Antoine Bodar Op zesjarige leeftijd voelt Bodar zich aangetrokken tot de liturgie. In hem ontstaat het verlangen om priester te worden. Hij wordt daarom, zoals vele jonge katholieken, meteen misdienaar. Na de Lagere School is hij leerling aan het Gymnasium van de paters jezuïeten, het Ignatiuscollege in Amsterdam. Maar Bodar blijkt te dom en de jezuïeten sturen hem van school. Feitelijk was hij meer dromer dan werker. Hij vindt een baantje in het archief van het dagblad De Tijd. De vermeende domheid en de chaotische toestand in de katholieke Kerk van Nederland na het Tweede Vaticaans Concilie doen Bodar zijn priesterroeping begraven. Seculiere carrière en studie In 1965 begint Antoine zijn loopbaan bij de publieke omroep. Medewerking bij de KRO – eerst alleen radio, later ook televisie. Vanaf 1968 werkt hij voor de NOS en de VARA, later ook voor de VPRO en de TROS. In die tijd leert hij het vak van de groten van toen: Netty Rosenfeld, Henk van Stipriaan en Bob Uschi. In de jaren tachtig maakt hij enige portretten voor het NOS-programma ‘Markant’. In het begin van de jaren negentig presenteert Bodar het KRO-televisieprogramma ‘Eeuwigh gaat voor Oogenblick’, een drie kwartier durend gesprek over zingeving met schrijvers, geleerden, geestelijken en politici. In 1969 doet Bodar alsnog staatsexamen Gymnasium A en begint terstond de ene studie na de andere: geschiedenis in Amsterdam en Bazel, kunstgeschiedenis, literatuurwetenschap en filosofie in Leiden, theologie in Utrecht. In 1978 begint hij kunstgeschiedenis en esthetica te doceren aan de Universiteit Leiden en blijft met korte onderbreking in dat dienstverband tot 2003. In 1987 promoveert hij cum laude aan de Universiteit van Amsterdam tot doctor in de filosofie op het proefschrift ‘Schoonheidsleer van André Jolles’. Als zijn belangrijkste leermeesters beschouwt Bodar Johan Huizinga, Sem Dresden, Johan Polak en tegenwoordig Joseph Ratzinger. Bron: www.antoinebodar.nl
|
|||||||||||||||||||||||||||||||