|
De woning van mr. Johan Hendrik van Heurn
(Nos. 52 en 54)
Dit huis bestond aanvankelijk uit twee huizen, waarvan het Westelijk staande toebehoorde aan Zeger, raad en rentmeester van den Bosch, zoon van mr. Zeger Adriaanszn., president-schepen van die stad en Aleid van Achelen Woutersdr. 1)
Hij had van zijne huisvrouw Adriana van Vechel een zoon Adriaan Zegers, die in 1645 huwde met Anna van Voorn (Taxandria XIX p. 163) en eene dochter Maria Zegers, welke huwde met mr. Henrick van den Broeck, advocaat te den Bosch. Deze kinderen verdeelden 10 December 1643 hunne ouderlijke nalatenschappen, welke scheiding zij 27 April 1644 voor Schepenen van den Bosch approbeerden. (Reg. n°. 388 f. 401); bij die boedelscheiding kreeg Maria Zegers het voorbedoeld huis voor haar deel; haar genoemde man vergrootte het daarop door op 20 December 1647 (Reg. n°. 394 f. 161) van Jacob van Casteren, raad van den Bosch, aan te koopen het daarnaast Oostwaarts staand huis, dat alstoen aldus omschreven werd: „huys, erve, hoff ende achterhuys met eenen put, gestaen ende gelegen in de Kerckstraet tusschen huys ende erve Joncker Jacobs de Cock, oudt raet deser stadt, als wittich man ende momboir van Jouffer Hester, zyne huysvrouwe, dochtere wylen Joncker Henrix van Gestel, in zynen
| 350 |
leven oudt-president derselver stadt, ex uno, ende tusschen huys ende erve van d'Heer ende mr. Henrick van den Broeck, Licentiaet in de rechten, als wittich man ende momboir van Jouffer Maria zyne huysvrouwe, dochtere van Za. d'Heer Zeger Mr. Zeger Adriaenszn, in zynen leven oudt raet ende rentmeester deser stadt, ex alio, streckende voor van de gemeyne straete achterwaerts tot aen andere erve des voorn. Heer Jacobs van Casteren," die dit 16 November 1640 (Reg. n°. 384 f. 56) had gekocht van voornoemden Jor. Jacob de Cock, wiens vrouw Hesther van Gestel het van hare na te noemen ouders geërfd had.
Mr. Henrick van den Broeck of wel zijn na te noemen zoon maakten van de beide voorzegde huizen een huis. Hij had van zijne genoemde vrouw een zoon Willem van den Broeck, die blijkbaar kinderloos stierf, want deze stelde tot zijnen erfgenaam in diene voorzegden oom Adriaan Zegers, welke drossaard van Wommelgem was; zijne moeder deed zulks eveneens; desniettemin traden later de kinderen van gezegden Adriaan Zegers voor een vierde als rechthebbenden op de beide tot een geheel gemaakte huizen op, want den 22 Mei 1680 (Reg. n°. 475 f. 200 vso) verkocht Maria van Noore, huisvrouw van Adriaan Zegers, drossaard te Wommelgem, als lasthebster van dezen, een vierde part, aan hare drie minderjarige kinderen, met namen Anna Maria, Jan François en Henricus Segers, competerende in: „eene huysinge, eertijts twee huysingen, gestaen ende gelegen inde Kerckstraet nevens erve Jor. Lambert Becx ex uno ende nevens erve des heere Casteren ex alio et uno fine, streckende metten anderen eynde aen de voors straet, de voors drey onmundige kinderen aengecomen by deylinge over de goederen van Juffr. Maria Segers, weduwe was van de Hr. ende Mr. Hendrick van den Broeck in dato den 7 October 1675". Kooper werd toen daarvan mr. Justus Verster, raad en griffier van den Bosch; het blijkt nergens dat hij ook het overige 3/4 in dit huis kocht, hoewel hij later er ook eigenaar van was.
