afb. A.F.A.M. Wetzer, 4 augustus 2007

Stadshuis (algemeen) (Markt 1)

Het Stadhuis. (tekening)
Bron: De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 455
~~~
Ontstaan uit verbouwing van laatgotisch raadhuis uit 1529, waarvan de door kruisribgewelven overwelfde veelbeukige kelder en veel muurwerk bewaard bleef. Voorgevel uit 1670 door Claes Jeremiasz Persoons; natuursteen, kolossaalorde en fronton in middenrisaliet. Bordes met dubbele trap uit 1679. In fronton beeldhouwwerk van Jacob van der Hoeven. Toren uit 1649 door Jacob van der Laer en Adriaan van der Sterren. Aan de achterzijde een vermoedelijk door Jacob Roman in 1691 gebouwde galerij, die aansluit op een in oorsprong 16e eeuws gedeelte. Kelders door Jan Darkennes. In de architraaf van de gevel een ruiterspel.
Bron: Bossche Monumenten in Beeld
~~~
Het Bossche stadhuis heeft gedurende zijn bestaan vele veranderingen ondergaan. Oorspronkelijk dateert het uit het einde van de veertiende eeuw. Maar door aankopen van de panden links en rechts ervan werd het steeds groter. Bovenop dit stadhuis werd in 1650 een nieuwe toren geplaatst. Rond die tijd (in 1665) vervaardigde Abraham van Beerstraten het schilderij van de Markt met het stadhuis.
In 1670 werd het gebouw voorzien van een monumentale gevel in de stijl van de classicistische barok, naar een ontwerp van Pieter Minne. Het stadhuis bezit vele kunstvoorwerpen zoals de gobelins in de Raadzaal en de schilderijen van Theodoor van Thulden.
Bron: 's-Hertogenbosch Monumentenstad
~~~
In de top van de stadhuisgevel bevindt zich een driehoekig fronton met daarin het stadswapen, bekroond door een hertogskroon en geflankeerd door twee wildemannen. Naast de wildemannen twee liggende stroom- en riviergoden, te herkennen aan het water dat uit de kruiken stroomt waarop zij leunen. In de hoeken twee hoornen des overvloeds waaruit bij de linker de vruchten van het land komen en bij de rechter jachthonden (wild) en een sikkel (graan). Dat alles wil zeggen: de hertogstad 's-Hertogenbosch is een goed verdedigde vestingstad, omgeven door twee riviertjes (de Dommel en de Aa) en gelegen in een vruchtbaar land.
Bron: 's-Hertogenbosch binnen de Veste
~~~
Pand daterend uit het tweede deel der 14e eeuw. Oorspronkelijk waren het drie panden, links (oost) de Gaffel en rechts (west) Sinterklaas. 17e eeuwse gevel, ontwerp architect Pieter Minne, Hollands Classicisme. Jaartal boven de deur 1670. Het middendeel is al vanaf 1372 raadhuis. "De Gaffel" werd in de 15e eeuw eigendom van de Gemeente. "Sinterklaas", het gildehuis van de kramers, werd in 1599 aangekocht. Het heette voor de aankoop eerst "In den Aern" en dan "Het Huys van Sint-Claes". Exterieur gerestaureerd in 1986.
Bron: Kring

Markt 1
Door Henny Molhuysen

Bij de start van deze nieuwe serie 'Achter de voorgevel' gaan we een kijkje nemen achter de 17e-eeuwse gevel van een van de belangrijkste gebouwen van de stad: het stadhuis. Onze aandacht gaat nu uit naar de hal en de vierschaar.

Als we binnenkomen staan we in de grote hal. Onmiddelijk vallen de grote wandschilderingen van Antoon Derkinderen op: links de stichter van de stad Hertog Hendrik I, geflankeerd door paus Urbanus III en keizer Frederik Barbarossa. Rechts de wandschildering die 'de kathedraal' voorstelt. Aan het eind van de 19e eeuw werden ze geschilderd.
Het historisch belangrijkste gedeelte van de hal is de vierschaar. Op deze plek werd door het Bossche stadsbestuur recht gesproken, een van haar belangrijkste taken sinds de stichting van de stad. Tot 1806; daarna werd het een taak voor een aparte rechterlijke macht.
Het stadhuis werd eind 1669 getroffen door een kleine brand, die er echter toe leidde dat er een bouwstroom op gang kwam. In 1670 kwam er een nieuwe voorgevel en in de loop der jaren werd het gehele stadhuisaangepakt. Op 31 oktober 1678 diende Jacob Roman een declaratie in bij het stadsbestuur. Hij vroeg ondermeer 84 gulden voor het snijden van 'vier ruijters ende twee trompetterste paert tot de orloge van 't stathuys' à 14 gulden per stuk.
In dezelde declaratie vroeg hij 20 gulden en tien stuivers voor het tekenen van 'de vierschaer met de bancken en de andere omstandigheden daer bij'. Het ontwerp werd gemaakt in 1678 en in 1679-1680 zal de vierschaar gebouwd en geschilderd zijn. De stadsrekening maakt daar geen specifieke melding van. Trouwens de declaratie van Roman werd pas in het boekjaar 1680-1681 aan de ontwerper en beeldsnijder betaald: 'Item betaelt aen Jacob Roman voor fabrique en gedane dienste'. Gezien de snelle activiteiten rond de verbouw van het stadhuis was deze vierschaar toen wellicht al klaar.
De vierschaar van drie eeuwen terug is bewaard gebleven. Enkele jaren geleden, toen de hal werd gerestaureerd, werd nagegaan met welke kleur verf deze vierschaar in de loop der eeuwen beschilderd is geweest teneinde verantwoord opnieuw te kunnen schilderen. Een duidelijke oplossing kwam er niet: de 'kleurtrap' (= door het wegschrappen van verf een overzicht krijgend van de gebruikte kleuren in de loop der tijd) liet verschillende kleuren zien. Er werd steeds een kleur gebruikt die men passend vond. Dat betekent dat in het verleden - toen de halmuur geheel wit was - een andere kleur gekozen werd dan de laatste eeuw, toen de schilderingen van Derkinderen de kleur grotendeels bepaalden.
Voor de jongste restauratie van enkele jaren geleden heeft men zich naar oude gegevens gewend (een 19e-eeuws schilderij bepaalde de vormgeving van de tegelvloer bijvoorbeeld) terwijl ook de 20e eeuw herkenbaar is. Niet alleen aan de hedendaagse verlichting, maar tevens aan de spreuken die uit een modern citatenboek afkomstig zijn.


