Hoofdmenu

Achter de voorgevel    
Afbeeldingen    
Artikelen    
Geschiedenis    
Interieur    
Rijksmonument    
Sasse van Ysselt    
Verhalen en legenden    
afb. Fotopersbureau Het Zuiden, januari 1933

Bisschoppelijk paleis (Parade 10-11)

Bisschoppelijk paleis, hoek Lange Putstraat.
Bron: Stadsarchief (0002171)
~~~
Dit paleis aan de Parade is een voormalige partriciërswoning uit de 18e eeuw. Het huidige pand ontstond door de samenvoeging van twee herenhuizen met koetshuizen en stallen. De voorgevel en het dak zijn in de 18e eeuw in een latere barokstijl vernieuwd. Het paleis beschikt over twee rijk versierde ingangen en een kroonlijst met fraaie consoles. In de periode 1985-1990 onderging het pand een grondige restauratie. Tussen 1830 en 1864 deed het dienst als kazerne en militair hospitaal. Pas in 1864 verhuisde de bisschop van Huize Gerda in Haaren naar de Parade.
Bron: 's-Hertogenbosch binnen de Veste
~~~
Rijk versierde ingangstravee en kroonlijst met consoles. Plint met cartouche-patronen als bossingen. Schuiframen met klossen en druppen onder de wisseldorpels en met waaierzwikken. Rechts van het gebouw een gepleisterd classicistisch koetshuis met kroonlijst op klossen; boven ingangsboog cartouche met een bisschoppelijk wapen.
Bron: Bossche Monumenten in Beeld

Parade 10 is het woongedeelte van het bisschoppelijk paleis. De middeleeuwse huizen die op de plaats stonden van de huidige Parade 10 en 11 kwamen in de jaren 1760 in handen van de rijke weduwe Sanuele Theophile Smits van Voorburgh, die getrouwd was geweest met de president-schepen van de stad, Leonard Jan Smits. Zij liet de huizen afbreken en in 1769 Parade 11 bouwen, en enkele jaren later Parade 10, dat in 1776 gereed kwam.
In 1827 kocht de Staat der Nederlanden de panden Parade 10 en 11 om ze te laten dienen als bisschopppelijk paleis.
Beide huizen waren van 1830 tot 1833 kazerne, en tot 1839 militair hospitaal. Daaarna werd Parade 10 een openbare lagere school.Pas in 1864, elf jaar na het herstel van de bisschoppelijke hiërachie, nam de eerste Bossche bisschop er alsnog zijn intrek. Veel later, in 1933, werden Parade 10 en 11 samengevoegd.
Bron: Bossche Pracht

Paleis aan de Parade
Door Henny Molhuysen

Het is een forse gevelwand aan de Parade. Maar dat valt eigenlijk niet zo op door de getailleerdheid van het gebouw. Vandaag nemen we een kijkje achter de voorgevel van: Parade 10-11.