| 351 |
|
Laatstgenoemde kooper was 9 Mei 1626 geboren uit het huwelijk van Pieter Verster, burgemeester van Geertruidenberg, met Elisabeth Joosten van Sundert en stierf 11 Februari 1705; zijne vrouw was Sara Lotterig. Den 19 Januari 1705 (Reg. n°. 519 f 46 vso) droeg hij het hierbedoeld huis, dat toen gezegd werd te grenzen aan het huis van Mevrouw de Wed. Becx Oostwaarts ex uno en dat van Jacob van Casteren, raad van den Bosch, Westwaarts ex alio, over aan mr. Pieter Verster, schepen van den Bosch, die 29 Augustus 1662 te Raamsdonk geboren was uit het huwelijk van Isaacq Verster, schout van Raamsdonk en president-schepen van Boxtel (zijnde zijn broeder), met Elisabeth Daesdonck. Van dezen erfden dit huis diens beide dochters: Elisabeth Hendrica Verster, echtgenoote van den gewezen cornet Isaak Herman Elsevier en Maria Christina Verster (welke later huwde met Cornelis Digues de la Motte, drossaard van Boxtel en Liempde); zij verkochten dat huis 31 Juli 1719 (Reg. n°. 539 f. 29 vso) aan Georg Ulrich Römer, als wanneer het omschreven werd als een huis met erf, tuin en ledige plaats, begrensd O. waarts door het huis der kinderen van C. Le Martinel, W. waarts door het huis van den Blok der Hinthamerstraat en zich achterwaarts uitstrekkende tot aan een ander huis van dien Blok.
Genoemde Römer 2), die Hervormd predikant was, werd 22 November 1672 te Aken geboren; in 1699 werd hij te Wylre, in 1703 te Tiel en in 1708 te Wezel beroepen; van deze laatste plaats werd hij in 1714 te den Bosch beroepen, alwaar hij 6 Januari 1715 bevestigd werd; in het jaar 1730 werd hij ook nog benoemd tot hoogleeraar in de Oostersche talen aan de Doorluchtige school aldaar; dit laatste ambt aanvaarde hij 20 Juli 1731 met eene openbare redevoering over de oude Hebreeuwsche taal en hare bewaring gedurende de Babylonische gevangenschap. Zoowel dit ambt als dat van
| 352 |
Hervormd predikant bleef hij te den Bosch bedienen tot dat hij aldaar 1 Februari 1741 overleed. Hij liet na eene dochter Anna Römer, welke in Mei 1743 huwde met mr. Johan Hendrik van Heurn en hem het hierbedoeld huis ten huwelijk bracht; deze kocht 16 Maart 1750 (Reg. n°. 569 f. 345 vso) van de Blokmeesters der Hinthamerstraat daarbij aan het naast het huis zijner vrouw Westwaarts staand huisje, hetwelk de Blok van die straat geërfd had van Jacob van Casteren ingevolge diens codicil van 1716 en dat Westwaarts grensde aan het huis der Juffrouwen Francisca en Hesther van den Oever; hij maakte van dat huisje een stal.
Genoemde mr. J.H. van Heurn was de zoon van mr. Jan van Heurn, schepen van en griffier der Leen- en Tolkamer te den Bosch, (geboren te Rotterdam 22 Dec. 1677 en overleden te den Bosch 11 Augustus 1741) en van Antonia Amelia Wolffsen, (geboren te Lissabon 5 Febr. 1689 en overleden te den Bosch 29 Oct. 1780).
Hij werd geboren te den Bosch 13 Aug. 1716 en was aldaar ook schepen, alsmede raad en griffier der Leen en Tolkamer, tot welke laatste betrekking hij in 1738 werd benoemd, nadat zijn vader daarvoor had bedankt. Hij maakte zich vooral naam door het schrijven van de Historie der stad en Meyerye van 's Hertogenbosch, welk werk in 1776-78 in vier deelen in druk verscheen bij J. van Schoonhoven en Comp. te Utrecht. Verder gaf hij nog in eerstgemeld jaar bij Jacobus en Hendrik Palier, boekdrukkers en boekverkoopers op de Markt te den Bosch, uit een Vertoog, hoe nuttig het voor het gemeene land en voor de Meyerye van 's Hertogenbosch zonde zijn zo veel heide als mooglijk aldaar tot bouw- en weilanden te maaken en eindelijk schreef hij nog de Beschrijving der stad 's Hertogenbosch in twee deelen, waarvan hij het eerste aldus deed aanvangen: „In de geschiedkundige beschrijving der stad en meyerye door my eenige jaaren geleeden in het licht gegeeven, heb ik de geschiedenissen van dezelven van den beginne af tot den jaare 1776 verhaald, thans is mijn voor-
| 353 |
neemen om den oorsprong van de stad, deszelfs geestelyke en wereldlyke gebouwen en alle verdere zaaken, die tot dezelve betrekking hebben, te beschryven, hetwelk ik naar mijn geringe vermogens, zo naauwkeurig als my doenlijk is, zal opgeeven." Zooals ik in Dl. I blz. 4 reeds mededeelde, werd dit werk nooit uitgegeven en berust het nog, in handschrift in de verzameling handschriften van het Prov. Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noordbrabant.
