Achter het Verguld Harnas (Binnenstad Centrum)
Achter het Verguld Harnas 2, 4, 6 en 8. Straatbeeld vanuit de Snellestraat. Links exterieur voorgevels huis-nrs. 2-8 van Achter het Verguld Harnas vanaf de hoek Schapenmarkt. Op de achtergrond ingang café Limburgia, Achter het Stadhuis 36. Rechts gedeeltelijk magazijn De Duif, Vughterstraat 2
Bron: Stadsarchief (0000837)
~~~
De naam Achter het Verguld Harnas is oud: zo heette namelijk het huis dat voorheen op de hoek van de Schapenmarkt stond bij de eerste Vughterpoort. De straat werd dus naar het huis genoemd. Deze poort werd ook Jodenpoort genoemd vanwege het grote aantal joden dat in de nabijheid woonde. De vestinggracht, de Binnen-Dieze dus, stroomde langs dit huis. Later, in de 16de eeuw, werd ons binnenwater daar overwelfd en nog altijd stroomt de Diest er onder de huizen door. Het huis dat de naam 'Achter het Vergulde Harnas' droeg, bestaat niet meer.
Bron: Straat in Straat uit (1984) 27
|
Verguld harnas
Door Ed Hupkens
Naam ontleend aan gelijknamig huis.
Bij de straat Achter het Verguld Harnas eindigt de Schapenmarkt en begint de Vughterstraat. De korte straat ontleent haar naam aan het huis Het Verguld Harnas, dat voorheen op de hoek met de Schapenmarkt stond, vlakbij de eerste Vughterpoort. Die poort maakte deel uit van de eerste stadsmuur, en werd Antwerpense Poort of ook wel O.L. Vrouwepoort of Jodenpoort genoemd. In de huidige bestrating zijn in de zwarte beklinkering de twee oude torenvormen van de poort nog te zien. De poort is vermoedelijk aan het eind van de 15e of begin 16e eeuw afgebroken. De straat lag oorspronkelijk buiten de stadsmuur. Al snel na de aanleg rond 1220 werd er buiten de muur gebouwd. De Binnendieze (huidige Verwersstroom) stroomde langs het huis Het Verguld Harnas en werd als vestinggracht gebruikt. Oorspronkelijk stond die in verbinding met een andere Diezetak, de Vughterstroom.
De straat heeft ooit 'Zijle' geheten. Een zijl is een afloop van water, of ook wel een uitwateringssluis. Mogelijk hield de naam verband met een in de 13e eeuw gedempte waterloop. Ook de Wolvenhoek, Achter het Wild Varken en Achter het Stadhuis hebben ooit Zijle geheten. Na de afbouw van de tweede stadsmuur (rond 1365) werd de eerste stadswal gesloopt. De stadsgracht bleef behouden en werd op verscheidene plaatsen overbrugd en later bebouwd. Pas in de 19de eeuw is het laatste niet overkluisde deel van de Binnendieze op de hoek met Achter het Stadhuis bebouwd. Daar stroomt de Binnendieze nog altijd onder de huizen door.

Stadsblad woensdag 9 december 2009
|
| |
|
Achter het Verguld Harnas
Deze korte straat ontleent zijn naam aan het hiervoor besproken hoekpand. De straat ligt buiten de eerste stadsmuur. Al snel na de aanleg hiervan werd er buiten de muur gebouwd. De stadsgracht stond oorspronkelijk in verbinding met de Vughterstroom. De straat heette ook 'De Zijle'(waterloop of sluis), een naam die mogelijk verband hield met een in het midden van de 13de eeuw gedempte
| 344 |
waterloop. Na de ontmanteling is de stadsmuur gesloopt. De stadsgracht, een tak van de Binnendieze, bleef behouden en werd op meerdere plaatsen overbrugd en later bebouwd. In het begin van de 16de eeuw stonden er enkele huizen. De fiscale registers maken melding van een bakker, een kleermaker en een barbier.
