Bokhovenstraatje (Binnenstad Centrum)
Zijstraatje Orthenstraat naar de Smalle Haven. In de achtiende eeuw ook wel "De Wip" genoemd, omdat op de Smalle Haven een wip stond daterend van 1680, die werd gebruikt om goederen uit de schepen te lossen. De woningen zijn in het begin van deze eeuw afgebroken om plaats te maken voor de fabriek van De Gruyter.
Bron: 's-Hertogenbosch in oude ansichten deel 2
~~~
"De Bokhovensche Trap". Een watertrap in de Havenkade bij het Bokhovenstraatje.
Bron: Mosmans
~~~
De Bokhovenstraat.
Bron: De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch 1910 - I, blz 115
|
Heer van Buchoven
Door Ed Hupkens
Het Bokhovenstraatje verbindt de Orthenstraat met de Smalle Haven. Al in 1428 wordt het als steeg vermeld, ze is aangelegd op het tracé van de gedempte stadsgracht. In 1466 wordt het in de archiefstukken Buchovenstraetken genoemd, naar Claes Oem, heer van Buchoven, die daar een huis bezat. Bij de Binnenhaven was een trap naar het water, de Bokhovense trap. Wellicht is hier ter plaatse ooit een bootdienst naar Bokhoven geweest. In de 16e en vooral 17e eeuw nam de handel zeer toe, nadat een kade aan de noordoostzijde van de Binnenhaven aangelegd en er een kraan geplaatst was.
Die werd gebruikt om schepen te lossen en te laden, in de volksmond De Wip genoemd. Hierdoor kreeg het Bokhovenstraatje ook wel de naam Wipstraatje. Op de hoek met de Smalle Haven stond het huis van de kraandrijvers. Deze bedienaars van de havenkraan werden 'kraankinderen' genoemd, zij behoorden tot de beroepsgroep van lastdragers. Hun gildegebouw stond met de achtergevel tegen de eerste stadsmuur, die hier op de hoek een ronde, uítstekende waltoren bezat. Na ontmanteling van de stadsmuur midden 14e eeuw, werden op de fundamenten ervan de achtergevels van een rij huizen gebouwd. Deze woningen werden rond 1910 gesloopt voor de bouw van de fabriek van De Gruyter. Tegenover de woningen was van 1547 tot 1676 de Taeffele van Leeninge gevestigd, ook wel Oude Lombard genoemd. Hier kon men huisraad en andere roerende goederen verpanden. Vanaf 1854 kon de Bossche bevolking hiervoor terecht in de Schilderstraat, bij de Bank van Leening.
Stadsblad woensdag 26 augustus 2009
|
| |
|
Bokhovenstraatje
|
|
Dit in 1428 als steeg aangeduide straatje tussen de Orthenstraat en de Smalle Haven loopt op het tracé van de gedempte stadsgracht. In 1466 wordt het 'Buchovenstraetken' genoemd, naar Claes Oem, heer van Buchoven, die daar een huis bezat. Bij de Haven was een trap naar het water, de 'Bokhovensche trap'. In de 16de eeuw zal hier reeds de nodige handel zijn gedreven, maar deze neemt vooral in de 17de eeuw toe als de kade aan de noord-oostzijde van de Haven wordt aangelegd en er een kraan of wip wordt geplaatst. Het straatje krijgt hierdoor ook de naam Wipstraatje. Aan de havenzijde liep het straatje breder uit, zodat er genoeg ruimte was om te laden en lossen. Op de hoek stond het gildehuis van de kraandrijvers. Dit gebouw grensde aan de achterzijde aan de oude stadsmuur, die hier op de hoek een ronde uitstekende toren bezat.
Na de ontmanteling van de stadsmuur in het midden van de 14de eeuw werden de muur en de gronden aan de buitenzijde ervan aan particulieren verkocht. De muur zal tot op maaiveldhoogte zijn afgebroken. Op de fundamenten zijn de achtergevels van nieuwe huizen gebouwd. De funderingsresten zijn bij de bouw van de fabriek van De Gruyter in het zicht gekomen en opgemeten door J. Mosmans.
In het cijnsboek van 1520 wordt melding gemaakt van slechts één perceel: het 'area Modelini'. Waar dit precies lag is niet bekend. Hendrik, zoon van Loden, moet er 9 'penningen' voor betalen, wat omgerekend neerkomt op een perceelsbreedte van circa 22 voet (= 6,33 m). Het cijnsboek van 1573 vermeldt dit perceel echter niet meer.