Brabants Dagblad donderdag 8 juli 1993
 

Zesde wethouder
Door Henny Molhuysen

Er wordt weer hard gewerkt in het Bossche stadhuis. Natuurlijk, dat gebeurt wel meer, maar nu op een andere manier. de ruimte die tot voor kort als fractiekamer in gebruik was wordt momenteel vertimmerd tot wethouderskamer. Laten we dus maar een kijkje in deze kamer nemen, een van de ruimtes achter de voorgevel van Markt 1.

Ter breedte van het huidige stadhuis stonden aan de Markt eertijds drie panden. Het middelste was het stadhuis, en het linkerpand was De Gaffelkamer. Over het ontstaan van die naam is niets met duidelijkheid bekend. Er wordt beweerd dat 'de gaffelbroeders' eigenlijk boeren uit de Meierij waren die eens - toen de Bossche schutters kennelijk elders waren - de stad met hun gaffels verdedigden. In ieder geval was De Gaffelkamer ook een wijnhuis, waar het stadsbestuur wel eens de maaltijd gebruikte. Het pand was toen, in het begin van de zestiende eeuw, eigendom van de stad. Een eeuw later, in 1606, werd het pand onderdeel van het stadhuis.
In de voormalige Gaffel werd de secretarie gevestigd. De hal van het stadhuis was als het ware een verlenging van de openbare straat. Hier kon iedereen naar binnen lopen om bijvoorbeeld een rechtszitting bij te wonen. Hier ging men ook naar de secretarie. Op een verhoging geplaatst - zodat nieuwsgierigen niet konden lezen wat er geschreven werd - zaten daar de klerken en de secretarissen. Hier kon men een gedane overeenkomst laten vastleggen. Koop en verkoop van huizen, huurovereenkomsten en geldleningen, erfafscheidingen en testamenten werden door de klerken in protocollen opgeschreven. Beide partijen kregen daarvan een officieel afschrift, voorzien van het stadszegel. Het waren niet alleen Bosschenaren die voor dit doel de secretarie opzochten. Velen uit de omgeving vonden het veiliger deze belangrijke transacties te laten vastleggen binnen de muren van een veilig geachte vestingstad: hun eigen dorpen lagen onbeschermd op het platteland. Pas na afloop van de Opstand, in 1648 bij de Vrede van Munster, werden er minder niet-Bossche transacties vastgelegd.
In 1669-1670 vond een grote verbouwing van het stadhuis plaats. Onder andere kregen de drie verschillende panden - waaruit het stadhuis onstaan was - één voorgevel. De secretarie was van buitenaf niet meer apart herkenbaar. Als men in de hal van het stadhuis was kon men niet de trappen oplopen naar de bovenverdieping: hekken aan weerszijden van de vestibule verhinderden dit.
In de achttiende en negentiende eeuw ging men voor het vastleggen van deze transacties niet meer naar het stadhuis. Ook de rechterlijke macht behoorde vanaf 1806 niet meer tot de taken van het stadsbestuur. De secretarie werd een kleinere afdeling, die behoorde tot het ambtelijk apparaat. Het aantal ambtenaren groeide wel weer in de twintigste eeuw. Het was tenslotte zo druk geworden in het stadhuis, dat er aan het eind van de 70-er jaren een nieuw Stadskantoor kwam. de kamer waar eens de secretarie gevestigd was, werd nu ingericht tot vergaderkamer, later specifiek tot fractiekamer waar de verschillende politieke partijen gebruik van konden maken. Schilderijen van vroegere burgemeesters vonden hier een passende plaats.
Sinds enkele weken heeft 's-Hertogenbosch een zesde wethouder. Ook de heer Paanakker moest een kantoor in het stadhuis krijgen. Daartoe wordt momenteel in een snel tempo de - vroegere - fractiekamer verbouwd. De portretten van de burgemeesters schijnen hier ook weer een plaatsje te krijgen. Op die manier worden ze echter moeilijker toegankelijk voor het publiek, dat steed meer gebruik maakt van de mogelijkheid het stadhuis door middel van een rondleiding te bezoeken.


Brabants Dagblad donderdag 28 april 1994
 

Het Huys van Sint Claes
Door Henny Molhuysen

Afgelopen zondag ontving burgemeester Rombouts Sinterklaas op het stadhuis. De meest belangrijke bezoekers voor 's-Hertogenbosch worden hier ontvangen. Vandaag nemen we een kijkje achter een deel van de voorgevel van het Bossche stadhuis, aan de Markt 1.

In het begin van de veertiende eeuw bestond het toenmalige stadhuis van 's-Hertogenbosch slechts uit het middengedeelte van wat nu het stadhuis is; ter breedte van ongeveer het bordes. In de loop der tijden is het flink uitgebreid. Dat gebeurde in 1559 met het aan de westzijde van het stadhuis gelegen huis St. Nicolaas.
In het begin van de zestiende eeuw had het daar staande pand kennelijk deze naam gekregen. In 1530 behoorde het toe aan het kramersgilde, de vereniging van kleinere handelaren. St. Nicolaas was patroonheilige van de Kramers. Zij verhuurde toen het pand dat eerst 'In de Aern' had geheten en nu 'het huys van Sint Claes' voor een periode van acht jaar aan Willem Rutger Willemsz. Per jaar moest daarvoor een huurprijs van 63 carolusgulden betaald worden. In het huurcontract was de bepaling opgenomen dat de dekenen van dat ambachtsgilde in het pand een eigen kamer (vergaderruimte) zouden hebben die zij moschten gebruiken zo dikwijls zij dit nodig achtten. Tijdens de belangrijke marktdagen - op St. Nicolaas en St. Jansdag - zouden zij ook de beschikking krijgen ever een tweede kamer. Er zou een bergplaatsvoor hun houtskool zijn. Bovendien moest de huurder de tafels dekken als het gilde zou vergaderen. het was een bijzonder groot pand, dat zich uitstrekte tot aan de Binnendieze.