Pas in de 19de eeuw is het laatste niet overkluisde deel van de Binnendieze op de hoek met Achter het Stadhuis bebouwd.
| 345 |
| Literatuur |
| | Janssen 1998, 21-22; M p. 84; vSvY II, 155, III, 493. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 344-345
|
| |
|
De straten, genaamd Achter het Verguld Harnas, Achter het Stadhuis en de Ridderstraat
|
De eerstgenoemde dezer straten ontleent haren naam aan het huis, dat aan den hoek der Schapenmarkt en de straat, geheeten Achter het Verguld Harnas, staat en van ouds het het Verguld Harnas heette. In eene Bossche Schepenakte van 1518 wordt het gezegd te staan apud portam nostrae dominae; van die poort is ook sprake in eene Bossche Schepenacte van 1500, want daarin wordt gezegd, dat een huis en erf sitae sunt in Buscoducis in vico Selliparorum prope portam, olim dictam Onse Vromvenpoert. inter hereditatem Baudewini die Becker ex uno et inter communem Diesam, ibidem fluentem, ex alio, quam domum et aream Johannes van den Hove erga Willem Toelinc acquiserat en die nu werden toebedeeld aan Wouter, zoon van Jan van den Hove en Johanna, de dochter van Wouter Pijnappel. In eene Bossche Schepenakte van 1584 heet deze poort porta Judeorum, daar toch daarin vermeld wordt dat Henrick Heeren Goossenzoon een huis verkoopt staande juxta portam Judeorum.
De Dieze, die ten N. van deze straat loopt, was reeds in het begin der 16e eeuw grootendeels overwelfd, zooals blijkt uit eene Bossche Schepenakte van 4 Mart 1501 (Reg. n°. 96 f. 141), waarbij Jan Symonszn. Bacx als man Heylwich, dochter van Wouter Janszn. van den Hove, aan Dirck, zoon van Mathijs van Dinther, barbitonsor, verkoopt: pontem
| 155 |
lapideam, sitam in Buscoducis juxta vicum, dictum Onse Vrouwenpoert, super aqua ibidem fluente, quis vicus tendet a vico Vuchtense versus locum dictum die Zyle, necnon quoddam penu ultra dictam aquam ibidem fluentem, existens simul cum domibus ac edificiis super dicto ponte et penu existentibus inter hereditatem olim Christiani, filii quondam Baudewini dicti Janszn. van den Molengrave cum ejus heredibus et communem aquam seu communem gradum aquatilem ex uno et inter hereditatem Boudewini dicti Johannissoen, pistoris, ex alio. Dit huis werd in 1512, als wanneer het gezegd werd te zijn huis, erf en steenen brug, genaamd In den Os, staande aan de Zyle bij het Wild Varken, door Jan van den Wande gekocht van de erven van Wouter Koyten. (Reg. n°. 110 f. 162). Op dezelfde plaats, waar dit huis stond, woont thans nog een barbitonsor!
De tweede der gezegde straten heette oudtijds Achter het Oud-Raadhuis, volgens van Heurn ook wel Jericho naar de vele Joden, die in de Middeleeuwen in deze straat woonden. Den naam van Achter het Oad-Raadhuis had zij blijkbaar gekregen, omdat zij achter het Oud-Raadhuis liep. Over de plaats waar dit gebouw stond schreef van Heurn in zijne Beschryving het volgende: „al vroeg werd er (in den Bosch) een Raadhuis getimmerd; waar dit gestaan hebbe, kan ik niet melden; in verscheidene stadsregisters word van het Oud Raadhuis gewaagd. Volgens van Oudenhoven Beschryvinge der stad 's Hertogenbossche blz. 14 zoude het niet ver van stads toenmalige vesten gestaan hebben, omdat die schryver verhaald, dat de overblijfsels der oude stadsmuren in zijnen tijd onder anderen achter het Oude Raadhuis nog te zien waren; toen (bij het leven van Van Oudenhoven n.l.) stond er een stadhuis op dezelve plaats, daar het tegenwoordige staat, gevolglijk bedoeld hy een andere plaats dan die van dit stadhuis. Het kan ook niet zijn, dat dit Oude Raadhuis in den geweldigen brand des jaars 1463 afgebrand zy, omdat ik in verscheidene stadspapieren lang naar deezen tijd geschreeven
| 156 |
vinde, dat 's Lands plakkaaten en andere afkondigingen mede aan het Oude Raadhuis aangeplakt werden en dat hetzelve tot een stadsturfschuur gebruikt werd. Het is moeielijk dit huis te ontdekken.”
