Verwersstroom 
 
Algemene karakteristiek

1. Pré-stedelijke ontwikkeling

Het eerste gedeelte vanaf de Grote Hekel tot aan Het Noordbrabants Museum is van een natuurlijke oorsprong en vormt samen met de nog nader te noemen Kleine Vughterstroom één van de oorspronkelijke zij­stromen van de Dommel. Zoals reeds gezegd zal, evenals bij de Vughterstroom, dit eerste gedeelte van de Verwerstroom vanaf 3500 jaar geleden geleidelijk zijn ont­staan als gevolg van de doorgaande (grond)waterstand verhogin­gen in het beneden Dommel/Aadal in samenhang met de grote omweg van de Dommel in oostelijke richting. Nabij de huidige Grote Hekel had hierdoor een afsplitsing plaats van het afstromende water vanaf de Dommel in een min of meer westelijke richting. Vanaf het ontstaan heeft deze zijstroom altijd geringere afmetingen gehad dan de hoofdstroom van de Dommel.

2. Geografische omschrijving

De Verwersstroom neemt een aanvang nabij de Grote Hekel. Vervolgens heeft de afstroming plaats langs de Oude Dieze, de Verwersstraat, Achter het Stadhuis en de Snellestraat. Nabij de Poort van Diepen vindt de uitstroom plaats in de Vughterstroom.
De totale lengte is 761 meter, te onderscheiden in:
Open stroomgedeelten271.00 m
Gesloten stroomgedeelten22.00 m
Overbruggingen96.50 m
Overkluizingen354.00 m
Bruggen17.50 m
De open stroomgedeelten omvatten bij de Verwersstroom slechts 39.6 % van de totale lengte.

3. Fysisch geografische kenmerken

Evenals bij de Groote Stroom waren de fysisch geografische kenmerken met betrekking tot de hogere- en lagere terreingedeelten langs de Verwersstroom nog geheel aanwezig tijdens de stichting van 's-Hertogenbosch in of omstreeks 1185. Het rechteroevergedeelte bestond, met name ter plaatse van de huidige Verwersstraat, uit een hoger gelegen dekzandgebied. De linkeroevergedeelten, o.a. de huidige Mortel, waren laag gelegen gebieden. Voor de sedimentatie en de daarmede samenhangende bodemhoogten zie de opmerkingen bij de behandeling van de Vughterstroom.
De onderste steen boven, 25 jaar bouwhistorie in 's-Hertogenbosch (Matrijs 2000)
 
Antropogene ontwikkelingen na 1185

1. Vestigingscondities en bouwlocaties

Aangezien de gegraven gedeelten van de Verwersstroom voor een groot gedeelte tevens een onderdeel zijn geweest van de eerste vestinggrachten dateren de langs dit stroomgedeelte ontstane bouwlocaties reeds uit de vroegste geschiedenis van de stad. Dit geldt met name voor de gedeelten langs de rechteroever binnen de eerste stadsmuren. In de loop van de 13e eeuw, met name na 1250, nam het aantal inwoners van de stad sterk toe. Binnen de stadsmuren was voor nieuwe inwoners nagenoeg geen ruimte meer aanwezig. Hierdoor was men gedwongen zich te vestigen buiten de stadsmuren. Het ligt voor de hand dat deze vestigingsplaatsen waren gelegen op de hoger gelegen gronden. Eén van deze plaatsen was de hoge dekzandrug waarop nu de Verwerstraat is gelegen. In de eerste helft van de 14e eeuw kwam voorts een sterke uitbreiding tot stand langs de linkeroever van de Verwerstroom vanaf de huidige Waterstraat tot aan de Grote Hekel. Ook in de nabijheid van de huidige Kruisstraat ontstonden vermoedelijk in deze tijd nieuwe bebouwingen.