St. Nicolaaskamer

Op 11 januari 1599 kocht de stad het huis Sinte Nyclaes van het kramersgilde. Eerst verhuurde men het nog een tijdje, maar al snel werd het als de St. Nikolaaskamer toegevoegd aan de stadhuisruimten. In 1668 waren de zolderingen boven de St. Nicolaaskamer erg bouwvallig geraakt. Het stadsbestuur vreesde voor ongelukken en stelde een commissie aan die het geheel zou moeten onderzoeken. daar kwam niets van terecht, omdat er eind 1669 brand in het stadhuis ontstond en men het plan maakte om toen maar een geheel nieuw stadhuis te bouwen. Dat gebeurde in 1670 en de jaren daarna. in 1670 was de nieuwe gevel gereed en het pand St. Nicolaas was vanaf die tijd niet meer als een afzonderlijk pand herkenbaar.
Men kwam vanaf die tijd vanaf het brodes het stadhuis binnen via een groet vestibule. Aan de rechterzijde kwam na de verbouwing de Griffie. Deze taak - rechtspraak - had het stadsbestuur tot het begin van de negentiende eeuw. In deze Griffie bevonden zich de rechterlijke rollen van de stad, ook bezat iedere procureur er een kastje waar zijn lopende processtukken in bewaard konden worden. Daarachter was De Rolle. Hier werden de proceszaken bepleit, het was de zittingszaal van de schepenen. Aan weerszijden van deze kamer bevond zich een grote bank met een lessenaar ervoor: voode de beide strijdende partijen. Op een verhoging zaten de schepenen, de pensionaris en de griffier. Aan de andere zijde was een hek, waarachter het publiek een plaatsje kon krijgen.
In het begin van deze eeuw was er een Afdeling Burgelijke Stad en bevolking gevestigd. Daarna zijn er verschillende andere bestemmingen aan de ruimten gegeven. Thans is er aan de Marktzijde een bodenkamer en in de daarachter gelegen vroegere Rolle werken nu de secretaris van het College van Burgemeester en Wethouders. Op de eerste en tweede verdieping van dit deel van het stadhuis zijn drie werkkamers van wethouders gesitueerd en de B&W-kamer, waar wekelijks het college vergadert.


Brabants Dagblad zaterdag 23 november 1996
 

Stadhuis
334
335

Literatuur
 CB 1520 f 41; CB 1573 f 44v; GAHt, Loketkast II, 1663; GAHt, Sassen 166, 1363; HT 1553; Ozinga 1938, 19-25; Pirenne 1949, 19; SR B 1,1399; SR B 36, 1528/'29; SR B 36, 1529/'30; SR B 40, 1533/'34; SR B 42, 1535/'36; SR B 69, 1562/'63; vSvY III, 454-478; Z 1511/'12 f 17; Z 1552/'53 p 10.


A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 334-335
 

'Sinter Claes' (1530)
335
336

Literatuur
 CB 1520 f 41v; CB 1573 f 44v; GAHt, Loketkast II, 1363; GAHt, Sassen 166, 1363; HT 1553 f 9; I 1603; M 239; SR B 105, 1599/1600; SR B 16, 1506/'7; vSvY III, 459-478.


