Daniel Mobachius Quaet (± 1700 - 1784)
Geboren: Alkmaar ± 1700
Overleden: 's-Hertogenbosch augustus 1784
Begraven: Sint Janskerk 29 augustus 1784
|
Daniel Mobachius Quaet
Door prof. dr. F.L.R. Sassen
Alkmaar ± 1700 - augustus 1784 's-Hertogenbosch
Promoveerde 4 januari 1724 te Leiden tot doctor in de geneeskunde op proefschrift De angina inflammatoria en vestigde zich nog in hetzelfde jaar te Den Bosch, waar hij in korte tijd
| 258 |
een uitgebreide geneeskundige praktijk wist op te bouwen.
Bij besluit van 17 juni 1730 werd hij benoemd op de leerstoel van de geneeskunde aan de Illustre School, die sinds het vertrek van T. Andreae (1633-1685) in 1674 vacant was gebleven, en hij aanvaardde zijn ambt 23 juni 1731 in de Kapel van de Zoete Lieve Vrouwe met een rede . Een salaris uit de stedelijke kas werd hem niet gegund. In 1741 werd hem echter door de Raad van State een jaarwedde van 125,- toegekend als blijk van tevredenheid van Hunne Edelmogenden over de bestrijding van een te Helmond heersende ziekte, de „rode loop”, die hij in opdracht van de Staten-Generaal te zamen met de geneesheer Th. van den Grotenacker (1713-1760, NNBW, VIII, 637) op zich had genomen. Op 15 juni 1741 bracht hij in tegenwoordigheid van Gecommitteerden van stad en land hierover verslag uit in een rede Historia morbi ...
Mobachius werd in 1646 ouderling van de Hervormde gemeente; hij maakte deel uit van het college van scholarchen, waarvan hij in 1759 als oudste lid het voorzitterschap bekleedde, is ook opgetreden als lid van de stedelijke regering en stierf tijdens de uitoefening van de functie als presidentschepen. In 1754 kreeg hij zijn medelid in de raad, Johannes Bon (ca. 1720-1803) als onbezoldigd hoogleraar in de geneeskunde naast zich.
Zijn vrouw, Aletta Cornelia van Wingerden, met wie hij 5 september 1725 te Den Bosch in ondertrouw was gegaan, is 28 november 1761 in de St. Janskerk begraven. Zelf vond hij daar 29 augustus 1784, 84 jaar oud, zijn laatste rustplaats. Negen kinderen van het echtpaar zijn in dezelfde kerk gedoopt: Elisabeth 7 juli 1726, Isaak 11 februari 1728 (legde 23 april 1744 de eerste steen van de St. Jacobskazerne en werd 8 september 1745 te Leiden als student ingeschreven), Anna Maria Emilia 13 oktober 1730 (begr. St. Janskerk, 12 oktober 1794, gehuwd te Den Bosch, 8 augustus 1756 met mr. Cornelis Lambertus Ackersdyck, ged. St. Janskerk, 19 oktober 1728, begr. aldaar 17 januari 1789 als oudschepen en raad), Elisabeth Wilhelmina (2) 26 september 1732, Clasina Agatha 24 april 1734, Willem 3 april 1736 (ov. Haarlem, 27 januari 1792, predikant-hoogleraar), Daniėl 11 april 1738,
| 259 |
Isabella Maria 12 januari 1740, Isabella Maria (2) 31 augustus 1741 (ov. Den Bosch , 2 maart 1815, gehuwd te Den Bosch 9 februari 1768 met dr. Aldert Walraven, schepen, gedoopt Den Bosch 10 maart 1739, ov. Den Bosch, 23 januari 1798).