In de middeleeuwen en ver tot in de achtiende eeuw stonden er op de plaats van het huidige gebouw een groot aantal kleinere panden die uitkeken op het Begijnhof en - vanaf het midden van de achttiende eeuw - op de paradeplaats voor militairen.
Al deze panden waren in 1776 eigendom van Samuele van Voorburgh, de weduwe van Leonard Jan Smits. Zij liet ze afbreken en A. Verhellouw, de stadsarchitect, bouwde op deze plek de twee nieuwe, grote gebouwen.
Het echtpaar Smits-Van Voorburgh had slechts eeb dochter, die de tweee panden erfde. De gebouwen raakten echter gescheiden maar werden beiden door de Staat in 1823 aangekocht. Over de toekomstige bestemming ontstond onzekerheid. Hieraan kwam in 1827 een einde, door een gesloten Concordaat: het zou een bisschoppelijk paleis worden. Dit plan is echter niet doorgegaan en daarom kwam er een nieuwe bestemming. De Belgen waren in opstand gekomen en daarom kwamen er vanuit heel Nederland troepen naar Brabant om hetzij de opstand neer te slaan (hetgeen eerst de bedoeling was), hetzij de nieuwe grenzen te verdedigen (wat later de reden was). De twee gebouwen werden ingericht tot een kazerne en enkele jaren later tot een militair hospitaal. Deze functie had het gebouw tot 1839, in welk jaar de vrede tussen Nederland en België getekend werd.
Het pand Parade 9 werd in 1840 ingericht tot een openbare lagere school. Talloze Bossche schoolkinderen zullen er les gehad hebben tot in 1863 het bisdom het gebouw kocht. Na een verbouwing verhuisde op 7 november 1864 mgr. Johannes Zwijsen naar de Parade. Vanaf die tijd is het Bisschoppelijk Paleis. Het buurpand, Parade 11, werd na 1839 enkele jaren verhuurd aan provinciale ambtenaren. Toen werd het ingericht tot 'het Hypotheekkantoor', het kadaster. Later diende het als uitbreiding van het Bisschoppelijk Paleis.
Zwijsen was de eerste Bossche bisschop na ruim tweehonderd jaar. Hij ijverde ervoor om het Mirakelbeeld uit ballingschap (het verbleef in België) te laten terugkeren. Hij steunde de restauratie van de vele Brabantse kerken, en zeker die van de Sint-Jan. „De heerlijke St. Jans-kerk, die in al hare naaktheid en verminking den aanschouwer eerbied en bewondering afdwong, gaat in volle pracht herrijzen”, schreef men in die tijd.

Voortbouwen

Zwijsen werd opgevolgd door A. Godschalk (1877-1892) die voortbouwde op het door zijn voorganger gelegde fundament. Mgr. W. van de Ven was nauw betrokken bij de opkomst van de sociale acties in zijn bisdom. De Bossche A.F. Diepen (1919-1942) had in 1895 reeds de Bisschoppelijke kweekschool - de voorganger van de Pabo - gesticht en bleef ook tijdens zijn ambt een voorvechter van het katholieke onderwijs. Mgr. W. Mutsaerts werd bisschop in de oorlogsjaren en maakte de heropbouw van vele katholieke kerken mee.
Zijn opvolger was de populaire W.M. Bekkers (1960-1966) met zijn lijfspreuk 'De liefde als wapen'. Hij maakte het Vaticaanse Concilie mee en door zijn eigentijdse aanpak van pastorale problemen verkreeg hij de sympathie en bewondering van velen. Niet alleen van katholieken, maar door zijn t.v.-toespraken was hij in het hele land bekend. 'Dagelijks dienstbaar' was de lijfspreuk van zijn opvolger mgr. J.W.M. Bluysen, die om gezondheidsredenen te vroeg moest aftreden. De huidige bewoner van het bisschoppelijk paleis aan de Parade is mgr. J. ter Schure.
In het Bisschoppelijk Paleis woont niet alleen de bisschop maar hij heeft er zijn kantoor, een eigen kapel en er zijn tal van instituten van het bisdom gevestigd. Wat er uit verdween is het Bisschoppelijk Museum, een kerkelijk museum dat tot na de Tweede Wereldoorlog in het pand onderdak bood aan een fraaie collectie. Vanaf de 70-er jaren is deze collectie te bewonderen in het Museum voor religieuze kunst in Uden.


Brabants Dagblad donderdag 5 september 1996
 

Inwendig stucwerk in de gang, schoorsteenmantel van wit en zwart marmer; op de verdieping een houten schoorsteen en een plafond, alles uit de bouwtijd.
Bron: Bossche Monumenten in Beeld
 