Volgens van Oudenhoven l.c. werd in den Bosch eerst een raadhuis gebouwd, het welcke, zoo schreef hij, noch genoemt is het oude Raedthuis en daarna aan de Zuidzijde der Markt 's Heerenhuys, het stadhuis n.l.; hij maakte alzoo onderscheid tusschen het raadhuis en het stadhuis 1). Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat in het eerste gebouw de Raden en in het ander de Schepenen en Gezworenen der stad vergaderden 2).
Blijkens Prosper Cuypers l.c. blz. 41 werd al in 1566 gezegd Raadhuis het oude raadhuis genoemd, daar hij toch t.a.p. vermeldt, dat in dat jaar in dat alde raethuys al dat metaelwerck der Bossche St. Janskerk geborgen werd om het tegen de Beeldstormers te vrijwaren. Volgens R.A. van Zuylen Stadsrekeningen I p. 168 werd het reeds in 1552/53 zoo geheeten, want toen werd betaald voor 't grave onder de brugge (over den stroem der diesen) voer d' ouwe raethuys.
Blijkens deze laatste aanhaling moet, vermits met de brugge kennelijk bedoeld is de Autfoirtsche brug, het oude raadhuis gestaan hebben ter plaatse, waar thans het gebouw van het Kantongerecht en het Kantoor voor den waarborg van gouden en zilverwerken staan. De juistheid dezer opvatting wordt bevestigd door eene Bossche Schepenakte van 21 Augustus 1631, omdat daarin gezegd wordt, dat het huis In den Wolf (thans genummerd Achter het Stadhuis 8) staat Achter het Stadhuys tegenover het Out Raedthuys. Volgens den plattegrond van den Bosch van 1566, welke is afgedrukt achter het reeds dikwerf aangehaald werk van Prosp. Cuypers en de oudst bekende van die stad is, immers die, welke voorkomt
| 157 |
in het werk van C.H. Peters, de Nederl. Stedenbouw p. 35, is niets anders dan eene valschheid van eenen Martin Wegenaer, die omstreeks het jaar 1900 te Rosmalen overleed, besloeg het Oud-Raadhuis den geheelen hoek tusschen de binnenplaats van het Stadhuis en de Ridderstraat.
Aan den hoek van de straten, genaamd Achter het Wild Varken en Achter het Stadhuis, staat het huis, genaamd het Wild Varken, waaraan, als gezegd, eerstgemelde straat haren naam ontleent. In dat huis woonde blijkens Taxandria VIII p. 253 in 1443 de notaris Jan Pels; in April 1518 (Reg. no. 116 f. 136) werd dit huis omschreven als: domus et area ac camera, sibi mutuo lateraliter sub uno tecto adjacentes, dictae commnniter Int Wilt Vereken, sitae in Buscoducis ad locum die Zyle supra conum ejusdem vici ex uno et inter hereditatem Petri die Metser, door Ghisela, dochter van Jan Henrickszn, die het bij gerechtelijke uitwinning gekocht had, verkocht aan Stephanus Lambertszn. van Culenborch; diens erfgenamen, zijnde: Melis, zoon van Steven, den zoon van Amelis Cuijck en Margaretha, dochter van Willem van Herenthals; Beatrix, dochter van Lambert van Culenborch, c.s., verkochten het 8 Januari 1562 (Reg. no. 207 f. 405 vso) aan Jan, zoon van Willem Sanderszn. van St. Oedenrode; in 1618 werd het gezegd te zijn een steenen huis, genaamd het Wilt Vercken; in 1637 de Drie Schabellen, eertijds het Wild Varken geheeten, doch kort daarna weder het Wild Varken (Reg. no. 476 f. 46 vso); thans is het, als reeds gezegd, het café Limburgia genaamd.