Mr. Johan Hendrik van Heurn verwekte bij zijne genoemde vrouw twee zonen, van welken de jongste ongehuwd schijnt gestorven te zijn; de oudste, wiens voornaam Jan was, werd te den Bosch geboren 6 Maart 1751 en 30 October 1772 te Utrecht bevorderd tot doctor in de beide rechten op eene dissertatie getiteld: de regalibus in Belgio, praecipue in agro Sylvaducensi usitatis; den 3 Aug. 1776 werd deze zoon benoemd tot hoogleeraar in de rechten aan de Doorluchtige school te den Bosch, eene benoeming, die sedert eene eeuw niet meer was geschied; hij aanvaardde dit ambt den 6 September van dat jaar met eene rede de jure Romano neque ad bestias damnando neque ad instar Laris colendo; den 30 Januari 1786 werd hij tweede griffier der Leen en Tolkamer aldaar; voorts was hij nog kanonik van St. Pieter te Oirschot, lid van de Provinciale Staten van Noordbrabant en staatsraad in buiten gewonen dienst; 29 Maart 1815 overleed hij. Zijne vrouw was Geertruida van Genderen Dirksdochter, die 25 October 1826 overleed op het door haren voornoemden schoonvader in 1753 te Vught gebouwd huis Leeuwenstein 3), dat in 1901 door deszelfs toenmaligen eigenaar Herman van Rijckevorsel is afgebroken en door eene moderne villa vervangen; zij schonk hem slechts één kind, Anna Antonia Emilia van Heurn, gedoopt te den Bosch 8 Februari 1784, die huwde met Aldert van Galen, controleur der belastingen aldaar, zoon van Arnoldus, schepen aldaar en Johanna Jacoba Walraven.
| 354 |
|
Mr. Johan Hendrik van Heurn overleed in den Bosch in 1799. Zijn hierbedoeld huis werd toen van hem geërfd door zijnen voornoemden zoon mr. Jan van Heurn, van wien het weder erfde diens vrouw Geertruida van Genderen; deze verkocht het 28 Juli 1824 aan Hermanus Antony Portier, kamerbehanger te den Bosch, gestorven aldaar 22 Maart 1825, wiens weduwe E. Vermeulen het in 1837 verkocht aan Jacobus Josephus Arkesteijn, boekdrukker aldaar onder de firma J.J. Arkesteijn en Zoon. Aan deze firma ging den l October 1853 van de firma E. Lion en Zonen over de courant, die 2 Juli 1771 met permissie van de Magistraat van den Bosch van 1 Mei van dat jaar door Christiaan August Vieweg en Lambert Jan Bresser, boekverkoopers te Den Bosch, aldaar voor het eerst was uitgegeven en wel onder den naam van 's Hertogenbossche Dingsdagse en Vrijdagse courant; zij was de eerste courant, welke in die stad uitkwam. Later kreeg zij den naam van het Provinciaal dagblad Noordbraband; toen de firma E. Lion en Zonen ze, als voorzegd, overdroeg heette zij Provinciaal Dagblad van Noord-Braband en 's Hertogenbossche stads-courant. De firma J.J. Arkesteyn en Zoon gaf er den naam aan van Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, welken zij nog steeds voert; zij drukte deze courant in het hierbedoeld huis, wat ook nog doet deszelfs tegenwoordige eigenaar Gerard Teulings, die ook eigenaar der courant is. In de plaats van eene twee- en driedaagsche courant, welke zij successievelijk was, is zij thans een dagblad. Men zie daarover nog, alsmede over de andere Bossche couranten, Dr. C.R. Hermans Geschiedk. Mengelwerk I p. 13 en Taxandria XVI p. 87 en vlgd.
| 355 |
| Noten | | 1. | Men zie de overige kinderen en verdere afstammelingen van de echtelieden Zeger Adriaanszn van Achelen in Reg. no. 381 f. l72. | | 2. | Over de Akensche Römer's zie men Macco Beiträge Bd. III p. 232 en 234 en Aachener Wappen und Genealogiën Bd. II p. 95. | | 3. | Jan van Heurn had in 1753 van dit huis den eersten steen gelegd. In 1794 hield Pichegru op dat huis zijn hoofdkwartier. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1910) 350-355
|