De fiscale bronnen uit die tijd geven een
| 472 |
toenemend aantal personen, van zes in het begin, tot elf in het midden van de eeuw. Zij oefenen beroepen uit als schrijnmaker, beeldsnijder, chirurgijn, kuiper, kistenmaker, kleermaker, schoenmaker, hoedenmaker, paardenkoper, viskoper, visser en bakker. Zij zullen vooral gewoond en gewerkt hebben in de huizen aan de zuidzijde van de straat, aangezien aan de andere zijde de 'Taeffele van Leeninge' gevestigd was. De huizen aan de zuidzijde waren in een rij tegen de oude stadsmuur gebouwd. Vermoedelijk waren ze onderkelderd. In de buitenzijde van de stadsmuur die als achterwand van deze kelders functioneerde is namelijk op één plek door Mosmans in 1915 een later ingehakte nis aangetroffen. De gebouwen die in dat jaar gesloopt zijn, dateerden gezien de foto's uit de 18de eeuw en zullen verder geen 16de-eeuwse of oudere elementen bevat hebben.
| 473 |
| Literatuur |
| | BP R 1235 f 71; BP R 1248 f 194v; CB 1520 f 3v; M p 78; vSvY I, 115-118; Z 1502/'3 f 65 en 65vc; Z 1505/'6 f 53v; Z 1506/'7; Z 1507-/'8 f 51; Z 1511/'12 f 64v; Z 1547 p 37; Z 1552/'53 p 62. |
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 472-473
|
| |
|
De Bokhoven straat
|
| |
Deze straat werd in de 18e eeuw ook wel de wip genaamd, omdat tegenover haar op de Smalle Haven eene wip stond, die in 1680 gemaakt was om daarmede uit de schepen goederen te lossen.
Aan de Noordzijde van die straat stond oudtijds de Bank van Leening, de Taeffele van leeninge of de Lombaert geheeten. Waarschijnlijk werd zij er in 1547 of 48 opgericht, daar toch in een dier beide jaren Andries Ymony van de Regeering der stad den Bosch octrooi ontving om er, tegen eene jaarlijksche betaling van fl 40 voor de accijnsen, eene bank van leening op te richten en enkele jaren later Jean Bergaigne Paulszn, Franchois Campagnie en de gebroeders Willem en Maerten van de Cappelle vermeld worden als houders van de taeffele van leeninge in deze straat. Deze bank maakte slechte zaken, zoodat hare houders met gijzeling werden bedreigd en op hare goederen beslag werd gelegd. Dit blijkt o.a. uit eene Schepenakte van 16 Juli 1567 (Reg. n° 236 f. 212) waarbij: „Erasmus van Houwelingen, goutsmit, als een van den crediteuren van Jan Paul de Bergaigne, als taeffelhalder van den leenen, geweest zijnde binnen deser stadt van ? s Hertogenbossche, zoe inne den name van hem zelven alsmede inne den name ende van weghen allen ende een yegelyken crediteuren desselfs Jans Paul, alleenlijck binnen deser stadt woenachtig wesende, daervan die voirs. Erasmus verclaerde volcomen procuratie te hebben ende alzoo inne den name ende van weghen derselver crediteuren heeft gegeven ende gheeft
| 115 |
midts desen den voirs. Jannen Paul vry ende volcomen geleye, den tijt van sess weecken lanck geduerende, ingaende op Sondach den 20e des maent July, omme denzelven tijt geduerende vry ende vranck, ongemolesteert van den voirs. crediteuren oft ennige van hen, binnen der voirs. stadt ofte anders waer daert hem gelieven zall te moighen coomen, passeren ende repasseren in zijn eygene persone, zoornede, dat hem by den voirs. crediteuren ofte eenighe van hen den voirs. tijt lanck geduerende eenich hijnder ofte trot aangedaen zall wordden” (zooals hem reeds den 7 Augustus 1566 door zijne schuldeischers was toegestaan blijkens Reg. n° 213 f. 453); alsmede uit eene akte van dading van 13 Mei 1568 (Reg. n° 648 f. 69) waarbij Jan Peterszn. Busijn, koopman te Delft en genoemde Erasmus van Houwelingen, die in den Bosch goudsmid was, deze laatste zoo voor zich en als gemachtigde van Franchois Campaignie en de overige medeschuldeischers van genoemden Jean de Bergaigne, taeffelhouder van de leeninge binnen 's Hertogenbossche, met dezen en met Franchois Campaignie, Willem ende Maerten van de Cappelle, gebruederen, als bewaerders ende houders der taeffelle van de leeninge voirs, overeen kwamen om het beslag op te heffen, dat zij, schuldeischers, op de goederen dezer bank hadden doen leggen, waarentegen genoemde houders van die bank aan hen boedelafstand deden. In eene Bossche Schepenakte van 5 Mei 1570 (Reg. n° 219 f. 256) komt hierover nog het volgende voor: Alzoo de schuldeischers van Johan Pauls Bergaigne bevonden hadden, dat hij hun niet ten volle kon betalen, zoo heeft deze, zijnde taeffelhouder van leeningen der stadt van 's Hertogenbossche, getransporteerd en gecedeerd aan Willem en Maarten 1), gebroeders, zonen van wijlen Maarten van de Capelle, ten behoeve van die schuldeischers, zijnde Erasmus van Houwelingen, goudsmid, Guillaume de Succa en nog dertien anderen, alle 't recht ende toeseggen hem enichssins competerende ende toebehoor ende inne ende totte voirs.
