|
't Bontje van m'n moe
Door Henny Molhuysen
„Ik heb 't bontje van m'n moe verkocht, om carnaval te vieren”, zo luidt de beginregel van een van de bekendste Bossche carnavalsliedjes. Het betekent dat er, enige dagen vóór de carnavalsviering, het een en ander aan huisraad, kleding of sieraden naar de 'Bank van Lening' werd gebracht. Met het op die manier verkregen geld konden de mensen het carnavalsfeest vieren. Na afloop zou het beleende weer terug moeten komen, maar dikwijls was dat opgegaan.
Den Bosch kende een dergelijke 'Bank van Lening' als eeuwen. In 1850 werd er aan de Schilderstraat een nieuwe bank gebouwd. Weliswaar in een klein straatje, maar vlak bij de drukke Hinthamerstraat. Het stadsbestuur verpachtte 'de bank'. Dat veranderde in 1853. Vanaf dat moment bestuurde 'het algemeen armbestuur' de instelling 'ten behoeve van de algemeene armen der stad'. De Godshuizen derhalve.
Er was duidelijk behoefte aan, niet enkel vlak voor carnaval. Vele tienduizenden panden werden er tijdelijk beleend. En meestal, tegen iets méér geld, weer teruggehaald. Konden de mensen het gevraagde geld niet ophoesten, dan verkocht 'de bank' het pand na enige weken. Vele huishoudens maakten van de bank gebruik, tot ver in deze eeuw toe.
In 1936, ruim vijftig jaar geleden, werden er per jaar nog 12.724 panden beleend. Maar het aantal liep steeds verder terug. In 1940 waren het er nog 7.308 panden, in 1943 nog maar 523 en in 1945 nog slechts twintig panden die de weg vonden naar 'de kommerd' of 'ome Jan', zoals de populaire benaming van 'de bank' luidde. In 1947 werden er nog maar vijf panden beleend. Het was dan ook niet verwonderlijk dat het jaar daarop, in 1948, 'de Bank van Lening' stopte.
Konden de Bosschenaren in financieel moeilijke tijden dan niet meer aan geld komen? Jawel, in hetzelfde jaar opende namelijk de Gemeentelijke Kredietbank de deuren. Terwijl vanzelfsprekend ook de particuliere banken geld leenden aan hun klanten.
De negentiende eeuwse 'Bank van Lening' in de Schilderstraat kwam leeg. Later lagen er kleding en materialen van de plechtige omgang of was de zaal in gebruik als aula voor de zich daar bevindende ULO. Thans is het een repetitielokaal, wachtend op restauratie en een nieuwe toekomst.
Brabants Dagblad donderdag 4 februari 1988
|