A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 335-336
 

In Vierschaar vier kanonnen, gegoten 1580 door Jean de Challengie. Oostelijk trappenhuis met gesneden leuning. Raadszaal met schoorsteen door Roman. Burgemeesterskamer met Lodewijk XV betimmering en schoorsteen. Commissiekamer met Lodewijk XV betimmering en schoorsteen, goudleerbehang. In raadszaal plafondbeschildering door Elyas van Nijmegen naar ontwerp van Roman. Voorts vele schilderijen o.a. door Theodoor van Thulden. Wandtapijten uit 1679 door Maximiliaan van der Gucht. In de achterbouw trouwkamer met betimmering en goudleerbehang (17e eeuw). Beiaard mat veertien klokken van F. en P. Hemony uit 1649 en van Melchior de Haze uit 1691, verder een anonieme uurklok uit 1372, diameter 120 cm, genaamd Maria.
Bron: Bossche Monumenten in Beeld
~~~
Het stadhuis heeft een rijk interieur uit verschillende perioden: 17e eeuws goudleerbehang, 18e eeuwse schouwen en lambrizeringen etc. In de hal bevinden zich allegorische muurschilderingen van Antoon der Kinderen.
Bron: 's-Hertogenbosch Open Monumentendag 2003
 

Markt 1
Raadhuis. Ontstaan uit verbouwing van laatgotisch raadhuis uit 1529, waarvan de door kruisribgewelven overwelfde veelbeukige kelder en veel muurwerk bewaard bleef.
Voorgevel uit 1670 door Claes Jeremiasz Persoons; natuursteen, kolossaalorde en fronton in middenrisaliet. Bordes met dubbele trap uit 1679.
In fronton beeldhouwwerk van Jacob van der Hoeven. Toren uit 1649 door Jacob van der Laer en Adriaan van der Sterren. Aan de achterzijde een vermoedelijk door Jacob Roman in 1691 gebouwde galerij, die aansluit op een in oorsprong 16e eeuws gedeelte. Kelders door Jan Darkennes. In Vierschaar vier kanonnen, gegoten 1580 door Jean de Challengie.
Oostelijk trappenhuis met gesneden leuning. Raadzaal met schoorsteen door Roman. Burgemeesterskamer met Lodewijk XIV betimmering en schoorsteen. Commissiekamer met Lodewijk XV betimmering en schoorsteen, goudleerbehang. Vertrek met rijke Lodewijk XIV schouw.
In raadzaal plafondschildering door Elyas van Nijmegen naar ontwerp van Roman. Voorts vele schilderijen o.a. door Theodoor van Tulden. Wandtapijten uit 1679 door Maximiliaan van der Gucht. In de achterbouw trouwkamer met betimmering en goudleerbehang (17e eeuw).
Beiaard met veertien klokken van Francois en Pieter Hemony uit 1649 en van Melchior de Haze uit 1691, verder een anonieme uurklok uit 1372, diameter 120 cm, genaamd Maria. Trommelspeelwerk van Juriaan Sprakel, 1691. In de architraaf van de gevel een ruiterspel.

(datum: 12 januari 1989; kadastraalnr: G 7085; monumentnr: 21719)


Rijksdienst voor de Monumentenzorg 2004
 

Het Stadhuis 1)
454
455
456
457
458
459
460
461
462
463
464
465
460
467
468
469
470
471
472
473
474
475
476
477
478

Noten
1. Men zie hierover Dr. C.F. Xav. Smits in het Bulletin van den Nederl. Oudheidk. Bond 1e jg. p. 212 en vlgd.
2. Onder „plaetsen" verstaat hij hier vertrekken.
3. Hierin vergaderden de Gedeputeerde der vier Kwartieren van de Meyery. Blijkens R.A. van Zuylen de Stadsrekeningen I p. 473 bestond zij al in 1530.
4. De nieuwe griffie van het tweede stadhuis werd blijkens R.A. van Zuylen t.a.p. I p. 731 en 36 in 1563 gebouwd.
5. Blijkens de teekening van het tweede stadhuis, gemaakt door Saenredam, kwam dit wapen te staan in den voorgevel.
6. Hij was bouw- of loodsmeester van de Bossche Kathedraal.
7. D.w.z. boven op den top van den gevel van het stadhuis.
8. Uit R.A. van Zuylen Stadsrekeningen II p. 1386 valt op te maken, dat dit eerst in 1633 geschiedde.
9. Uit het op de vorige blz. vermelde valt op te maken, dat deze wapens van den Keizer waren, die in 1529 over Duitschland regeerde.
10. Men zie hierover nog Taxandria XIV p. 148 en vlgd.
11. Van Heurn Historie III p. 239.
12. De lijken van misdadigers, die in den Bosch op het schavot met den dood waren gestraft, werden daarna opgehangen aan den galg op de Vughterheide, waartoe de gemeente Vught de ladders had te leveren. Deze galg was een groot gevaarte, van steenen, opgebouwd, en van drie torentjes voorzien, welke met yzeren spijlen aan elkander gehecht waren; naar die torentjes, op elk waarvan een koperen vaantje zich bevond, was deze galg onder den naam van de drie torentjesgalg bekend. Om den galg stonden drie leeuwen. Over de Galgstraat, die erheen leidde, zie men Van Heurn Historie II p. 241.
13. Deze kast was gedeeltelijk ingemetseld in den muur van den toren der Bossche St. Janskerk; zij was voorzien van dubbelde deuren met sloten en boomen, alles van ijzer; op die kast stond in het ijzer geslagen het jaartal 1216; de stadsprivilegiën werden daarin tot het jaar 1733 bewaard en sedert dien was zij ledig; in 1836 is zij geamoveerd geworden. Haar naam was de stadskomme, zooals blijkt uit Van Heurn Historie III p. 77.
14. Publicatie van den Raad en Leenhof van Brabant van 8 April 1704.
15. Zie Resolutie van den Raad van State van 9 Maart 1695.
16. Zie Plakkaat van de Staten Generaal van 12 Febr. 1670.
17. Zie hierover Van Heurn Historie IV p. 81.
18. Hij werd 21 November 1675 te den Bosch geboren en schilderde vooral kabinetstukjes. Tot zijn ongeluk gaf hij zich over aan dronkenschap, zoodat hij niet praesteerde wat zijn talent beloofde. In armoede overleed hij 29 Nov. 1747 in eene gewezen soldatenbarak nabij de Hinthamerpoort te den Bosch.
19. Blijkens de Stadsrekening 1646/47 leverde Theod. van Tulden deze beide sehilderijen voor f 500.
20. Blijkens R.A. van Zuylen Stadsrekeningen II p. 1573 schilderde J. de Langhe de portretten van Willem den Zwijger en Prins Maurits, voor elk waarvan hij fl 36 ontving en blijkens denzelfde III p. 1808 schilderde Bolomey de portretten der stadhouders Willem IV en V.
21. Het was Elyas van Nymege, die dit plafond schilderde.