| 116 |
|
taeffele van leeninge, met alle hare goederen, have, panden, juweelen, penningen en profijten, ten einde zij uit de opbrengst daarvan hunne schuldvorderingen zullen kunnen verhalen. 2)
Den 2 November 1612 (Reg. n° 284 f. 50) deed Mariken, dochter van Wouter Habbits en weduwe van Dirck Janszn. van Hedel ten behoeve hunner kinderen Jan, Josina en Cornelia, de echtgenoote van Gerard Janszn. Slimmer, afstand van den tocht van het huis, waarin deze bank van leening gevestigd was en dat alstoen omschreven werd als: huis, erf, plaats genaamd d'oude Lombart, staande in de Bokhovenstraat aan de watertrap, genaamd de Bokhoventrap, tusschen de stadshaven ex uno en het erf van Jan Hendrikszn, den bakker, ex alio, waarna die kinderen dat huis aan hunne moeder verkochten.
Het was in 1633 geheel bouwvallig, zooals blijkt uit 't Register van Resolutien der stad den Bosch van Gans fol. 144 vso, vermits aldaar het volgende daarover staat vermeld: 31 Mei 1633. „Op de rekeste van de proprietarissen van de omgevalle huysinge, genoempt den Ouden Lombaert, staende achter op de Haven by de Bokhovense straet, is verstaen eenige Heeren te committeren om te spreken met de eigenaers van de voors. huysinge, die met deselve oock zullen in handeling treden ende besien hoe tot meesten dienste van de stadt ofte beste mesnagie deselve huysinge soude worden afgebrooken ofte by de stadt worde aengenomen, welcke Heeren meteen inspecteren ende informatie nemen sullen van de gelegenheyt om alle de andere huysen tot den hoeck toe, die van haere besoigne gehouden sullen wesen, te doen rapport." Het blijkt, dat hun rapport is geweest, dat de stad de Oude Lombard moest aankoopen, want den 9 Juni 1633 (Reg. n° 378 f. 280) verkocht Josina, dochter van wijlen Dirck Janszn van Hedel en weduwe van Servaes, den zoon van Jacob Henrickszn van Arkenteel, maasschipper, nu huisvrouw van Cornelis Mathijszoon Beversluys, oud-burgemeester en schepen van Geertruidenberg, aan de stad
| 117 |
den Bosch eene huysinge, erve, poirte, plaetse, kelders, gemeynlijck genoempt den ouden lombart, staande aldaar in de Bokhovenstraat bij de watertrap tusschen de Stadshaven ex uno en het huis van Jan Henrickszn, den bakker, ex alio, strekkende achterwaarts tot op het erf van de weduwe en kinderen van Pauwei Peterszn, den beenhouwer, haddende genoemde verkoopster 2/3 in dit huis gekocht van haren broeder en zuster. Blijkens de oude Bossche kronijk, die alleen in handschrift bestaat, brak de stad den Bosch eerst in 1676 de oude Lombard af. Zij is nog altijd eigenares van het erf, waarop deze bank eens stond; voor een paar jaren werd zij door koop ook eigenares van het huis, dat aan den anderen hoek van de Noordzijde der Bokhovenstraat stond en in voormelde akte van 1633 gezegd wordt te zijn het huis van Jan Henrickszoon, den bakker; het is thans genummerd Orthenstraat no 42, terwijl het terrein van de oude Lombard genummerd is Smalle Haven no 22.
Aan de Zuidzijde van de Bokhovenstraat stond voorheen een huisje, dat de stad den Bosch in 1647 aan de Kraankinderen 3) ten gebruike had gegeven, doch later door haar aan de Turf dragers ten gebruike werd afgestaan; de Kraankinderen kregen toen van die stad ten gebruike het huis de Karper, dat aan de Smalle Haven stond en nu de Zalm is genaamd. (Nos 4 en 3.) Om den Z. hoek dezer straat stond aan de Smalle haven ook nog een huisje van de stad; daarin plachten de Bierdragers te vergaderen; het was in 1685 ook bouwvallig en is toen door de stad verkocht.