2. Het graven van waterlopen

Met de stichting van de stad brak een periode aan van ingrijpende veranderingen in het regime van het oorspronkelijke natuurlijke gedeelte van de Verwersstroom. De gegraven verdedigingsgrachten rondom de eerste ommuring dienden te worden voorzien van voldoende water. Voorts was een goede doorstroming van groot belang. Daartoe werden kortsluitingen gegraven met bestaande natuurlijke stromen die uiteraard bovenstrooms van de vesting moesten zijn gesitueerd. Eén van deze natuurlijke stromen was het zuidelijke gedeelte van de Verwersstroom langs de Verwersstraat. De hierop betrekking hebbende kortsluiting werd gegraven langs het noordelijke gedeelte van de Verwersstraat vanaf de aftakking van de Kleine Vughterstroom ter plaatse van de Noordbrabants Museum. Het graven van dit stroomgedeelte had tevens tot doel de langs deze straat gevestigde (of nog te vestigen) middeleeuwse bedrijfjes aansluiting te geven op goed vaarwater hetgeen in die tijd immers onmisbaar was voor een optimale economische ontwikkeling. Aangezien in een oorkonde uit 1296 reeds sprake is van een brug achter de 'Colpelstrata' (lees Verwersstraat) is deze kortsluiting langs de Verwersstraat, mede in samenhang met de nog nader te behandelen kortsluiting met de Kleine Vughterstroom, vermoedelijk in de tweede helft van de 13e eeuw gegraven. Door het graven van dit stroomgedeelte werd een aaneengesloten vaarwater verkregen vanaf de aftakking van de Dommel, ter plaatse van de huidige Grote Hekel, via de westelijke vestinggrachten naar de Vughterstroom (de huidige Brede Haven).
Naarmate de aanleg, gedurende de veertiende eeuw, van de tweede stadsmuur vorderde verminderde de verdedigingsfunctie van de eerste stadsmuur met bijbehorende verdedigingsgrachten. Uitgaande van deze ontwikkeling werd door het stadsbestuur mogelijk reeds tegen het midden van de veertiende eeuw besloten deze voorzieningen een andere bestemming te geven zoals de bouw van woningen en de aanleg van wegen. Door demping van de daarvoor in aanmerking komende grachten konden deze voorzieningen worden gerealiseerd waarbij de woningen tegen de buitenzijde van de stadsmuur werden gebouwd en de wegen op of nabij de gedempte grachten. Verdedigingsgrachten die een belangrijke functie hadden in de aan- en afvoer van water en de scheepvaart, zoals gedeelten van de Verwersstroom en de Groote Stroom, werden gevrijwaard van demping.
In de loop van de tweede helft van de veertiende eeuw werd echter toch een gedeelte van de Verwersstroom gelegen tussen de Vismarktpoort en de poort in het Eerste Korenstraatje gedempt. (fig. C). Deze demping was noodzakelijk voor de aanleg van een wegverbinding tussen deze twee poorten ter verbetering van het toegenomen (goederen)verkeer ter plaatse. Alvorens tot demping kon worden overgegaan werd, mogelijk met toestemming van de abt van het klooster van Sint Truiden, een kortsluiting gegraven tussen de Verwersstroom en de Vughterstroom nabij de huidige Poort van Diepen. De bouw van de Abtsbrug ter plaatse van de kruising met de bestaande wegverbinding tussen de Vughterstraat en de poort in het Eerste Korenstraatje was hiervoor noodzakelijk. Voor de bouw van huizen tegen de stadsmuur tussen de poort in het Eerste Korenstraatje en de Abtsbrug werd daarna ook dit gedeelte van de Verwerstroom gedempt. (fig. D) In de tweede helft van de veertiende eeuw werd de Kruisstraat, aan de westzijde tussen het Eerste Korenstraatje en de Visstraat, door de ontstane vrijgekomen ruimte voorzien van een nieuwe bebouwing. (fig. D) Door deze infrastructurele ontwikkelingen is tevens verklaarbaar waarom in de Kruisstraat ter hoogte van het Eerste Korenstraatje een verspringing aanwezig is.
De onderste steen boven, 25 jaar bouwhistorie in 's-Hertogenbosch (Matrijs 2000)