De Cleerbessem (Hinthamerstraat 8)
|
'De Cleerbessem' (1611)
Hinthamerstraat 8
Het pand ligt op de hoek van het Rozemarijnstraatje. Dit steegje loopt aan de binnenzijde van de eerste stadsmuur van de Hinthamerstraat naar de waterpoort over de Binnendieze. Via het straatje is het achtererf ontsloten. Hier stonden in de 16de eeuw enige huisjes aan een dwarssteegje, het 'Wantstraatje' genaamd. Het erf en de steegjes stonden in de 15de eeuw letterlijk en figuurlijk in verbinding met de nabijgelegen Gevangenpoort in de Hinthamerstraat. De beheerder van de gevangenis had ook bezittingen ten noorden van de poort.
De fiscale heffingen uit het begin van de 16de eeuw vermelden voor het perceel steeds twee personen: Jan van Haren, speldenmaker en de kramer Eymbert vanden Keer. Volgens het cijnsboek van 1520 moet alleen Jan van Haren betalen voor een 18½ voet (= 5,32 m) breed perceel. Dit is gelijk aan de huidige perceelsbreedte. Over het Rozemarijnstraatje wordt geen cijns geheven. Er wordt verder betaald voor Gerard 'op tralie vanden dorden boog'. Vermoedelijk had hij de ruimte onder de derde boog van de weergang van de stadsmuur in gebruik. Ook in 1573 moet voor deze boog betaald worden. Over de andere aanwezige bogen worden geen hertogcijnsen geheven. Volgens het cijnsboek van 1573 gaat de betaling voor het perceel aan het eind van de eeuw over van de familie Van Haren naar de zoon van Eymbert vanden Keer. De onderlinge verhouding tussen beide families is niet duidelijk. Ze lijken gedurende de gehele 16de eeuw samen het huis te beheren. In hetzelfde jaar is er ook sprake van een hertogcijns die mr. Gijsbert vanden Velde 'opten toren' moet betalen. Wordt hiermee de waterpoort aan het eind van het Rozemarijnstraatje bedoeld, of de Gevangenpoort in de Hinthamerstraat?
In 1553 wordt bij de haardentelling melding gemaakt van twee schouwen die in gebruik zijn bij Jacob Dircx. Hij huurt de ruimte onder de Gevangenpoort van de stad. Verder betaalt Jan van der Meer, die op de Gevangenpoort woont, voor twee schouwen en de 'innegebieder', de beheerder van de Gevangenpoort, voor vier schouwen. Stookplaatsen in het pand Hinthamerstraat 8 worden niet vermeld, wel schouwen in de huisjes in het 'Wantstraetken' op het achtererf. Jan Aelberts, timmerman, betaalt hier als bezitter voor twee schouwen. Jan de hoedenmaker en Jan Henrickss de kramer betalen als huurder ieder voor één schouw.
Van het Wantstraatje en de daaraan
| 199 |
gelegen huisjes is thans niets meer aanwezig. Aan het Rozemarijnstraatje staan nog enkele huisjes achter het hoofdpand, maar deze zijn grotendeels uit de 19de eeuw.
Het pand aan de Hinthamerstraat dateert, gezien de beide zijmuren en de verdiepingsbalklaag, uit de 15de eeuw. Het voorhuis is onderkelderd, het ondiepe achterhuis waarschijnlijk niet. Het huis is ouder dan het linker buurpand. De fundering van de linker zijmuur dateert uit de 13de eeuw. De kelder van het pand is daarmee ook ouder dan die van het linker buurpand.
Op het schilderij van het Schermersoproer heeft het pand een trapgevel.
| 200 |
| Literatuur |
| | CB 1520 f 15v; CB 1573 f 18v; HT 1553; MOSMANS, Oude namen van huizen en straten te 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1907) 216; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) III 289-299. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 199-200
|
| |
Kelder eind 16e eeuw zeker aanwezig.
Bron: Verkennend onderzoek publieksfuncties kelders aan Markt en Pensmarkt
|
| |
| 2010 |
Aanwijzing gemeentelijk monument
Monumentnummer: SOM0578
Kadastrale aanduiding: H-1242

Gemeente 's-Hertogenbosch
|
| |
|