| 118 |
| Noten | | 1. | Zijne vrouw vras eene dochter van Arnd Lambrechtszn van Dinther. | | 2. | Men zie hierover verder Tijdschrift Noordbrabant 1853 blz. 217 en vlgd. | | 3. | Zij waren de acht leden van het Gilde, dat de kraan op de Smalle Haven te den Bosch bedienen en de daarmede opgeheschen goederen vervoeren moest. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch (1910) 115-118
|
| |
| 1997 |
Jo Hendriks
Moette nou toch's kijke
KringNieuws 2 (1997) 15-16
|
| |
| 1830 | | Bokhoven Straatje | Kaart J. B. Drossaers ca 1830 |
| 1890 | | Bokhovenstraatje | Kaart Jos van Hagens ca 1890 |
| 1909 | | Bokhovenstraatje | Huisnummeromnummering 1909 |
| 1910 | | Bokhovenstraatje | Straatnamenlijst 's-Hertogenbosch 1910-1911 |
| 1928 | | Bokhovenstraatje | Adresboek voor 's-Hertogenbosch 1928 |
|
| |
| 1632 |
Kapittel 14.
Het huis, genaamd de oude Lombard in het Bokhovenstraatje, voor afbraak verkocht.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1632-1633. Deel 2, blz 1378
|
| 1632 |
Kapittel 29.
De Stad koopt het huis den ouden Lombaard in het Bokhovenstraatje.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1632-1633. Deel 2, blz 1381
|
| |
Panden
|
| Bokhovenstraatje 2-4 |
| |
| | Bokhovenstraatje 2 |
| |
| 1865 | (Smalle Haven B 137): G. van Wordragen (tapper) |
| 1875 | (Smalle Haven B 137): G. van Wordragen (tapper) |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 137): A.F. Cornelis (koetsier) - Th. Rijkee (koopman) |
| 1910 | J. Blatter (courantbezorger) - Th. Rijkee (koopman) |
|
| | Bokhovenstraatje 4 |
| |
| 1865 | (Smalle Haven B 138): H. van Moolenbeek (gepens. commies van 's rijksbelastingen) - M. Peeters (schipper) - wed. T. Peeters (verhuurster van handwagens) |
| 1875 | (Smalle Haven B 138): M. Kok (partikulier) - M. Peeters (schipper en koopman in steenkolen) - L.G. Sterk (waterschout) |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 138): P. de Bekker (pakhuisknecht) |
| 1910 | P. de Bekker (arbeider) - H. Cornelissen (sigarensorteerder) |
|
| | Bokhovenstraatje 6-8 |
| |
| | Bokhovenstraatje 6 |
| |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 139): L. Staal (timmerman) - A. Wouters (timmerman) |
| 1910 | L. Staal (timmerman) - A. Wouters (timmerman) |
|
| | Bokhovenstraatje B 139a |
| |
| 1865 | (Smalle Haven B 139a): J. Hamerslag (zaakwaarnemer en agent eener stoombootdienst) |
| 1875 | (Smalle Haven B 139a): J. Hamerslag (zaakwaarn. en agent eener stoomb.) |
|
| | Bokhovenstraatje 8 |
| |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 140): W. Cornelissen (sigarensorteerder) - W. Kerkhof - A. van Malsen (sigarensorteerder) - P.M. Mulders (sorteerder) - J. Schellekens (letterzetter) |
| 1910 | W. van Balen (smid) - P.M. Mulders (sorteerder) |
|
| | Bokhovenstraatje 10 |
| |
| 1865 | (Smallehaven B 141): J.C.J. Bolsius (houthandelaar en fabrijkant van waskaarsen) |
| 1875 | (Smallehaven B 141): J.C.J. Bolsius (houthandelaar en fabriekant van waskaarsen) - Josz. J. Bolsius (wijnhandelaar) |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 141): A. Mastenbroek (stoker boot) - P. Mastenbroek (smid) |
| 1910 | A. Mastenbroek (machinist) - P. Mastenbroek (smid) |
|
| Bokhovenstraatje 25..13 |
| Bokhovenstraatje 5-3 |
| |
| | Bokhovenstraatje 5 |
| | Bokhovenstraatje 3 |
| |
| 1865 | (Breede Haven B 135): J. Faeles (stadskorendrager) |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 135): A. Gevers (winkellierster) - Timmerwerkplaats-Verbruggen |
| 1910 | (Bokhovenstraatje 3): W. Walters (kuiper) |
|
| | Bokhovenstraatje 1 |
| |
| 1865 | (Smalle Haven B 136): S.M. Seijffers (vleeschh. en adsist. keurmeester) |
| 1875 | (Smalle Haven B 136): S.M. Seijffers (assistent keurmeester) |
| 1908 | (Bokhovenstraatje B 136) |
| 1928 | J.P. Hofmans |
|
5211 TT 1..25
5211 TT 6.. 8
|
1909 : rechts 1..5, links 2..10
2004 : 1..25, 6..8 (postcodes)
|
|