22. De portretten van stadhouder Willem III, koning van Engeland en zijne gemalin, welke er thans hangen, werden geschilderd door Jan Hendrik Brandon; de gebeeldhouwde lijsten, waarin zij gevat zijn, zijn het werk van den beeldhouwer Jacobus van der Hoeven.
23. Zie Deel I p. 71.
24. St. Hanewinkel Geschied- en Aardrijksk. Beschr. der stad en Meierij van 's Bosch p. 254.
25. Zij zijn een vijftigtal jaren geleden weggemaakt.
26. Eene uitvoerige uiteenzetting is te vinden in Taxandria V, p. 144 en 324 vlgd. en bij J. van Oudenhoven l.c. p. 57-92.
27. J. v. Oudenhoven, t.a.p. blz. 57.
28. J. v. Oudenhoven, t.a.p. blz. 78.
29. Van Heurn Historie I p. 453.
30. Zie hierover J. van Oudenhoven t.a.p. blz. 58 en 59.
31. Van Heurn Historie III p. 98.


De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 454-478
 

Ter Puye
Door Henny Molhuysen

Tot op het einde van de achttiende eeuw wisselde jaarlijks het Bossche stadsbestuur. Negen schepenen traden eind september af en werden op 1 oktober opgevolgd door een nieuw negental. Deze 'rijckste, notabelste ende nuttighste mannen die men daar toe vinden konde' zorgden nu een jaar voor het geven van nieuwe reglementen, het uitvaardigen van publikaties, het benoemen van gemeentepersoneel, het toezicht op de posterijen, het bijhouden van de stadsfinanciën, het recht spreken en vele andere taken.
De beslissingen van het stadsbestuur werden in het openbaar kenbaar gemaakt door het overal in de stad opplakken van deze publicaties. Tevens zorgden omroepers ervoor dat ook degenen die niet konden lezen, bekend werden gemaakt met de inhoud van deze publicaties. In eerste instantie werden die bekend gemaakt in 'ter puye'van het stadhuis. Dat wil zeggen dat ze vanaf het bordes van het stadhuis werden voorgelezen aan de geïntresseerde Bosschenaren.
De meest dramatische bekendmaking was die van 1 juli 1579, tijdens de Opstand, door het stadsbestuur zélf voorgelezen. Men had gedurende een half jaar geen keuze kunnen doen; óf behoud van de katholieke godsdienst óf de vrijheidsstrijd tegen Spanje. Eindelijk, op 1 juli werd de beslissing genoemen; men zou de unie van Utrecht ondertekenen en daarmee de Opstand steunen. Maar eerst wensten vele Bosschenaren dat de tekst van deze Unie zou worden voorgelezen. Tijdens dit voorlezen vanaf de pui van het stadhuis viel er een schot... Er werd terug geschoten. Nog meer schoten vielen... De volgende ochtend realiseerde men zich pas wat er die dag op de Markt had plaatsgevonden, een gevecht tussen Bosschenaren onderling. Met als triest gevolg, veertig doden en honderdtwintig gewonden.
Het bordes van het stadhuis werd ook gebruikt om bekende, illustere gasten te ontvangen. Jaarlijks zijn dat ondermeer Sint Nicolaas en Prins Amadeiro. Koninklijke gasten worden er eveneens door het gemeentebestuur verwelkomd. Koningin Wilhelmina werd na de bevrijding van de stad op 20 maart 1945 op een verwoest en kapotgeschoten bordes welkom geheten. Vlak nadat ze de stad verlaten had, vielen er weer Duitse granaten op de Markt. Dezelfde Markt waar de volgende maand waarschijnlijk ook kroonprins Charles van Engeland er een defilé afnemen.
Opmerkelijk is voorts het gebruik van de naam 'de blauwe stoep' om het Bossche stadhuis aan te duiden. Deze naam komt niet zozeer in 's-Hertogenbosch zelf voor, maar wordt meer gebruikt in de dorpen van de Meierij. Als men daar spreekt over 'naar de blauwe stoep gaan', wordt er bedoeld dat er een bezoek aan het stadhuis gebracht wordt. En vroeger ging de bevolking van de meierij nogal al eens naar het Bossche stadhuis. Bijvoorbeeld om er door de Bossche schepenen verkoop- en huurcontracten officieel te laten vastleggen. Maar ook dat is een taak die het Bossche stadbestuur momenteel niet meer uitvoert. Evenmin wordt via 'ter puye' nog het officiële stadsnieuws bekend gemaakt. Dat gebeurt tegenwoordig gewoon via de krant.


Brabants Dagblad donderdag 29 september 1988
 

De meridiaan
Door Henny Molhuysen

Lopend door het Bossche stadhuis over de Oranjegalerij merken bezoekers tussen de ramen één glas-in-lood-raampje op. Een nauwkeurige opletter ziet zelfs dat er in het midden van het glas-in-lood een gaatje zit. Waarom is dat? Om het verhaal compleet te maken: er hoort ook nog een veertien meter lange koperen strip bij. Die op de vloer is gespijkerd en deels verborgen zit onder het vloerkleed. Het is de meridiaan, de middaglijn.
De strip is aangelegd in de noord-zuid lijn en op school hebben we vroeger geleerd dat om 12 uur 's middags de zon in het zuiden staat. Dat betekent dan ook dat op die tijd de zon recht door het open gaatje in het glas-in-lood-raam straalt op de koprenen strip! Echter, er werd steeds verteld dat 'de meridiaan niet meer werkte'. Dat is niet het geval: nog steeds is de voortkruipende witte stip temidden van de gekleurde vlekken van het raam te zien. Maar niet meer als de wijzers op onze horloge het middaguur aangeven. De 'zonnetijd', daar moeten van uitgegaan worden. Een tweede reden dat men aannam dat deze meridiaan niet meer werkte was de bouw van de V & D die het licht weg zou nemen. Gedeeltelijk is dat waar. Omdat de zon tussen november en februari zo laag staat, kan zij het glas-in-lood-raam niet meer bereiken.
Iemand die gespecialiseerd is in de 'gnomonica' heeft het zelf geconstateerd op 13 april 1984, zo schrijft hij in De Zonnewijzer, toen 'de ware middag' viel op 13 uur, 39 minuten en 17 seconden. Zo'n drie minuten was de witte stip geheel of gedeeltelijk op de strip te zien, deelt hij enthousiast mee. Inderdaad: niemand had verwacht dat het 'middaguur' die dag om kwart vóór twee 's middags viel!
