|
De Plebanie
(Nos 66 en 68)
Naast laatstbedoeld huis staat Kerkwaarts het huis, dat eens was van de kerkfabriek van St. Jan van den Bosch; van Heurn zegt daarvan in zijne Beschrijving: „in den oudsten legger der kerkengoederen 1), die met het jaar 1600 begint, vind ik, dat de Hoofdkerk (van den Bosch) eene huizinge in de Kerkstraat, het tweede huis van(af) de Torenstaat bezat, hetwelk de Kerkmeesters aan den Plebaan voor fl 50 jaarlijks verhuurden." Dit huis was werkelijk de Plebanie; o.a. woonde er in de plebaan Robertus Sweerts 2). Mr. Johan Hendrik van Heurn verkocht het in diens hoedanigheid van rentmeester der fabriek van de kerken en kapellen der stad den Bosch 24 April 1756 (Reg. n°. 576 f. 172 vso) aan Michiel Valkenburg, verwer te den Bosch; in de daarvan opgemaakte akte staat vermeld, dat het grensde eenerzijds aan het huis van Petrus Scheffers en anderzijds aan dat der erven van Pedro de Cassemajor en dat het zich uitstrekte tot aan een gangetje, dat uitkwam in
| 379 |
de Torenstraat, alsmede, dat de St. Janskerk dit huis van oudsher bezeten had.
| 380 |
| Noten | | 1. | Hij bedoelde met „kerkengoederen" de goederen der Bossche St. Janskerk. Het boek, dat hij een legger noemt, was het boek van den rentmeester van die kerk; het berust thans in de verzameling handschriften van het Prov. Genootschap van K. en W. in Noordbrabant. | | 2. | Dit huis was niet dat, hetwelk blijkens Gijsb. Coeverincx Analecta I p. 262 door Philips II van Spanje bestemd was geworden voor de pastorie van de St. Janskerk, want dat huis was dat hetwelk ten laste van Hendricus Agylaeus verbeurd verklaard werd en in de Choorstraat | | . | stond; het heeft, zooals later vermeld zal worden, niet tot plebanie gediend. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1910) 379-380
|