| 158 |
| Noten | | 1. | Dit wordt ook gedaan door Dr. G. F. Xav. Smits in het Bulletin van den Ned. Oudheidk. Bond 1908 p. 215. | | 2. | ld. Dr. C.F.Xav. Smits t.a.p. |

De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1910) 155-158
|
| |
| 1977 |
Redactie
Achter het Verguld Harnas afgesloten
Krantenknipsel woensdag 20 juli 1977
|
| 1997 |
Redactie
Vroege bebouwing buiten stadsmuren aan Achter 't Verguld Harnas in Den Bosch. Fundering uit 1400 opgegraven
Brabants Dagblad vrijdag 3 oktober 1997 (foto)
|
| 1998 |
H.L. Janssen
Woontoren en muntschat Achter het Verguld Harnas
's-Hertogenbosch 1 (1998) 21-22 [pdf]
|
| |
| 1890 | | Achter het verguld Harnas | Kaart Jos van Hagens ca 1890 |
| 1909 | | Achter het Verguld Harnas | Huisnummeromnummering 1909 |
| 1910 | | Achter het Verguld Harnas | Straatnamenlijst 's-Hertogenbosch 1910-1911 |
| 1928 | | Achter het Verguld Harnas | Adresboek voor 's-Hertogenbosch 1928 |
|
| |
Panden
|
Schapenmarkt
|
| Achter het Verguld Harnas 2 |
| |
| Achter het Verguld Harnas A 448a (1908) |
|---|
| 1910 | C.L.F. van Deursen (onderwijzeres) - J.H. van Deursen (particulier) |
| 1928 | mej. H.J.M. v.d. Heijden - wed. W.A.M. v.d. Heijden |
| 1943 | J.H. van Deursen (koopman) |
|
| Achter het Verguld Harnas 4 |
| |
| 1875 | (Schapenmarkt A 436): jonkh. J.A. Boreel de Mauregnoult (1e luit. der maréchaussées stafofficieren te 's-Hertogenbosch) |
| Achter het Wild Varken A 436 (1880) |
|---|
| 1881 | (Achter het Verguld Harnas A 448): W.K. Erfman (comm. 's rijks belast.) - wed. M. van Osch (partikuliere) |
| 1881 | (Achter het Wildvarken A 448): L. Verkuijen (mr. huis en decoratieschilder) |
| Achter het Verguld Harnas A 448 (1908) |
|---|
|
| |
lees verder
|
| Achter het Verguld Harnas 6 |
| |
"De groene Jager". (v. Gool, brooddepôt)
Bron: Mosmans 1353
|
| |
| 1865 | (Wolvenhoek A 435): A. Claassens (mr. broodbakker) |
| 1875 | (Achter het verguld Harnas A 435): B. Janson-Alberse (modist) |
| Achter het Wild Varken A 435 (1880) |
|---|
| 1881 | (Achter het Verguld Harnas A 447): J.H. van Ham |
| 1908 | (Achter het Verguld Harnas A 447): mej. Janson-Alberse - W.G. Vos (brooddepôt de Korenbloem) |
| 1910 | M.H. Dazert (mr. kleermaker) - L. Dicker (klerk) |
| 1928 | Heli (reproductieinrichting) - C.S. van Vessem - H. Vessem |
| 1943 | Heli (reproductieinrichting) |
|
| |
lees verder
|
| Achter het Verguld Harnas 8 |
| |
"De bonte Osch". Dit (op de kaart ongenummerde) hoekperceel was vroeger geheel open water. Begin der 17e eeuw bebouwde men het Noordelijke deel en noemde dit huis "De bonte Osch". In de 18e eeuw overbouwde men het nog opengebleven water met het huis, zooals het er nu staat. (Dirks, hoekhuis)
Bron: Mosmans geen
|
| |
| 1865 | (Wolvenhoek A 434): I.A.H. Dirks (barbier en paruikenmaker) |
| 1875 | (Achter het verguld Harnas A 434): G.G. Dirks (goud en zilversmid) - J.A.H. Dirks (barbier en paruikenm.) - J.J.A.F. Kannemans (2e luit. 3e regement vesting-artillerie) |
| Achter het Wild Varken A 434 (1880) |
|---|
| 1881 | (Achter het Verguld Harnas A 446): J.A.H. Dirks (barbier en paruikemaker) - R. Dirks (modiste) |
| 1908 | (Achter het Verguld Harnas A 446): B.Th.M. Dirks (modiste) - G.J.J. Dirks (barbier) |
| 1910 | B.Th.M. Dirks (modiste) - G.J.J. Dirks (barbier) |
| 1928 | M.Ph. Nort |
| 19?? | ? (IBO sieraden) |
|
| |
lees verder
|
Achter het Stadhuis
|
Achter het Wild Varken
|
| Achter het Verguld Harnas 15-9 |
| |
| | Achter het Verguld Harnas 15 |
| | Achter het Verguld Harnas 13 |
| |
| 1943 | F. Dekker (architect) |
|
| | Achter het Verguld Harnas 11 |
| |
Gevelsteen in de voorgevel. Terracotta 90 x 55 cm. Datering 1938. Maker onbekend.
