede perceel niet (meer) te traceren op het achtererf.
Het linker gedeelte van 'De Oyevaar' is het eigenlijke hoofdhuis. Het is een diep pand dat is onderverdeeld in een voor- en achterhuis. Aangezien het pand en zijn kleine buurman in de 18de eeuw zijn samengevoegd tot een breed langspand en in de 19de eeuw nogmaals sterk verbouwd, is de 16de-eeuwse situatie niet meer geheel duidelijk. 'De Kleine Oyevaar' heeft nog een kelder die vanaf het achterterrein toegankelijk is. Hier zijn resten van oud metselwerk te zien, die vermoedelijk tot de stadsmuur behoorden.
| 421 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 46v; CB 1573 f 50; M 613. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 421
|