Parade 10
Bisschoppelijk Paleis, als particulier woonhuis gebouwd in 1776. Rijk versierde ingangstravee en kroonlijst met consoles. Plint met cartouche-patronen als bossingen. Schuiframen met klossen en druppen onder de wisseldorpels en met waaierzwikken. Inwendig stucwerk in de gang, schoorsteenmantel van wit en zwart marmer; op de verdieping een houten schoorsteen en een plafond, alles uit de bouwtijd. Op de eerste verdieping van de achtervleugel een kleine neo-gotische kapel met vijfzijdige koorsluiting, waarin twee spitsboogramen met ijzeren tracering; in de zijgevels twee 8-ruits ramen; gevels in schoon metselwerk; dak gedekt met blauwe Hollandse pannen en leien en bekroond door smeedijzeren kruis. Rechts van het gebouw een gepleisterd klassicistisch koetshuis met kroonlijst op klossen; boven ingangsboog cartouche met een bisschoppelijk wapen.

(adres: Parade 9, 10; datum: -; kadastraalnr: H 6486; monumentnr: 21769)


Rijksdienst voor de Monumentenzorg 2004
 

Het Bisschoppelijk paleis
397
398
399
400
401
402
403
404

Noten
1. Taxandria XI p. 129 en vlgd.
2. Het is thans genummerd Peperstraat 15.
3. Zijn andere zoon was Henrick van Soerendonck, schepen van den Bosch.
4. Zijn broeder was Jan en zijne zuster Mayken van den Santvoirt, de laatste echtgenoote van Jacques Lauren.
5. Hunne kinderen zijn vermeld in de Wapenheraut 1904 p. 360.
6. Hij was zoon van Jacob Focanus, president-schepen van den Bosch, raad en ontvanger-generaal der beden in de Meierij van dien naam (zoon van Jacob, predikant te Vught en Sara de Witt) en van diens tweede vrouw Helena Tulleken, dochter van Rutger, schepen van den Bosch en Francina de Leeuw.
7. Hij bezat ook nog het landgoed Havincdonck te Belveren onder Haaren, dat in 1502 (Reg. n°. 97 f. 266 vso) werd toebedeeld aan Jan Monicx Willemszn en 18 September 1698 bij gerechtelijke uitwinning kwam aan Maria Herincx wed. Johan van Kessel (Reg. no. 482 f. 120.)
8. Zij stierf 6 Maart 1677 en werd in de St. Janskerk te den Bosch met deze kwartieren begraven:
LanschotKraayestijn
Van den BogaertBeveren
LanschotVan Nes
BootsOem
9. Het is thans de R.K. Pastorie van Haaren Cf. Dl. I blz. 359.
10. Hij was secretaris van Vught en in 1725 gehuwd met Johanna de Jongh, weduwe van Willem Vreggen; later is hij hertrouwd met Anna Verspyck, van wie hij had: Leonard, Huberta Joanna Geertruij en Anna Catharina Ragay; zijn hierbedoeld huis werd 12 Juli 1728 ten zijnen laste gerechtelijk verkocht aan Isaak van Ruelo, notaris te den Bosch.
11. Hij had dit huis 21 Juni 1706 gekocht bij gerechtelijke uitwinning, gedaan ten laste van Jacob van Bree; het werd toen begrensd door dat van de erven Cornelis Thooft ex uno en dat van de onmondige kinderen van Nicolaas van Oudenhoven ex alio.
12. Jan Voorburg, schepen en raad van Rotterdam, had in 1733 tot erfgenamen Magdalena van Voorburg, gehuwd met den kapitein Isaak Marcelis Rek van Muilhuijsen en Samuele Theophile van Voorburg, gehuwd met Leonard Jan Smits.
13. Hij zal een zoon geweest zijn van Karel Jan Gallé, die in 1763 als predikant bij de Waalsche gemeente te den Bosch beroepen was en in 1770 professor in de wijsbegeerte aan de Illustre school aldaar werd.