Mobachius Quaet bewoonde vele jaren met zijn gezin een huis in de Hinthamerstraat, genaamd „De Kroon”, dat hij in huur had. Hij belegde echter gaarne zijn geld in onroerende goederen. Zo kocht hij 2 juni 1731, te zamen met Michiel Samuel Rosendael (in 1744 ouderling Herv. gemeente) en Hendrik Draak, van Theodorus Eymberts, koopman te Bergen-op-Zoom, en Anna Gondela Eymberts, huisvrouw van Johan Baptist Lurachi, in deze handelend als voogden over de minderjarige kinderen van Daniėl van Veen en Maria Catharina Eymberts, een deel van de kerk met enkele oude gebouwen en een tuintje van het voormalige Tertiarissenklooster St. Elisabeths Bloemenkamp, aan de Korte Tolbrugstraat. Deze goederen gingen later in eigendom over aan de juist genoemde M.S. Rosendael en Cornelis Havel te Rotterdam. - Enkele jaren later, 25 juli 1739, kocht hij van Jacob van Brandwyck (sinds 21 oktober 1736 gehuwd met Maria Vreda van Blotenburgh, weduwe van mr. Gerard Cornelis van Blotenburgh), in deze handelend ten behoeve van zijn echtgenote en haar dochter uit het eerste huwelijk, Vreda Elisabeth van Blotenburgh (ged. St. Jan, 7 maart 1734, later gehuwd met Jacob de Gyselaer) het huis „De Witte Hand” in de St. Jorisstraat. - Ten slotte werd hij 6 december 1752, te zamen met Jacob van Vechel, architect te Den Bosch, door aankoop eigenaar van een huis aan de Papenhulst, Oostzijde, dat had toebehoord aan mr. Willem van der Does (Leiden, 13 februari 1706 - Den Bosch, 5 mei 1785), schepen en raad. Hij verkocht echter 17 januari 1754 zijn aandeel in dit huis aan Van Vechel.
Geschriften
De angina inflammatoria, 1724 (niet gedrukt?); De medicina a mundo condito ad nostra usque tempora, 1731 (niet gedrukt?); Historia morbi elapso anno inter Helmondanos plebejos epidemice grassati, benevolo Nobillissimorum et Potentissimorum Foederati Belgii Ordinum decreto, sub ejus praesidio per egregium medicum Grotenacker feliciter curati, 1741 (niet gedrukt?)
| 260 |
| Literatuur |
| | A.P. van Schilfgaarde Het geslacht van Blotenburgh Ned. L. LIV (1936) 23-29; DE HAAS, Bossche Scholen van 1629 tot 1795 ('s-Hertogenbosch 1926) 147, 152, 157, 160; HERMANS, Geschiedenis der Illustre en Latijnsche Scholen te 's-Hertogenbosch, van haar ontstaan in den jare 1630, tot hare opheffing in den jare 1848 (Amsterdam 1852) 27; MOLHUYSEN, Bronnen tot de geschiedenis der Leidsche Universiteit ('s-Gravenhage 1919-1924) Bronnen IV 286x; SCHOENGEN / BOEREN, Monasticon Batavum (Amsterdam 1941-1942) I 110-111; VAN DER AA, Biographisch Woordenboek der Nederlanden III (Haarlem 1852) XII 894-895; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) I 430; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) II 508; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) III 21, 244, 371-372; VELINGIUS, Redenvoering over de Illustre Schoole van 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1760) 86-87. |
Levensberichten van de hoogleraren der Illustre School te 's-Hertogenbosch 1636-1810 (1969) 258-261
|
| |
| 1969 |
F.L.R. Sassen
Daniel Mobachius Quaet
Alkmaar ca 1700 - 's-Hertogenbosch augustus 1784
Levensberichten van de hoogleraren der Illustre School te 's-Hertogenbosch 1636-1810 (1969) 258-261
|
| |
|
Portret van Dr. Daniel Mobachius Quaet, 1772
P.F. de La Croix, fecit 1772.
(olieverf op doek 85,5 cm x 67,5 cm)
Doctor in de geneeskunde aan de Illustre School te 's-Hertogenbosch van 1730-1784.
Gehuwd met Aletta Cornelia van Wingerden (sept. 1725).
Ook van zijn vrouw bestaat een portret: zie 0020687

Stadsarchief (0020686)
|
| |
|