De vraag is ten slotte: wanneer is deze meridiaan aangebracht en door wie? Daarop is niet direct een antwoord beschikbaar. Wellicht kan er gedacht worden dat de zeventiende-eeuwse bouwmeester van het stadhuis dit tijdens de werkzaamheden heeft laten uitvoeren. Dat is niet het geval geweest. Na lang zoeken vonden we tenslotte in het jaarverslag van de gemeente over het jaar 1853 de oplossing: 'Wij kunnen ... nog aanstippen, dat de Heer Everts een meridiaan, door hem ten stadhuize daargesteld, aan de stad schonk'. De correspondentie van dat jaar en de notulen van de verslagen van de gemeenteraad (die een schenking officieel moest aanvaarden) en burgemeester en wethouders leverden verder niets op. 'De Heer Everts' is zeer waarschijnlijk Franciscus Jacobus Everts, de arrondissements-ijker. Deze is in 's-Hertogenbosch geboren en stierf op 69-jarige leeftijd in januari 1865. Iemand die gespecialiseerd is in nauwkeurigheid en dit waarschijnlijk van zijn vader thuis al heeft meegekregen (zijn vader was 'horlogiemaker') heeft de kans gekregen zulk een middaglijn, meridiaan, voor het Bossche stadhuis te maken. Het is trouwens een uniek document uit de geschiedenis van de tijdmeting: nergens anders is zoiets in Nederland te zien.


Brabants Dagblad donderdag 9 juli 1992
 

?

Kraaijvanger & Urbis, bureau voor architectuur en stadsontwerp

Masterplan Stadhuis 's Hertogenbosch. Plananalyse raadszaal
s.n. (s.l. z.j.)
?

Kraaijvanger & Urbis, bureau voor architectuur en stadsontwerp

Masterplan Stadhuis 's Hertogenbosch. Plananalyse publiekshal
s.n. (s.l. z.j.)
1908

C.F.Xav. Smits

Het stadhuis te 's-Hertogenbosch
Bulletin van den Nederlandschen oudheidkundigen bond (1908) 212-226
1908

C.F.Xav. Smits

Stadhuis te 's-Hertogenbosch (C.F.Xav. Smits)
Sint-Lucas. Nederlandsche uitgave van het "Bulletin des métiers d'art" (1908) 161-168
1909

Jan Mosmans

Het voormalig stadhuis te 's-Hertogenbosch
Het huis oud & nieuw 2 (1909) 52-61
1909

Adolph Mulder

Het stadhuis te 's-Hertogenbosch ()
Bulletin van den Nederlandschen oudheidkundigen bond (1909) 23-29
1923

H.J.M. Ebeling

Het stadhuis van 's-Hertogenbosch
Buiten (15 december 1923) 596-599, 608-612
1938

M.D. Ozinga

Het stadhuis te 's-Hertogenbosch en zijn bouwmeester
Bulletin van den Nederlandschen oudheidkundigen bond (1938) 19-25
1949

L. Pirenne

Van Raadhuis tot Stadhuis. Vier eeuwen uit de bouwgeschiedenis van het stadhuis van 's-Hertogenbosch
s.n. (s.l. 1949)
1950

L. Pirenne

Het huis in onze stad
I De geschiedenis van het Bossche stadhuis : II In 1670 begon men het huidige stadhuis te bouwen : III (slot) Pieter Minne is de ontwerper van het huidig Stadhuis
Provinciale Courant december 1950
1971

Redactie

De ruiters en klokken van het stadhuis van 's-Hertogenbosch
Chronos 22 (1971) 1296-1297
1975

Redactie

Herstel kap-constructie eerste fase. Restauratie stadhuis dringende noodzaak
Brabants Dagblad dinsdag 25 maart 1975 (foto)
1975

Redactie

Genie speurt muurankers stadhuis op
Brabants Dagblad vrijdag 17 oktober 1975 (foto)
1975

Redactie

Restauratie stadhuis ten top
Brabants Dagblad zaterdag 6 december 1975 (foto)
1975

Palthe, B. Wulfften

Stedebouwkundige situering stadhuis 's-Hertogenbosch
Scriptie HTS Tilburg, 2e jaar cursus "Stedebouwkundige techniek"
s.n. (s.l. 1975)
1977

P.Th.J. Kuyer

Het Stadhuis van 's-Hertogenbosch
Gemeentebestuur 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1977, zesde druk)
1982

mr. J.A.M. Hoekx

De totstandkoming van het huidige stadhuis in de 17e eeuw
Bossche Bouwstenen ('s-Hertogenbosch 1982) V 18-36
1984

M.J. Hagen

De middagstrip in het stadhuis van 's-Hertogenbosch
De zonnewijzerkring 2 (1984) 47-48
1988

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Ter Puye
Brabants Dagblad donderdag 29 september 1988 (foto)
1990

Henk Bruggeman

Het stadhuis van 's-Hertogenbosch
Henk Bruggeman. 's-Hertogenbosch, monumentendag 1990
1991

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Het schilderij
Brabants Dagblad donderdag 4 juli 1991 (foto)
1992

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : De meridiaan
Brabants Dagblad donderdag 9 juli 1992 (foto)
1993

J. Treling

Onderzoek onder het stadhuis
's-Hertogenbosch 1 (1993) 31-34
1993

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Weddenschap
Brabants Dagblad donderdag 14 januari 1993 (foto)
1993

Henny Molhuysen

Achter de voorgevel : Markt 1
Brabants Dagblad donderdag 8 juli 1993 (foto)
1994

Henny Molhuysen

Achter de voorgevel : Zesde wethouder
Brabants Dagblad donderdag 28 april 1994 (foto)
1996

Henny Molhuysen

Achter de voorgevel : Het Huys van Sint Claes
Brabants Dagblad zaterdag 23 november 1996 (foto)
1998

R. Glaudemans, E. Vink

Stadhuis 's-Hertogenbosch. Cultuur-historische inventarisatie.
s.n. (s.l. 1989)
2000

R. Glaudemans

Stadhuis 's-Hertogenbosch. Cultuur-historische inventarisatie Deel 1 Bouwhistorische verkenning
s.n. (s.l. 2000)
2002

Ad van Drunen

Plaats van de Bossche stadhuizen : Nieuwe gegevens
Bossche Bladen 3 (2002) 75-79  [pdf]
2002

Ad van Drunen

Het oude (tweede) raadhuis
Bossche Bladen 4 (2002) 121
2003

W. Hagemans

Het Stadhuis
Bossche Pracht 6 (2003) 140-143
2006

Carolien Roozendaal

Stadhuis
Bossche Bladen 1 (2006) 28-29
2007

Ed Hupkens

's-Hertogenbosch blijft verwonderen
KringNieuws 2 (2007) 20-22
2008

Wim Hagemans

Vergeten kisten in stadhuis vol oorlogsgeschiedenis
Brabants Dagblad zaterdag 12 april 2008 (foto's)
2008

Wim Hagemans

Archief maakt dodenlijst compleet
Brabants Dagblad zaterdag 12 april 2008 (foto's)
 

1629 Het Stadt huysKaart beleg 's-Hertogenbosch 1629
1795 Raad HuisKaart Plan der Stad Forten en Situatie van 's-Hertogenbosch 1795
 

? Het stadhuis
Gemeente 's-Hertogenbosch
 

1366 Het stadhuis bestaat in feite uit drie samengoevoegde woonhuizen, waarvan het middelste, brede pand in 1366 door de stad werd aangekocht om te worden herbestemd tot raadhuis. Na ruim een eeuw (1481) werd het linker buurpand, 'de Gaffel' genaamd, bij het stadhuis gevoegd.
Bron: 's-Hertogenbosch Open Monumentendag 2003