De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1910) 397-404
 

Meeëten
Door Henny Molhuysen

In Bakel werd een nieuwe kerk gebouwd. Zoiets kost geld, veel geld. Getracht werd dan ook op allerlei manieren aan de bonodigde financiën te komen. Jan Thijssen, een van de geleerdste boeren van het dorp, werd naar 's-Hertogenbosch gestuurd, naar de bisschop. Hier zou hij financiële steun moeten vragen voor de bouw van een nieuw altaar.
Onderweg naar 's-Hertogenbosch reperteerde hij voor zichzelf steeds dat moeilijke woord: monseigneur. Aangekomen op de Parade belde hij aan en een lakei met allemaal blinkende knopen aan zijn pak deed open. Jan Thijssen was helemaal onder de indruk. Het heel moeilijke woord dat hij steeds geoefend had wist hij zich ook niet meer te herinneren en daarom dacht hij: 'Ik zal de hoogste maar nemen die er is'. En op de vraag wat hij kwam doen vroeg Jan: „Is Jezus Christus thuis?” Hij werd binnengelaten en stelde zich voor: „Ik ben Jan Thijssen, ik kom van Baokel.”
De bisschop had bezoek van zijn zuster en haar kinderen, maar Jan mocht toch binnenkomen. „Goejemorge, Jezus Christus, vrouw en kindere", zei Jan. „Jan", zei de bisschop, „gao maor zitte, ge zult wel muu zijn, hedde d'r iets op tege da we doorete? Vertel is wat er te doen is. Is 't er nog nieuws in Baokel?” „Ja, m'n buurman heet een zog gekregen mee baggen. Die zog heet dertien baggen en maor twaolf tippels". „Wa moete ze dan met de dertiende doen?” vroeg de bisschop. „Die moet net als ik toekijke as de andere ete,” gaf Jan ten antwoord. De bisschop begreep de hint: „Zet bij Jan, zet bij”.
Zo gemakkelijk ging dat eigenlijk nooit, die contacten met het hoogste gezag in het bisdom. Alleen in de rubriek 'sterke verhalen' komen dergelijke gebeurtenissen voor. Maar misschien zijn ze daarom juist ontstaan: als een reactie.
Als de bisschop door de Bossche straten liep, schreed hij als een vorst. De laatste 35 jaar is dat sterk veranderd. Vooral met de komst van Bekkers in de jaren 1957-1960, toen hij nog als hulpbisschop actief was. Tijdens de jaarlijkse jeugdmanifestatie van Pax Christi in de Brabanthallen ging alles er steeds plechtig aan toe, tot de Bossche bisschop Mutsaerts de ruimte verliet. Dan werd Bekkers, de hulpbisschop, op de schouders genomen en de Brabanthallen rondgedragen! Er kwam een hele verandering binnen de katholieke kerk.
Een van de gasten die jaarlijks bij de huidige bisschop op bezoek komt, is Amadeiro XXIII. Op de zaterdag vóór carnaval meldt hij zich op de Parade, waar bisschop Ter Schure een brandewijntje met suiker en een grote sigaar heeft klaar staan. Maar meeëten is er nu ook niet bij.


Brabants Dagblad donderdag 12 maart 1992
 

1992

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Meeëten
Brabants Dagblad donderdag 12 maart 1992
1994

Redactie

Bisschoppelijk paleis en Sint-Janscentrum houden open huis op Monumentendag
Bisdomblad 36 (1994) 10
1996

Henny Molhuysen

Achter de Voorgevel : Paleis aan de Parade
Brabants Dagblad donderdag 5 september 1996 (foto)
2003

Wim Hagemans

Het bisschoppelijk paleis
Bossche Pracht 11 (2003) 251-254
 

1776-1777 Aan de Parade wordt een particulier woonhuis gebouwd, dat later dienst zal doen als militair hospitaal en (nu nog) als Bisschoppelijk Paleis.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1833 Het huidige Bisschoppelijk Paleis aan de Parade heeft in de periode 1830-1839 (tijdens de Staat van Beleg in 's-Hertogenbosch) een militaire functie gehad. Van 1830 tot 1833 was het een kazerne, in de zes daarop volgende jaren een militair hospitaal.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
 

27 februari 2008