Op de bouwtekening uit 1938 is de steen reeds ingetekend, dus vermoedelijk is hij meteen na de bouw van het pand aangebracht. In vroeger tijden bevonden zich op deze plaats een huis en een steeg met dezelfde naam, die waarschijnlijk ontstaan is door de aanwezigheid van een wapensmederij.
Bron: Beeldhouwkunst in de open lucht in 's-Hertogenbosch
~~~
Appartementen-winkel-gebouw, ontworpen door Wilco Meeuwis, met duidelijk Spaanse en Moorse motieven.
Bron: Kring
|
| |
| Achter het Verguld Harnas 11 (?) |
|---|
| 1943 | Th. Kamp (bedrijfsleider) |
|
| | Achter het Verguld Harnas 9 |
| |
| 1943 | M.J. Heinen (boekhandelaar) |
|
| | Achter het Verguld Harnas 7 |
| |
Straatbeeld vanaf de hoek Achter het Stadhuis - Achter het Wild Varken. Rechts de studio van fotobureau Het Zuiden.
Bron: Stadsarchief 12 april 1978
|
| |
| 1875 | (Keizerstraat G 237): C. van Mierlo (mr. timmerman) |
| 1881 | (Achter het Verguld Harnas G 237): L.F. Schiebergen (adjunct-commies bij den burgerlijken stand) - E. Schiebergen-Crefcoeur (in modes) |
| 1908 | (Achter het Verguld Harnas G 237): M.Ph. Nort (koopman in manufact.) |
| 1910 | M.Ph. Nort (koopman in manufact.) |
| 1928 | A.J.J. v.d. Heuvel |
| 2003 | ? (Queen) dameskleding |
|
| Achter het Verguld Harnas 5 |
| |
| 1908 | (Achter het Verguld Harnas G 237a): wed. J.J.B. Crefcoeur-Duppen - P. Hofslag (comm. der posterijen) |
| 1910 | M. Godeau - wed. L.T. Schiebergen |
| 1928 | W.F.P.J. Louwers |
|
| Achter het Verguld Harnas 3 rijksmonument |
| |
| 1875 | (Keizerstraat G 238): J.F. Beckman (generaal-majoor, bevelhebber in de 2e militaire afdeeling) |
| 1881 | (Achter het Verguld Harnas G 238): J.P.N. Spijkers (mr. schoenmaker) |
| 1908 | (Achter het Verguld Harnas G 238): W.F. Clerks (winkelier, mr. timmerman) |
| 1910 | W.F. Clerks (winkelier, mr. timmerman) |
|
| Achter het Verguld Harnas 1 rijksmonument |
| |
| Achter het Verguld Harnas G 1a (1908) |
|---|
| 1910 | L.J.M. Pernot (wijnhandelaar) |
| 1928 | A.A. van den Dungen - wed. J. Zoetelief |
| 1943 | H.A.P.J. Goedmakers (stoker) |
|
Vughterstraat
|
5211 HL 1..33
5211 HL 2..10
|
1906 : 1351..1364 (Mosmans: Noord)
1909 : rechts 1..7, links 2..8
|
|