1372 Uit dit jaar dateert de oudste klok van het stadhuis. Het Bossche middeleeuwse stadhuis dateert uit de tweede helft van de veertiende eeuw. Aangezien de klok er in 1372 in is opgehangen, lijkt het aannemelijk dat in dat jaar de bouw bijna gereed is.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1463 Bij de stadsbrand van 1463 wordt het stadhuis zwaar beschadigd.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1529 In 1529 werden deze beide samengevoegde panden verbouwd, waarbij het bordes vóór het stadhuis en de kelders werd vernieuwd naar een ontwerp van Jan Darkennes, een uit Henegouwen afkomstige meester- steenhouwer die van 1521 tot 1572 werkzaam als bouwmeester van de Sint Jan.
Bron: 's-Hertogenbosch Open Monumentendag 2003
1535 Het huis 'In Sinter Claes' (thans een onderdeel van het stadhuis) wordt vermeld als gildehuis van het kramersgilde. Het is het enige ons bekende Bossche gildehuis.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1599 In 1599 werd ook het rechter buurpand aan de Markt ('Sinterclaes' genaamd) bij het stadhuis gevoegd.
Bron: 's-Hertogenbosch Open Monumentendag 2003
1670 Naar aanleiding van een binnenbrandje -in de nacht van 25 op 26 december 1669- in het stadhuis begint men met een verbouwing. Deze verbouwing zal echter neerkomen op een bijna gehele nieuwbouw van het stadhuis.
Bron: ?

Na de grote verbouwing van het stadhuis in 1670, waarbij de kelders en zijmuren van de vroegere middeleeuwse panden bewaard bleven, werden onderdelen van het voormalige 16e eeuwse bordes verplaatst naar de binnenplaats van het Hof van Zevenbergen.
Bron: 's-Hertogenbosch Open Monumentendag 2003
1691 Aan de achterkant van het stadhuis werd in 1691, naar ontwerp van hofarchitect Jacob Roman, een galerij gebouwd tussen het griffiepand en het stadhuis.
Bron: 's-Hertogenbosch Open Monumentendag 2003
1908 De kelders onder het stadhuis worden 'herontdekt'. Uitgegraven vinden zij een bestemming als boterhal; later als Raadskelder (restaurant).
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1913 Het bordes van het stadhuis wordt gerestaureerd. Het oorspronkelijke bordes was verdwenen en vervangen door één brede trap. Nu wordt het bordes met aan weerszijden een trap in de oorspronkelijke staat teruggebracht.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1940 In 1938 was bij de gelegeheid van de vredesbesprekingen in München door de Engelse eerste minister Chamberlin een inskriptie op de gevel van het stadhuis aangebracht. Onder een duif met een takje in de snavel stond gebeiteld: 'Laus Deo Semper. Ter dankbare herinnering aan het grootsche vredeswerk van Neville Chamberlin. September 1938. Pax optima rerum'. Een Duitse officier die deze inskriptie ziet, beschadigt deze met zijn sabel. De inskriptie wordt daarbij grotendeels verwijderd.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1960 Gedurende elf jaar vindt er een restauratie plaats van de uit de zeventiende eeuw daterende gobelins uit de raadzaal van het Bossche stadhuis.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
 

De Markt met Stadhuis, z.j.

Hendrik de Laat (1900-1980)
(olieverf op doek, 30 x 40.5 cm)
Particuliere collectie

Links (met terras) de sociëteit de Zwarte Arend.

Stadhuis, z.j.

J.H. Maronier ()
(aquarel)
Stadsarchief HTA stamboeknr. 2405

Het stadhuis aan de Markt zoals het er uitgezien moet hebben in de tijd dat Dirck Aerts 'borgermeester' was.

Schilderij van het stadhuis, z.j.

Pieter Gerard Vertin (Den Haag 1819-1893)
(olieverf op paneel)
Prentenkabinet 's-Hertogenbosch

Het stadhuis van 's-Hertogenbosch, 1632

Pieter Jansz. Saenredam ()
(pen en aquarel, 46 x 31 cm)
Rijksprentenkabinet Amsterdam (inv. A 3657)

Gesigneerd en gedateerd:
'Pr. Saenredam fecit' (onder de middelste boog van het bordes), 'ANNO 1632 7. maent. 10 dach.' (rechtsboven)
In Buscoducis

Bossche stadhuis, 1660

Abraham van Beerstraten ()
(pentekening)
Particuliere collectie

Markt 1664

Abraham van Beerstraten ()
(olieverf op doek)
Gemeente 's-Hertogenbosch

Veel houten huizen op de Markt, althans zeker de gevels, waren in het midden van de zeventiende eeuw al vervangen door steen, zoals te zien is op dit schilderij dat een zestal jaren voor de vervanging van de voorgevel van het stadhuis door de huidige, werd vervaardigd. De grote 'lantaarn' was bedoeld voor het te kijk zetten van overspelige vrouwen.
's-Hertogenbosch. De geschiedenis van een Brabantse stad 1629-1990 (1997) 46

Gezicht op de Markt met aan de linkerzijde met stadhuis, 1732

H. Spilman, C. Pronk
(prent 7.0 x 9,8 cm)
Stadsarchief (0000538)

Stadhuis in de 18e eeuw

Anoniem
(gravure)
Gemeente - Stadsarchief 's-Hertogenbosch

In 1670 werd het oude stadhuis met laat-gotische voorgevel inwendig en uitwendig geheel verbouwd. De belangrijkste wijziging onderging de voorgevel waaraan een ontwerp van de Haagse architect Pieter Minne ten grondslag lag. Het geheel werd in de toen heersende stijl van klassicistische barok opgetrokken uit bentheimer steen.
?

Raadhuis en Markt in 's-Hertogenbosch, 1730

Abraham de Haen ()
(pen in zwart, gewassen in grijs)

Het stadhuis omstreeks 1757

Onbekend
(gravure en ets uit: De Chantillon, 29 x 18 cm)
Stadsarchief 's-Hertogenbosch

Gezicht op de Markt 1777-1778

Jac. Evers ()
(pen in zwart, gewassen in grijs)

Stadhuis ca 1830

M. Mourot ()
(litho)
KUB Tilburg

's-Hertogenbosch was een stad van bestuurders, militairen en ambtenaren. Dat is aan de kleding van de personen op deze prent goed te zien. Het bestuur dat in het statige stadhuis resideerde had evenwel niet meer die macht die het oude stadsbestuur van de Hertogstad conform de oude privileges had.
's-Hertogenbosch. De geschiedenis van een Brabantse stad 1629-1990 (1997) 225

Stadhuis, 1850

Onbekend
()
Uit: Penning-Magazijn voor de jeugd (1850) 68
Stadsarchief (0000183)
 

2002

Handhaven eerste stadsmuur

