
Bossche Bladen 4 (2002) 125
|
Lof der Zotheid 500 jaar
Door Ed Hupkens
In 2011 is het 500 jaar geleden dat Lof der Zotheid (Morias enkomiom, sive Stultitiae laus) werd uitgegeven. Het is het bekendste boek van Nederlands grootste humanist, Erasmus. Hierin drijft hij de spot met egoïsme, ijdelheid, dwaasheid, schijnheiligheid en kortzichtigheid. Zijn pijlen richt hij op vorsten, notabelen en de kerkelijke mores. Zijn leven lang trachtte hij humanisme en christendom tot een synthese te brengen. Genadeloos en satirisch vocht hij misstanden in de kerk aan.
Erasmus voltooide zijn magnum opus in het Latijn in 1509, nadat hij was teruggekeerd van een reis naar het Italië van de Renaissance. Hij schreef het in de week dat hij in Engeland bij zijn vriend Thomas More verbleef. Erasmus liet het in 1511 in Parijs publiceren; nog tijdens zijn leven beleefde het 45 herdrukken. Bij monde van de Zotheid (Stultitiae), die samen met haar vijf dochters over de wereld heerst, worden allerlei menselijke dwaasheden aan de kaak gesteld. Behalve kerkelijke autoriteiten worden ook kooplieden, vorsten en wetenschappers tot op het bot bekritiseerd. Erasmus was een goede vriend van Thomas More, deelde diens droog gevoel voor humor en intellectuele interesses. Erasmus droeg de Lof der Zotheid ook op aan deze Engelse humanist, wiens Utopia enkele jaren later werd gepubliceerd. De Griekse titel Morias enkomiom kan ook gelezen worden als Lof voor More, zulke twee- en drievoudige betekenissen vindt men door de hele tekst. In Europa is het een van de meest invloedrijke werken geworden; een boek dat mede de weg vrijmaakte voor de reformatie. Het heeft generaties aan het denken gezet en hen geleerd met open blik en gezond verstand de wereld te bekijken.
Erasmus en 's-Hertogenbosch
Desiderius Erasmus werd als Geert Geerts geboren op 27 oktober 1467 waarschijnlijk te Rotterdam en overleed op 12 juli 1536 te Bazel. Erasmus was een onwettig kind (defectus natalis) van een priester en diens huishoudster. Door het vroege overlijden van beide ouders in 1484 werd Erasmus voor studie naar 's-Hertogenbosch gestuurd. Zijn drie jaar oudere broer Pieter verbleef hier al. Erasmus studeerde van 1484 tot 1487 aan de Latijnse School, de voorloper van het gymnasium. Deze school was in zijn tijd gelegen ter hoogte van het pand Kerkstraat 73/75, op het achterterrein. Erasmus vertoefde tijdens zijn Bossche tijd in het Fratershuis (1425-1623) van de broeders van het Gemene (= gemeenschappelijk) Leven. Dit was geen echt klooster, maar meer een leefgemeenschap van ongehuwde mannen die - zonder kloostergeloften af te leggen - een religieus leven leidden. Aan het Fratershuis was een soort internaat verbonden, waar leerlingen van de Latijnse School woonden en opgevoed werden door de fraters. Het was verdeeld in het Arme Fratershuis (voor arme studenten) en het Rijke Fratershuis; Erasmus verbleef in het laatste huis. Later zou Erasmus verklaren, dat hij bar weinig had opgestoken in Den Bosch. In 1487 vertrok Erasmus naar Gouda, om in te treden in de orde van de augustijnen. Na vijf jaar werd hij daar tot priester gewijd. Hierna reisde hij af naar Zwitserland voor verdere theologische en filosofische studies.
KringNieuws 3 (2011) 22
|
| |