Het college beantwoordt de schriftelijke vragen van Stichting 's-Hertogenbossche Monumentenzorg over het bouwplan stadhuis in relatie tot de eerste stadsmuur. In de beantwoording staat onder meer dat het de bedoeling van de gemeente is om deze muur zoveel mogelijk te handhaven en om deze binnen het stadhuis zoveel mogelijk zichtbaar te maken voor het publiek.
B&W Besluitenlijst 4 juni 2002
 

1496 Kapittel 26.
He geschilderd glasraam in de Raadskamer op het Raadhuis voorstellende de 15 Landsheeren hersteld.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1496. Deel 1, blz 28
1520 Kapittel 10.
Een halve plaats onder de pui van het stadhuis verhuurd aan Adriaan Roelofs, om aldaar zijne boeken en geschilderde prenten uit te stallen en te verkoopen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1520-1521. Deel 1, blz 352
1529 Kapittels 8 en 9.
Verkoop van lijfrenten om met de gelden daarvan komende, de kelder onder het stadhuis, eene nieuwe voorpui aan het stadhuis en meer andere werken te doen maken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1529-1530. Deel 1, blz 459
1529 Kapittel 97 en 98.
• Kelders onder het stadhuis, vernieuwen van den voorgevel en de pui van het stadhuis en andere verbouwingen zoo in- als uitwendig van dat gebouw.
• Tekening van de wapens des Keizers en der stad, om daarna in steen gehouwen op de pui te worden geplaatst.
• Jan Derkennis, loods- of bouwmeester der cathedraal van St. Jan, werkt ook aan het stadhuis.
• Joost Jonckers maakt de 4 in steen gehouwen beelden des Keizers, die in den ouden voorgevel van het stadhuis stonden.
• Leeuw van steen gehouwen.
• Frans van der Withave vervaardigd twee in steen gehouwen kindertjes om op de pui te plaatsen.
• Mr. Peter ... den uurwerkmaker uit Rosendaal, maakt het uurwerk van het stadhuis en het ridderlijk steekspel in den gevel dat bij het slaan van ieder uur werkt.
• Jan ... de schilder verguld het kruis dat boven op het raadhuis tusschen twee leeuwen stond.
• Verschilderen van onze Lieven Heer ten oordeel met de deuren.
• Jan Derkennis, bouwmeester der cathedraal van St. Jan, ook bouwmeester der vernieuwing en herstelling van het stadhuis.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1529-1530. Deel 1, blz 467-468
1548 Kapittel 18.
• De schilders Gerrit Jacobs en Jan Priem, schilderen de wapens voor het raadhuis aan den troon te bezigen, zij maken de beelden der vier Keizers voor het raadhuis staande schoon en vernissen die op nieuw.
• De beelden des Keizers door Lambert Hendrixs hersteld.
• Houten borden waarop de wapens zijn geschilderd.
• Schets van 's Prinsen wapen.
• De voorpui van het stadhuis met groen laken behangen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1548-1549. Deel 1, blz 661
1553 Kapittel 14.
Afsluiting van de rentmeesters-kamer boven in het stadhuis.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1553-1554. Deel 1, blz 686
1555 Kapittel 18.
De kamer boven de zaal van het raadhuis tot rentmeesters kamer ingerigt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1555-1556. Deel 1, blz 700
1558 Kapittel 9.
De boekdrukker Jan van Turnhout de jonge heeft de plaats onder de pui van het stadhuis in huur.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1558-1559. Deel 1, blz 713
1563 Kapittel 18.
De nieuwe griffie gebouwd tusschen het raadhuis en Sinter Klaas.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1563-1564. Deel 1, blz 736
1566 Kapittel 30.
Schepenen, Gezworenen en Raadsleden, blijven, gedurende de dagen der beroerten, overmiddag op het stadhuis, om des namiddags, bij vergadering, terstond gereed te zijn.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 785
1568 Kapittel 20.
Wapenrekken in de Gaffel gemaakt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1568-1569. Deel 2, blz 822
1571 Kapittel 17.
Brand in de Gaffel, met het felle stoken door de Spanjaards, veroorzaakt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1571-1572. Deel 2, blz 862
1587 Kapittel 16.
De Regeringsleden vlugten naar het huis Roodenburg, omdat de pest in en om het Stadhuis heerschte.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1587-1588. Deel 2, blz 1069
1595 Kapittel 15.
Antonius Cloot, alias Keijser, schildert het Stadhuis en de Heerenkammer.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1595-1596. Deel 2, blz 1108
1600 Kapittel 15.
• Jan Roeloffs van Diepenbeek, glasschilder, vervaardigt onder meer anderen, voor het altaar aan de gevangenpoort, het schilderij der furie van 1 Julij 1579. Maakt eene plattegrond teekening van de Stad, met de vestingwerken, de omliggende schansen, rivieren en omstreken, aan Stads gedeputeerden naar Brussel gezonden, om den Staten te betoogen, de insluiting der Stad, en den overlast die zij van den vijand heeft. Hij schildert ook het Stadhuis, de Gaffel en Sinter Klaas kamer, zoo als die vereenigd tot één gebouw zouden gemaakt worden.
• Plan tot het maken van een nieuw Stadhuis in eene lijst gezet.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1600-1601. Deel 2, blz 1130..1131
1604 Kapittel 16.
De plaats in het oude Raadhuis waar een pestzieke gelegen had met wierook en geneverbessen gezuiverd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1604-1605. Deel 2, blz 1162
1617 Kapittel 21.
De nieuwe leuningen der pui van het Stadhuis geverwd en het Hertogelijk wapen geschilderd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1617-1618. Deel 2, blz 1246
1621 Kapittel 21.
De Magistraat, de raadsheeren en de officieren der Schutterij, houden de wacht op het Stadhuis, tijdens men een aanval van den vijand duchte.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1621-1622. Deel 2, blz 1300
 

Twee grendels afkomstig uit het stadhuis aan de Markt. De grendels bevonden zich aan de achterzijde van het stadhuis en dienden om de luiken voor de vensters te kunnen afsluiten.
 

Onbekend
Onbekend
1908